Bekijk profielpagina

Langer of harder trainen? Zó ga je de verlamming van je voetbalteam tegen!

In dit artikel leg ik uit hoe je er voor kunt zorgen dat je team met een hogere intensiteit speelt. D
Langer of harder trainen? Zó ga je de verlamming van je voetbalteam tegen!
Door Willem Weijs • Editie #1 • Bekijk online
In dit artikel leg ik uit hoe je er voor kunt zorgen dat je team met een hogere intensiteit speelt. Dit moet uiteindelijk leiden tot beter voetbal én betere resultaten. 

Op 20 februari 2014 wordt Ajax overrompeld door Red Bull Salzburg. De gestroomlijnde Oostenrijkse formatie wint met 0-3 dankzij agressieve druk en een snelle omschakeling van verdediging naar aanval. De intensiteit spat van het spel van Salzburg af - spelers als Sadio Mané en Kevin Kampl lijken overal op het veld te zijn. Hoewel Salzburg Ajax op elk front overklast, wordt er in eerste instantie gesproken van een incident.
Bijna vier jaar later lijkt de boodschap eindelijk doorgedrongen in Nederland. Verschillende trainers en spelers stellen dat de intensiteit in trainingen en wedstrijden in Nederland omhoog moet, waarbij al snel de vergelijking met Duitsland (vooral Bayer Leverkusen en Leipzig) gemaakt wordt. Zo stelt Huub Stevens: “In Nederland wordt over de gehele linie te weinig en te licht getraind. Lees al die interviews met eredivisiespelers die naar het buitenland zijn vertrokken maar eens na. Elke keer hebben ze het over de toegenomen trainingsintensiteit.” Ook Jürgen Locadia en Zakaria Labyad stellen dat er in het buitenland veel meer geëist wordt van spelers.
Hoe is dit verschil in intensiteit ten opzichte van het buitenland te verklaren? Een belangrijk argument is dat de beste spelers - en daarmee ook de spelers die een hoge intensiteit aan kunnen - op dit moment niet in Nederland spelen. Toch is er in mijn ogen veel ruimte voor ontwikkeling op dit gebied. Zo liet Marcel Brands  eerder dit jaar weten een verschil te zien tussen de topwedstrijd Feyenoord-PSV en willekeurige andere wedstrijden van PSV. In deze topwedstrijd haalden de PSV-spelers volgens Brands de norm van een Europees duel wat betreft de hoeveelheid sprints en de hoeveelheid voetbalacties. De kunst is dus om deze norm vaker te benaderen, zodat over langere termijn ontwikkeling zichtbaar wordt en het gat naar de Europese norm verkleind kan worden. 
“Het verhogen van de intensiteit is een manier om tot beter, sneller, verrassender en dominanter voetbal te komen”
Wat een hogere intensiteit precies betekent, wordt - ook in bovenstaande voorbeelden - echter niet vaak veel concreter dan ‘harder’ of ‘vaker’ trainen. In dit artikel probeer ik daarom meer helderheid te bieden over het begrip intensiteit.
Definitie
Voor mij betekent een hoge intensiteit dat een speler een voetbalhandeling (technisch, tactisch, fysiek of mentaal) met een maxima(a)l(e) tempo of kracht uitvoert. Het gebrek aan een hoge intensiteit wordt bijvoorbeeld zichtbaar wanneer er binnen een team een trage balcirculatie is en er nauwelijks positiewisselingen zijn - een beeld dat wekelijks voorbij komt in de Eredvisie. Denk daarbij aan het trage positiespel dat Ajax tegen ADO Den Haag op de mat legde en de evenmin flitsende bekerfinale van vorig seizoen, AZ-Vitesse. Het verhogen van de intensiteit is - in mijn optiek - een manier om tot beter, sneller, verrassender en dominanter voetbal te komen.
Voordat ik overga tot de praktische uitwerking van het begrip intensiteit, werk ik de achtergrond van deze definitie uit aan de hand van vijf stellingen.
1. Een hoge intensiteit is niet slechts langer trainen
Bij veel discussies over het verhogen van de intensiteit in het Nederlandse voetbal ontstaat er verwarring tussen trainen met een hoge intensiteit en langer of meer trainen. Ik denk dat intensiteit in beginsel niets met de duur of frequentie van een training te maken heeft. Intensiteit draait om de vraag hoe je een training invult. Zo schaar ik een kwartier positiespel op een hoog tempo, waarbij spelers elkaar continu onder druk zetten, ook onder spelen met een hoge intensiteit. Een training die drie uur duurt, met weinig druk en een laag tempo, voldoet niet aan mijn definitie van de intensiteit verhogen. En niet op de hoogste intensiteit trainen is in mijn optiek een gemiste kans - training heeft vooral pas écht zin als het de omstandigheden van een wedstrijd, en dus op topintensiteit, benadert. Red Bull Salzburg biedt in onderstaande training, vanaf 2:20, een perfect voorbeeld:
Filmpje 1: Training van Red Bull Salzburg
Filmpje 1: Training van Red Bull Salzburg
Anderzijds wil ik benadrukken dat een hoge intensiteit lange trainingen zeker niet uitsluit. Het is gedurende het seizoen mogelijk de intensiteit op te bouwen - naar verloop van tijd kan een trainer steeds meer van zijn spelers vragen. Uiteindelijk kan, of zelfs moet, hij daardoor ook langer gaan trainen, omdat spelers fysiek én mentaal aan een hogere standaard gewend zijn. Bovendien vind ik het gek dat veel trainingen die ik bekijk korter duren en ook nog eens minder intensief zijn dan een wedstrijd. De vraag is hoe goed spelers op die manier voorbereid zullen zijn op het spelen van een (zware) wedstrijd.
2. Een hoge intensiteit is zowel op individueel niveau en op teamniveau mogelijk
Een hoge intensiteit is bovendien niet slechts op teamniveau mogelijk. Het lijkt op het eerste gezicht misschien logischer dat intensiteit slechts bij typisch collectieve voetbalhandelingen, zoals het afjagen van de bal, mogelijk is. Desondanks geloven wij dat het ook mogelijk is om op individueel niveau op een hoge intensiteit te trainen. De manier waarop Arjen Robben in zijn eentje traint is daar een treffend voorbeeld van. Indien een speler het intrinsiek op kan brengen, kan eigenlijk elke voetbalhandeling met de hoogste intensiteit aangegaan worden. Mogelijk is het wel zo dat het bij het druk zetten op de bal een stuk zichtbaarder is dan bij een persoonlijkere handeling, zoals een loopactie.
Filmpje 2: Individuele training van Arjen Robben
Filmpje 2: Individuele training van Arjen Robben
3. De trainer speelt een grote rol in het bewerkstelligen van een hoge intensiteit
Als trainer kun je een grote rol spelen in het verhogen van de intensiteit van het spel van een speler. Een speler is zelf namelijk minder goed in staat om in te schatten waar zijn lat ligt. Een trainer kan - in overleg met de speler - reële doelen bepalen voor de speler en hem tegelijkertijd motiveren om zijn grenzen te verleggen. Dit hoeft niet altijd uitdrukkelijk te gebeuren. Hij kan een speler ook - zonder dat die zich daarvan bewust is - dwingen om zijn intensiteit te verhogen. Denk aan het toevoegen van een extra bal of het trekken van een sprint naar een ander vak als vervolgactie om een overtal te creëren.
“Een speler is zelf minder goed in staat om in te schatten waar zijn lat ligt”
4. Een hoge intensiteit is niet slechts terug te vinden in fysieke voetbalhandelingen
Een hoge intensiteit is ook bij tactische of technische voetbalhandelingen mogelijk. Het zou kunnen dat intensiteit vooral bij fysieke handelingen aan de oppervlakte komt: het is duidelijker zichtbaar wanneer iemand op maximale intensiteit sprint dan wanneer hij een instructie van zijn coach uitvoert.
Een hoge intensiteit tijdens trainingen en wedstrijden stimuleert de ontwikkeling van vaardigheden als techniek en tactiek. Een speler die op de training steeds hevig onder druk gezet wordt, zal de bal goed aan moeten nemen en bij een dribbel in de kleine ruimte zal hij de bal korter bij zich moeten houden. Ook wordt een speler in tactisch opzicht tot het uiterste gedwongen. Een speler die niet goed om zich heen gekeken heeft of structureel nalaat om opengedraaid te staan, zal in een intensief positiespel continu in de problemen komen met z’n handelingssnelheid.
5. Een hoge intensiteit is mogelijk bij elk speltype
Een hoge intensiteit is bij elk speltype mogelijk - van een ultra offensief systeem met druk naar voren tot een defensieve/agerende speelstijl waarbij ‘de bus wordt geparkeerd’. Zo is het Inter van José Mourinho uit 2010 in mijn ogen als een team spelend met een hoge intensiteit aan te duiden. Het klein maken van de ruimtes gebeurde in dat team bijvoorbeeld op de hoogste intensiteit. Ook het Atletico Madrid van Simeone toont dit al langere tijd aan. Accenten liggen dan bijvoorbeeld op het snel mee kantelen, passlijnen afschermen vanuit de zone en druk geven op de bal door de dichtstbijzijnde speler.
Filmpje 3: Training van Diego Simeone
Filmpje 3: Training van Diego Simeone
Praktijk
Nog veel belangrijker hoe breng je als trainer je spelers het spelen met hoge intensiteit bij? Als een trainer zijn team onder een hogere intensiteit wil laten spelen, zal hij eerst het bewustzijn bij zijn spelers moeten verbeteren. Hij moet dus uitleggen wat intensiteit nu eigenlijk inhoudt en zijn spelersgroep er van overtuigen dat een hogere intensiteit nuttig is. Er zijn genoeg spelers die liever lui zijn dan moe - zelfs in het profvoetbal zijn die te vinden.
Maar hoe overtuig je je spelersgroep? In eerste instantie ben ik begonnen met het stellen van vragen aan mijn spelers.
  • Hoe voelt een tegenstander zich als hij de hele wedstrijd lang wordt afgejaagd?
  • Denken jullie dat de kans groter of kleiner wordt dat de tegenstander fouten gaat maken op het moment dat we ze continu onder druk zetten?
  • Denken jullie dat we voordeel hebben van de situatie als wij gewend zijn om een dergelijk type spel negentig minuten lang te spelen ten opzichte van de tegenpartij?
Stuk voor stuk retorische vragen natuurlijk - wél allemaal vragen die aansluiten bij mijn eigen spelprincipes. Op die manier begrijpen spelers dus dat een hoge intensiteit bijdraagt aan de ontwikkeling van onze speelwijze. Daarmee neemt waarschijnlijk ook het geloof dat een hoge intensiteit bijdraagt aan leuk voetbal en goed resultaat toe.
“Denken we dat de kans groter of kleiner wordt dat de tegenstander fouten gaat maken op het moment dat we ze continu onder druk zetten?”
Daarna heb ik voorbeelden uit wedstrijden aan mijn spelersgroep getoond. Dat kunnen voorbeelden zijn van teams die actief druk zetten vooruit, maar vergeet niet om andere, minder voor de hand liggende situaties aan te halen. Onderstaand filmpje laat bijvoorbeeld zien dat verdedigers Javier Mascherano en John Stones zelfs vrijlopen op de hoogste intensiteit doen. Een perfect voorbeeld van spelen met de hoogste intensiteit: één of twee seconden willen winnen om net wat meer tijd te hebben in de opbouw.
Zoals ik eerder al aangaf, is het niet mogelijk om de intensiteit van een spelersgroep van de ene op de andere dag te verhogen. Spelers zullen moeten wennen aan een hogere standaard en nieuwe spelregels in oefenvormen kunnen in het begin ook problemen met zich meebrengen. Een speler is zelf niet altijd in staat om zijn grens te bepalen. De trainer heeft dan de taak om het maximale uit de kwaliteiten van de speler te halen. Natuurlijk moet een trainer voldoende rekening houden met de problemen en tegenslagen van zijn speler, maar tegelijkertijd vind ik dat een trainer de strijd aan moet gaan met zijn speler. Met ‘de strijd aangaan’ bedoel ik dat een trainer continu hoge eisen stelt aan de inzet en bereidheid van een speler. Het betekent óók dat hij een speler confronteert als hij even verslapt.
De intensiteit kan aangescherpt worden door omstandigheden te creëren waarin spelers gedwongen worden alles op het hoogste tempo te doen. Denk daarbij aan oefeningen waarin veel sprints, intensieve 1v1’s en omschakelmomenten zitten. Een mooi voorbeeld daarvoor is weer te vinden bij het Atlético van Simeone.
Filmpje 4: Training van Diego Simeone
Filmpje 4: Training van Diego Simeone
Een ander voorbeeld is onderstaande trainingsvorm van Julian Nagelsmann, opgetekend door Konzeptfussballberlin. Eerst wordt er aan de zijkant van het veld twee-tegen-één gespeeld op een kleine goaltje. Zodra er hier gescoord is of de bal uit het spel is, begint er een drie-tegen-twee in het grotere veld. De twee aanvallers uit het kleine partijspel moeten zo snel mogelijk naar het grotere veld sprinten om de twee verdedigers te helpen. De verdediger uit het kleine partijspel moet snel aansluiten bij de drie aanvallers. Zo ontstaat er een vier-tegen-vier op groot veld. Vooral bij deze transitie is een hoge intensiteit van groot belang. Verslappen de twee spelers in hun omschakeling, dan is het voor de vier aanvallers op het grote veld relatief eenvoudig om te scoren tegen slechts twee verdedigers. Vervolgens wordt op het grote veld verwacht dat de spelers in het overtal intensieve loopacties inzetten en de verdedigers op hoog tempo mee kantelen en zo mogelijk druk geven op de bal.
Als methodische stap zou je er als trainer voor kunnen kiezen om een derde bal in het spel te brengen op het moment dat de eerder gebruikte bal uit het speelveld is. Zo ontstaat er weer een nieuw omschakelmoment. Door de sprint van het ene naar het andere vak te maken, de overtalsituatie door het drietal met bal zo snel mogelijk uit te spelen maar ook door het toevoegen van een extra bal worden spelers onbewust keer op keer gevraagd om op een hoog tempo te handelen. Er zit veel dynamiek in deze oefenvorm en hij vraagt steeds om een andere, snelle oplossing in de veranderende situatie. (Ik zou graag naar de oefening op Konzeptfussballberlin linken, maar hun site werkt helaas niet.)
Afbeelding 1: Training van Julian Nagelsmann
Afbeelding 1: Training van Julian Nagelsmann
Meetbaar maken
Een trainer zal de intensiteit meetbaar moeten maken, als hij erachter wil komen of zijn benadering werkt. Het is schier onmogelijk om van elke speler op het veld bij te houden of hij op de hoogste intensiteit levert. Daar komt nog eens bij dat het oog nog wel eens kan bedriegen. Een sprint op de hoogste intensiteit kan van een afstand een stuk minder intensief lijken.
“We maken de intensiteit meetbaar door per positie het aantal sprints op hoge intensiteit en de sprintafstand te meten”
Bij NAC O19 doen we dit door het aantal high intensity sprints en de sprint distance en high intensity sprint distance te meten. Bij de beoordeling van de gegevens houden we vervolgens rekening met positie en speelwijze. Van de aanvallende middenvelder verwachten we binnen onze speelwijze dat hij veel sprintafstand aflegt, omdat hij de spits moet helpen bij het druk zetten. Van de vleugelaanvallers verwachten we een hoog aantal sprints op de hoogste intensiteit, omdat zij de taak hebben de vleugelverdedigers van de tegenstanders te passeren. Onze eigen backs hebben in balbezit de taak over de buitenspeler heen te gaan - tegelijkertijd verwachten we een snelle omschakeling terug voor defensieve ondersteuning. Een vleugelverdediger moet dus, normaal gesproken, hoog terug te vinden zijn in de (high intensity) sprint distance-lijstjes.
Afbeelding 2: aantal "high intensity sprints"
Afbeelding 2: aantal "high intensity sprints"
Afbeelding 3: hoeveelheid "(high intensity) sprint distance"
Afbeelding 3: hoeveelheid "(high intensity) sprint distance"
Door het verschil in sprint distance en high intensity sprint distance kunnen we ook nog eens in kaart brengen of een speler zijn sprints wel op de hoogste intensiteit uitvoert. Als de eerder genoemde buitenspelers maar weinig high intensity sprint distance hebben, is er misschien wel reden om het gesprek met de speler aan te gaan. Ik probeer in zo’n gesprek altijd beelden te laten zien van momenten waarop een speler de teugels liet vieren. Droge cijfers komen immers niet altijd even overtuigend over. Ook is het goed te onthouden dat iedere speler zijn eigen ‘identiteit’ heeft en dus eigen waarden scoort. Deze data zijn voor ons altijd een middel en nooit een doel op zich.
Tot slot
Houd er rekening mee dat het verhogen van de intensiteit van je team een tijdrovend proces kan zijn. Het kan bij sommige spelers even duren voordat ze zich bewust zijn van de noodzaak van intensiteit. Wellicht is het in zo’n geval een idee om ze onbewust te dwingen met een hogere intensiteit te spelen. Bij andere spelers kan een confrontatie aan de hand van videobeelden juist helpen.
In mijn ogen bepaalt de gehanteerde intensiteit voor een groot gedeelte het niveau van de wedstrijd. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat iedere wedstrijd waarin een hoge intensiteit wordt gehaald winnend wordt afgesloten. Wat ik wil zeggen is dat de intensiteit alle onderdelen van het voetbal beïnvloedt; zowel de techniek, het tactische inzicht, de fysiek en de mentaliteit van spelers. Op termijn kun je als trainer daardoor stappen maken in je speelwijzeontwikkeling (kijk maar eens naar de ontwikkeling van het positiespel van Bayern onder Pep Guardiola) en dus (zeer waarschijnlijk) ook in het resultaat.
Ik hoop van harte dat het spelen met intensiteit gemeengoed wordt in de Nederlandse opleidingen. Ik denk dat dit niet alleen voor leuker voetbal in de Eredivisie en bij het Nederlands elftal kan zorgen - een hoge intensiteit kan in mijn optiek zelfs bijdragen aan de wederopstanding van het Nederlandse voetbal.
Hoe vond je deze editie?
Willem Weijs

Ik ben hoofdtrainer van NAC O19 en assistent van het eerste en tweede elftal. Voorheen werkte ik in de jeugdopleiding van PSV en Ajax. Op deze pagina schrijf ik artikelen over mijn voetbalvisie, met veel praktische tips voor jeugdtrainers.

Als je deze nieuwsbrief niet meer wilt ontvangen, dan kun je je hier afmelden.
Als deze nieuwsbrief doorgestuurd is en je wilt je aanmelden, klik dan hier.
Gemaakt door Willem Weijs met Revue.