View profile

CTRL ALT DELETE #85 - Laat tech-bedrijven monopoliepositie behouden

Revue
 
Goedemorgen beste lezer, Ik ben momenteel aan het lezen over hoe het systeem van de aandachtseconomie
 

CTRL ALT DELETE

September 16 · Issue #85 · View online
CTRL, ALT, DELETE is een tweewekelijks openbaar notitieboekje waarin je mee kunt lezen met de aantekeningen die Sanne van der Beek maakt tijdens het schrijven van haar boek over het verbeteren van onze relatie met onze smartphone. Herontwerp van onze tech én van onszelf: hoe doe je dat? Meer vind je op www.sannevanderbeek.nl

Goedemorgen beste lezer,
Ik ben momenteel aan het lezen over hoe het systeem van de aandachtseconomie dat ons nu zo in de grip houdt doorbroken kan worden. Liggen oplossingen hiervoor in een nieuw businessmodel, in een maatschappelijke tegenbeweging of/en in wetgeving vanuit de overheid? 
Deze week deel ik wat nieuwe ideeën die ik heb opgedaan over hoe regulering vanuit overheidswege wel én niet kan werken. Moeten we de grote techreuzen bijvoorbeeld dwingen tot opbreken in kleinere bedrijven of is dat toch niet zo'n goed idee? En haalt het opleggen van boetes - zoals de megaboete aan Google eerder dit jaar - eigenlijk wat uit? Of ligt de toekomst misschien in het decentraliseren van ons internet?
Zoals je uit deze nieuwsbrief zult merken, bij elke oplossing zijn veel mitsen en maren, met name door het specifieke karakter van de grondstof waarop de techreuzen draaien: data. 
Mocht je overigens leestips hebben voor alternatieve businessmodellen voor de aandachtseconomie, dan hoor ik ze graag! Echte alternatieven kan ik tot nu namelijk nog niet vinden. 
Veel leesplezier!

Laat tech-bedrijven hun monopolie behouden
Vorige week schreef ik over hoe er steeds meer stemmen opgaan om de Frightful Five - de vijf grote technologiereuzen: Google/Alphabet, Facebook, Apple, Amazon en Microsoft - op te breken in kleinere bedrijven om zo hun monopoliepositie te doorbreken. Iets dat niet uniek zou zijn in de geschiedenis: oliemaatschappij Standard Oil werd in 1911 al gedwongen door de Amerikaanse overheid om op te breken in tientallen kleinere bedrijven. 
Maar gooien we zo niet het kind met het badwater weg, vraagt Jonathan Taplin zich af. Taplin is een interessante vent als voormalig manager van rockbands, filmproducer en nu academicus gespecialiseerd in digitale media en auteur van het boek ‘Move Fast and Break Things’ (2017). 
Voor het bestaan van AT&T kon het zo zijn dat er wel 20 soorten telefoondraadjes naar een groot kantorengebouw liepen, afkomstig van 20 verschillende telefoniemaatschappijen. Je kunt je voorstellen dat dit niet echt efficiëntie in de hand werkte. AT&T kon - net als Facebook met Whatsapp of Google met Youtube - de kleinere concurrenten op een gegeven moment opkopen en werd zo zelfs het grootste telefoniebedrijf ter wereld met een onbetwist monopolie. 
De Amerikaanse overheid stond dit monopolie toe, maar onder toezicht van de Federale Communicatie Commissie die maximale prijzen oplegde en tevens de eis stelde dat AT&T een gedeelte van hun winst besteedde aan onderzoek. Hierdoor zette in 1925 At&T Bell Labs op om onderzoek te doen naar de volgende generatie communicatietechnologie. Dat leverde o.a. de transistor, de microchip, zonnecel, magnetron, laser en mobiele telefonie op, wat weer werd beloond met maar liefst acht Nobelprijzen.  
In 1956 werd daar een grote eis aan toegevoegd om dat monopolie te mogen behouden. Alle octrooien die Bell Lab in het verleden had laten registreren moesten nu vrij toegankelijk gemaakt worden voor andere bedrijven en ook alle octrooien die het in de toekomst nog zou licenceren, moesten - tegen betaling van een klein bedrag - te gebruiken zijn door andere bedrijven. Het leidde tot een enorme innovatiegolf in de V.S. stelt dit onderzoek van Yale University waar vele bedrijven zoals Motorola uit voortkwamen.
Taplin vraagt zich in zijn column af of het laten behouden van de monopoliepositie - al dan niet gereguleerd - van de Frighful Five ons dan ook niet voordelen zou kunnen opleveren. 
[…]  an exception for “natural” monopolies, like telephone, water and power companies and railroads, where it made sense to have one or a few companies in control of an industry. […]
Could it be that these companies — and Google in particular — have become natural monopolies by supplying an entire market’s demand for a service, at a price lower than what would be offered by two competing firms? And if so, is it time to regulate them like public utilities?
Opbreken of beboeten tech-monopolies heeft geen zin
Ook technologiecriticus Evgeny Morozov stelt dat we niet te licht moeten denken over het opbreken van de techreuzen in babybedrijfjes. Het grote verschil tussen de monopolie van Standard Oil en die van Facebook en Google is namelijk de grondstof waarmee deze bedrijven werken. Data is iets heel anders dan olie. Dat zit ’m in het netwerkeffect: hoe meer data je bezit, hoe beter je product wordt. Hoe meer data Google van haar gebruikers bezit, hoe beter de zoekfunctie kan werken. 
Morozov schrijft dan ook:
[…] een bedrijf dat 100 procent van ’s werelds data beheert, kan dingen doen die een bedrijf dat maar 20 procent beheert niet kan (vooral op het gebied van AI, die het van data moet hebben). […]
Als we echt alle inzichten willen benutten die we krijgen door verschillende dataverzamelingen te koppelen, dan spreekt het vanzelf dat data op één plaats thuishoren 
Natuurlijk hoeft die ene plaats waar data worden verzameld, niet een groot technologiebedrijf als Google te zijn. Morozov stelt bijvoorbeeld een nationaal of pan-Europees datafonds voor dat gezamenlijk eigendom is van alle burgers. Bedrijven die in deze situatie gebruik van deze data willen maken om een nieuwe dienst of product te ontwikkelen moeten dan betalen voor het gebruik hiervan.
In zijn stuk plaatst Morozov ook kanttekens bij een andere manier van reguleren: het opleggen van boetes. Denk bijvoorbeeld aan de whopping 2,7 miljard dollar die de Europese commissie dit jaar oplegde aan Googles moederbedrijf Alphabet omdat het z'n monopoliepositie misbruikte door de eigen winkeldienst Google Shopping voor te trekken in de zoekresultaten. Maar zo'n boete - hoe hoog ie ook lijkt - gaat weinig effect hebben stelt Morozov, omdat het een businessmodel van Alphabet beboet dat allang passé is. 
Alphabet verdient nog altijd het meest aan de advertentie-inkomsten uit zoekopdrachten, maar het bedrijf richt zich nu vooral op de ontwikkeling van A.I. op basis van de data die het al heeft verzameld. De combinatie van zoekmachine en reclame die we nu zien, is dus eigenlijk nog maar een vroege fase uit de evolutie van Alphabet. 
Het probleem met de regulering van technologiebedrijven is dat ze na elke strenge nieuwe regel uiteindelijk wel weer een innovatieve uitweg vinden, vaak door over te stappen op weer nieuwere, nog niet gereguleerde technologieën. Bij regelgeving die door weinig anders dan economische dogma’s wordt ingegeven, bestaat zelfs het gevaar dat de zoektocht van technologiebedrijven naar eeuwige ontwrichting wordt aangewakkerd: in plaats van te zwichten voor de toezichthouders, geven ze liever hun oude bedrijfsmodel op. […]  Op een dag gaat Alphabet zijn zoekbalk toch al opdoeken.
En decentralisering gaat 'm ook niet worden
Een ander idee om de monopolie-positie van de techreuzen tegen te gaan, zou een alternatief van gedecentraliseerde sociale netwerken kunnen zijn. Drie onderzoekers van MIT Medialab onderzochten de potentie van een gedecentraliseerd web. Dit zou dan werken op de manier van cryptovaluta zoals bitcoin, waarbij niet één instantie of bedrijf het netwerk beheerst. 
Instead of corporate-owned platforms, users could meet, flirt, argue, and share in user-run community forums. 
Het ideaal is dan om zo terug te keren naar de goede oude begintijd van het internet, toen je dit nog vrijelijk kon gebruiken zonder de tussenkomst van grote platformbedrijven die nu de toegangspoorten tot het internet reguleren. 
Nu zijn er al zulke gedecentraliseerde netwerken. Mastodon (een alternatief voor Twitter), Blockstack (een omgeving waarop je je data en apps zelf kunt runnen) en Steemit (een soort Reddit). Maar er is een reden waarom je waarschijnlijk nog nooit hiervan gehoord hebt. We worden lid van sociale netwerken - what’s in a name…- omdat onze vrienden er lid van zijn. En denk ook aan wat ik eerder schreef over Nir Eyals investeer-effect: als je eenmaal aan Facebooks omgeving gewend bent, moet je reuze gemotiveerd zijn om je het ontwerp van een nieuw sociaal netwerk zo eigen te maken dat je hetzelfde gebruiksgemak ervaart. 
Gebruiksgemak is ook op een andere manier een drempel. Een gedecentraliseerd sociaal netwerk legt niet alleen de macht bij de gebruiker neer, maar ook een portie van het werk. En of de meeste mensen daar nu op zitten te wachten…(nee…):
Most users not want to run their own web servers or social network nodes. They want to engage with the web through friendlier platforms, and these platforms will be constrained by the same forces that drive consolidation today.
Bovendien zitten er serieuze veiligheidsrisico’s aan het gebruik van cryptotechnologie in combinatie met sociale netwerken. Dat zou je op het eerste gezicht wellicht niet zeggen, maar juist de anonieme omgeving waarbij je niet terug te traceren bent naar een offline identiteit kan voor problemen zorgen:
These platforms also pose new security threats. Decentralized networks generally allow anyone to join and don’t link accounts to real-world identities like phone numbers. These systems often use public key cryptography to ensure account security. But managing public keys is hard for most users, and building software that is both cryptographically secure and easy to use is difficult.
Kortom, de onderzoekers van MIT Medialab zien met grote spijt nog geen redelijk alternatief in gedecentraliseerde sociale netwerken. 
Fijn weekend!
Enne, als je leestips hebt over alternatieve businessmodellen, regulering of hoe protest vanuit een maatschappelijke tegenbeweging wél werkt, dan hoor ik dat graag!
P.S. Je kunt m'n online ik straks in een museum zien!
Ontwerper Mieke Gerritzen vroeg zich af wat vriendschap nog betekent in een tijd waarin je 5000 vrienden op Facebook kunt hebben. Daarom nam ze haar 800 Facebookvrienden door en selecteerde 150 (het maximale aantal vriendschappen dat een persoon tegelijkertijd kan hebben) vrienden die haar echte sociale netwerk vormen en vereeuwigde de profielfoto’s hiervan in schilderijen. 
My Friends“ wordt tentoongesteld op de tentoonstelling Materialising the Internet in MU Eindhoven van 6 oktober t/m 12 november. De tentoonstelling is ook te zien tijdens de Dutch Design Week (21-29 okt).
Did you enjoy this issue?
If you don't want these updates anymore, please unsubscribe here
If you were forwarded this newsletter and you like it, you can subscribe here
Powered by Revue