Bekijk profielpagina

Het eerste hoofdstuk - Nieuwsbrief #16

Tijs
Tijs
Hey beste lezer,
Ik ben erdoor! Alle feedback van Ann is verwerkt, alle foutjes zijn gecorrigeerd, alle kromme vergelijkingen zijn gladgestreken. Er was wel nog een opmerking van proeflezer Wout die in mijn achterhoofd maalde, dus heb ik nog een inhoudelijke verandering in het manuscript aangebracht. Geen gigantische wijziging, maar voor de zekerheid heb ik het toch nog eens aan Ann voorgelegd. Als zij haar zegen geeft, dan is het manuscript af!
Hieronder volgt, zoals beloofd in de vorige nieuwsbrief, het eerste hoofdstuk. Ik vind het heel spannend om dit met jullie te delen… Ik zou zeggen, zet een tasje thee, nestel je in de zetel en geniet ervan.
Hopelijk geeft het zin om het boek verder te lezen. Laat zeker weten wat jullie ervan vonden!

21 januari - 10.07 uur (Houston)
 
Het was zo’n twintig jaar geleden dat Dirk Vervaecke nog eens in een dokterswachtkamer had gezeten. Ergens in de Ardennen was dat toen. Ariane, zijn dochter, was tijdens een wandeltocht gestruikeld en met haar knie op een scherpe steen beland. De gapende wond diende genaaid te worden. Omdat de dichtstbijzijnde dokter nog met een andere patiënt bezig was, moesten ze even plaatsnemen in de wachtkamer. Terwijl Ariane zachtjes snikte, probeerde Dirk te gissen aan wat voor kwaaltjes de andere patiënten in de ontvangstruimte leden. Dirk herinnerde zich verrassend goed de man met het pokdalige gezicht, van wie hij vermoedde dat hij er was om een wrat weg te branden. Of zijn vrouw er toen bij was, daar in de Ardennen, dat kon hij zich niet meer voor de geest halen.
Vandaag zat hij in ieder geval alleen in een Texaanse wachtkamer. En deze keer hoefde hij niet te raden wat er met de andere patiënten scheelde: ze hadden allemaal kanker.
Het is niet zo dat Dirk in de afgelopen twintig jaar geen dokters meer geconsulteerd had. Als het écht nodig was, dan liet hij wel een arts komen. U moet weten dat Dirk de rijkste mens was die ooit geleefd heeft. Een vervelend neveneffect daarvan was dat zijn tijd ongelooflijk kostbaar was. De economie had er dus weinig baat bij dat Dirk zijn tijd zat te verspillen in de wachtkamer van een dokter.
Vandaag lagen de kaarten anders. Enkele weken geleden verloor Dirk zijn eetlust omdat hij zich bijna voortdurend zeeziek voelde. Vreemd, gezien het al even geleden was dat hij zich in maritieme sferen had begeven. Toen hij ook nog eens verschrikkelijke jeuk kreeg aan zijn benen, besloot hij er toch een dokter bij te halen. Mannen en vrouwen van zijn stand hebben vaak een lijfarts, maar Dirk vond dat een onnodige kost omdat hij zelden of nooit ziek werd. Zijn kostenefficiënte aanpak, zowel op professioneel vlak als in zijn privéleven, was volgens hem een van de sleutelfactoren van zijn succes.
De huisarts die hem uiteindelijk onderzocht, stuurde Dirk meteen naar een oncoloog. Die sprak na enkele scans en onderzoeken het beenharde verdict uit: pancreaskanker. Stadium vier. Uitgezaaid. Nog enkele maanden, in het beste geval een jaar te leven.
Als een verrassing kwam het niet helemaal. Dirk had altijd met plezier een glas gedronken, tafelde graag uitgebreid en rookte af en toe als de stress hem overmande. Hij was bovendien het type dat drie ovenschotels mocht binnenwerken, gewicht kwam er nooit bij. Voor sport was er helemaal geen tijd. Hij had zich altijd smalend uitgelaten over CEO’s die klaarblijkelijk tijd te veel hadden dat ze marathons konden lopen. Hij kreeg nu een beetje spijt van die uitspraken.
Dirks goede vriend Laurent, ook zijn advocaat, wist niet goed hoe te reageren op het doodsvonnis. Het was uitzonderlijk dat die spraakwaterval droogviel. Om toch maar iets te zeggen, raadde Laurent hem aan een second opinion te nemen. En zo kwam het dat Dirk vandaag in een wachtkamer in het University of Texas MD Anderson Cancer Center zat. De wereldvermaarde professor Gregory Andrews behandelde aan deze universiteitskliniek vergevorderde pancreaskankers met een experimentele immunotherapie. De resultaten waren tot dusver spectaculair. De meeste patiënten verdubbelden hun voorspelde levenstijd. Zoals dat gaat met experimenten, waren er ook risico’s. Een handvol patiënten had binnen de twee weken het loodje gelegd. Iets met een slechte reactie van bepaalde eiwitten op de antistoffen, je moest er wat geluk mee hebben. Dirk besloot zijn kans te wagen, hoewel er een stevig prijskaartje aan zijn laatste strohalm bengelde. Op basis van zijn maandloon had hij ruwweg berekend dat hij er ongeveer zeventien minuten zou moeten voor werken. Dat kon hij dus wel hebben.
Eerder die week onderging Dirk al enkele tests, vandaag vond het intakegesprek plaats. ‘Intakegesprek’ was niet meer dan een mooi woord voor een babbeltje waarin meegedeeld werd of hij al of niet in aanmerking kwam voor de experimentele therapie. Dirk was wat nerveus. Niet voor wat moest komen, wel voor de onwennige situatie waarin hij zich bevond. Al dertig jaar was Dirk de persoon op wie andere mensen op moesten wachten. Hij die op iemand anders moest wachten, voelde heel bevreemdend aan. Er waren immers al veertig minuten van zijn kostbare tijd weggetikt, zonder dat er iets productiefs tegenover werd gezet. Zijn dwangmatige drang om de tijd naar zijn hand te zetten, vond zijn oorsprong in een cursus economie die hij ooit volgde. In het handboek werd een hoofdstuk gewijd aan het concept opportuniteitskosten. Er werd beschreven dat wanneer je een economische keuze maakte, het belangrijk was om bij de verschillende mogelijkheden de gevolgen, of kosten, in rekening te brengen. In het handboek werd studeren als voorbeeld meegegeven. Je kunt een vierjarige masteropleiding volgen, waardoor je je kansen op een goedbetaalde job verhoogt. Maar je kunt ook gewoon vier jaar werken en centen verdienen, weliswaar als laaggeschoolde. Als je kiest om te studeren, dan is je opportuniteitskost vier jaar loon. Maar als je weet dat je met een diploma die vier jaar laaggeschoolde arbeid snel goed kunt maken, dan is studeren die opportuniteitskost wel waard. Dirk was geobsedeerd geraakt door het concept van opportuniteitskosten, en begon het op een ongezonde manier toe te passen in zijn dagelijkse leven. Louter economisch gezien was het in Dirks ogen dus rationeel om een nacht door te werken en geen tijd te spenderen met zijn gezin, want als Dirk goed zijn kost verdiende, dan zou zijn gezin daarvan meeprofiteren. Zijn manier van denken had ervoor gezorgd dat hij zich de dure dokter aan het eind van de gang kon permitteren, maar ook dat hij moederziel alleen in diens wachtkamer zat.
Aan de ingang van het gebouw had hij zijn telefoon uitgeschakeld omdat er zo’n verbodsbordje stond. Hoewel hij al zeker vijf mensen had gezien die toch op hun toestel bezig waren, liet hij plichtbewust zijn smartphone in zijn binnenzak zitten. Hij dacht aan de tientallen mails die nu ongetwijfeld binnenstroomden. Hij zuchtte en gooide nog maar eens een blik op de klok. Met zijn wachttijd had hij de therapieën van de twee andere patiënten in de wachtzaal kunnen betalen, besefte hij. Zijn bloeddruk steeg enkele punten.
Dirk had wel een boek en een paar tijdschriften in zijn aktetas zitten, dus hij had kunnen lezen om de tijd wat te doden. Heel plichtbewust had Dirk altijd lectuur bij, want je wist nooit welk oponthoud zijn kostbare tijd zou verspillen. Dirk las alles wat hij in zijn handen kon krijgen: businessboeken, wetenschappelijke magazines, zakenkranten, romans, non-fictie en ook populaire tijdschriften. Alles wat hem maar kon helpen om vat op de wereld te krijgen. Maar in zijn hoofd raasde er nu een tornado aan gedachten die hem belette geconcentreerd te kunnen lezen. Bovendien ging hij er al veertig minuten van uit dat het nu wel ieder moment zijn beurt zou zijn om de praktijk te mogen binnenstappen.
 
Wendy Clarkson stak haar neus binnen in de wachtruimte. Vandaag startte ze als kersvers administratief assistente van professor Andrews. Ze had die ochtend rond de koffieautomaat al enkele roddels over de professor opgevangen. Op basis daarvan had ze een beeld van hem gevormd: een perfectionist die niet vies was van een misogyne opmerking, beperkt empathisch vermogen maar onmiskenbaar geniaal. De schijnbaar intimiderende persoonlijkheid van haar nieuwe werkgever maakte Wendy niet bepaald zenuwachtig. Want tot nu toe verliep haar ochtend vlekkeloos. De professor had haar zelfs al gecomplimenteerd op haar stiptheid (ze was een uur te vroeg). Nee, het was MedEx Pro dat haar nerveus maakte. Het verouderde softwarepakket, dat gebruikt werd om de medische dossiers te beheren, deed al negen jaar dienst in het Cancer Center. Verschillende dokters en bedienden hadden al meermaals geklaagd bij het management om over te stappen naar een nieuwere, gebruiksvriendelijkere applicatie. De IT-afdeling had al enkele offertes opgevraagd, maar verder dan dat kwam het niet. Het probleem was dat de omschakeling naar een nieuw systeem het dossierbeheer van het Anderson Cancer Center op zijn minst een week zou platleggen. En dat in de veronderstelling dat alles goed zou verlopen, wat meestal niet het geval is bij zo’n softwaretransitie. Onverantwoord, vond het management. Op enkele kleine misverstanden na, waren er nog nooit grote problemen voorgekomen ten gevolge van de weinig gebruiksvriendelijke software. En MedEx Pro was het goedkoopste pakket op de markt. Dus hield het management het been stijf. Waardoor het personeel het verwarrende en onoverzichtelijke gebruikersscherm voor lief moest nemen.
Wendy had die ochtend al drie patiëntendossiers probleemloos klaargezet voor professor Andrews. Een vals gevoel van veiligheid maakte zich van haar meester. Uiteraard maakte ze toen de fatale fout. Ze had het dossier van Dirk netjes open geklikt op haar computerscherm, maar was vergeten op het knopje “Sync To Other Device” te klikken. Had ze dat wel gedaan, dan stond nu het dossier van Dirk open op het scherm van professor Andrews. In de plaats daarvan stond nog steeds het dossier van de vorige patiënt open, meneer Lopez.
Zich niet bewust van die noodlottige uitschuiver, stond Wendy nu dus in de wachtkamer.
“Mister Vervaecke, kunt u met mij meekomen? De professor verwacht u.”
Dirk ontwaakte uit een dagdroom en besefte dat het heel lang geleden was dat hij nog eens gedagdroomd had. Wachten is zo slecht nog niet, dacht hij, maar meteen verwierp hij die gekke gedachte. Een halve seconde later stond hij op en volgde Miss Clarkson de gang in.
Onderweg naar het dokterskabinet, hinkte Dirk op twee gedachten. In het eerste scenario zouden zijn testresultaten goed genoeg zijn om meteen van start te gaan met de immunotherapie. In het tweede scenario zouden zijn waarden twijfelachtig zijn, en zouden bijkomende testen moeten uitklaren of hij al dan niet in aanmerking kwam voor de therapie. Bij het tweede scenario troostte hij zich met de gedachte dat hij de professor wel zou kunnen overtuigen om hem toch in het experiment te laten stappen. Dirk had immers een blind vertrouwen in zijn eigen onderhandelingskunsten. Zijn onmetelijke fortuin was daar de voornaamste getuige van. Aan het derde scenario, waarin zijn toestand te slecht was om in aanmerking te komen voor de therapie, wou Dirk even niet denken.
Miss Clarkson zwaaide de deur van de dokterspraktijk open en kondigde Dirk aan bij de professor. Ze nam afscheid met een brede smile. Dirk stapte het kabinet binnen. De kamerhoge ramen boden een magnifiek uitzicht over de stad Houston en hulden de ruimte in licht. De witte muren en het moderne, minimalistische interieur gaven Dirk niet de indruk dat hij zich in een dokterskabinet bevond. Alhoewel, de kunststof modelpancreas op het bureau gaf het wel weg.
“Mooi stukje vastgoed dat u hier heeft,” stak Dirk van wal, wijzend naar het stedelijke panorama.
“Dat uitzicht went op den duur wel hoor”, zei Andrews zakelijk en stak zijn hand uit. “Professor Andrews, aangenaam. Gaat u zitten.”
Dirk schudde zijn hand en plofte zich op de wishbone stoel.
“Ik heb een vastgoedbedrijf, en ik kan u verzekeren dat een locatie zoals deze goud waard is. Het is te zeggen, ik ken de stad natuurlijk niet zo goed, maar dit lijkt mij best een goede buurt…”
De professor negeerde de smalltalk en bestudeerde zijn computerscherm. Zijn ogen schoten alle richtingen uit en hij klikte nerveus enkele dingen aan. Na een haast onwaarneembare knik, richtte hij zich terug tot Dirk.
“Meneer Vervaecke, ik zal u niet langer in spanning houden. Ik heb goed nieuws voor u. We zien in ons onderzoek dat het aantal kankercellen achteruitgaat. Dat betekent dat de behandeling aanslaat. Nu, dat is nog geen reden om euforisch te zijn. We hebben nog een lange weg te gaan. Maar we hebben al een eerste stap in de goede richting gezet.”
Een warm, hoopgevend gevoel borrelde in Dirk op. Maar al snel nam de rede het over.
“Hoe bedoelt u, de behandeling slaat aan?”
“Wel, de eerste sessie immunotherapie die u heeft ondergaan, doet zijn werk.”
“Maar… ik heb nog helemaal niets toegediend gekregen.”
“Hoezo… U hebt toch…” De professor wendde zijn blik naar het computerscherm. “Oh… Ik zie het al… Dit is… Dit is een misverstand. Kunt u mij even excuseren.” De professor was duidelijk van zijn melk. Hij stoof zijn praktijk uit.
Dirk hoorde gedempte schreeuwen. Het was professor Andrews die Wendy de mantel uitveegde omdat ze het patiëntendossier niet gesynchroniseerd had. Andrews was eigenlijk vooral beschaamd dat hij zelf niet in de smiezen had dat hij naar het dossier van zijn vorige patiënt aan het kijken was. Zijn eergevoel was gekrenkt en in een waas van impulsiviteit ontsloeg hij arme Wendy op haar eerste dag. Andrews was wel zo slim om er een draai aan te geven dat ze de psychologische integriteit van de patiënt in gedrang had gebracht, want door haar schuld had hij een patiënt verteld dat er nog hoop is, terwijl die stakker hooguit zes maanden te leven had.
Nadat de professor Wendy de opdracht gaf haar spullen te nemen en haar badge bij HR af te geven, keerde hij terug naar zijn kabinet. Hij nam plaats achter zijn bureau, veegde een imaginair stofje van zijn kunstpancreas en schraapte toen zijn keel.
“Meneer Vervaecke. Mijn excuses van daarnet. Op mijn computerscherm stond het dossier open van de vorige patiënt. Ik moet u helaas teleurstellen. Uw kanker is te ver gevorderd om in aanmerking te komen voor onze therapie. Ziet u, de kankercellen zijn al uitgewaaierd op enkele andere vitale organen, waardoor we heel realistisch moeten zijn: u bent terminaal. Ik schat dat u ruwweg nog een maand of zeven, misschien acht te leven hebt. Uw lichaam verkeert in een totale oorlog die u, helaas, niet meer kunt winnen.” De professor opende een lade en haalde er een foldertje uit. “Daarom raden we u zeker aan om contact te nemen met onze palliatieve dienst…”
Andrews zette zijn ingestudeerde praatje verder, maar zijn woorden deemsterden langzaam weg, alsof iemand de volumeknop geleidelijk dichtdraaide. Dirk staarde voor zich uit terwijl een golf van machteloosheid hem overspoelde. Hij wou zijn kanker aanpakken zoals hij elk obstakel op zijn levensweg omzeilde: er genoeg geld tegenaan gooien tot het pad zich vanzelf effende. Maar deze keer zou dat geen zoden aan de dijk brengen. Hij had de beste dokter ter wereld een aardige som toegestopt en die zag er zelfs geen beginnen aan. Zijn onmetelijke fortuin ten spijt: Dirks dood was nu onafwendbaar.
Vond je deze editie leuk? Ja Nee
Tijs
Tijs @tijs_d

Ik ben Tijs en ik schreef mijn debuutroman, Dag van de vrede. In deze nieuwsbrief ontdek je hoe ik van een embryonaal idee tot een gepubliceerd boek kom.

Klik hier om je uit te schrijven.
Als deze nieuwsbrief doorgestuurd is en je wilt je aanmelden, klik dan hier.
Created with Revue by Twitter.