View profile

CTRL ALT DELETE #73: Accepteer het, jij bent je technologie

Revue
 
Deze week heb ik het werk van de Nederlandse techniekfilosoof Peter Paul Verbeek uitgeplozen. Verbeek
 

CTRL ALT DELETE

May 20 · Issue #73 · View online
CTRL, ALT, DELETE is een tweewekelijks openbaar notitieboekje waarin je mee kunt lezen met de aantekeningen die Sanne van der Beek maakt tijdens het schrijven van haar boek over het verbeteren van onze relatie met onze smartphone. Herontwerp van onze tech én van onszelf: hoe doe je dat? Meer vind je op www.sannevanderbeek.nl

Deze week heb ik het werk van de Nederlandse techniekfilosoof Peter Paul Verbeek uitgeplozen. Verbeek is hoogleraar Filosofie van Mens en Techniek en co-directeur van het DesignLab van de Universiteit Twente. Met zijn werk over de verwevenheid van mens en technologie won hij vorig jaar de World Technology Award voor Ethiek. In zijn boek ‘Op de vleugels van Icarus’ (2014) toont hij aan hoe onze moraal meebeweegt met technologische ontwikkelingen. 
Wat dat betekent? Jij bent je technologie, nog meer dan je denkt.

Accepteer het: jij bent je technologie
....en een stuk socialer eigenlijk...
Elke nieuwe technologie werpt nieuwe morele en sociale vragen op. Dat was al zo bij de lopende band, en dat is nog steeds zo bij sociale media en biotechnologie. Maar, zo schrijft Peter Paul Verbeek, de echte uitdaging van onze tijd ligt een laag dieper. Doordat we steeds meer onlosmakelijk verweven zijn met onze technologie - waar hou jij op en begint je telefoon? - heeft deze technologie ook steeds meer invloed op de moraal zelf. Kortgezegd: Technologie verandert onze normen en waarden waarmee we technologie beoordelen. 
Daarom moeten we ook veel diepergaande vragen stellen over de invloed van technologie dan we tot nu toe doen, vindt Verbeek. De discussie over technologie stopt vaak bij de vraag of een technologie wel wenselijk is, of deze niet te ver gaat. Maar waarom vragen we ons niet wat vaker af hoe deze ons verandert en hoe deze onze normen en waarden verschuift?
Als een drone gezichten zal gaan herkennen, is de vraag niet alleen of dat een bedreiging vormt voor onze privacy, maar vooral ook hoe onze normen ten aanzien van privacy erdoor zullen veranderen. Ander voorbeeld: heb jij je wel eens bedacht dat de ov-chipkaart het onmogelijk maakt om voor een ander te betalen, zoals nog wel mogelijk was met een ouderwetse strippenkaart? Willen we wel zo'n a-sociale kaart? 
Hoe dan ook: Onze technologie zit tjokvol normen en waarden. Volgens de Franse antropoloog en filosoof Bruno Latour zit in een technologie een script dat voorschrijft hoe er gehandeld moet worden. Zo eisen elektrische heggenscharen vaak dat gebruikers met beide handen een knop indrukken om verwondingen van de handen te voorkomen. 
Maar vaak heeft een technologisch script een onverwachte uitwerking. Zo blijkt de introductie van de spaarlamp paradoxaal genoeg geleid te hebben tot een hogere energieconsumptie in plaats van een lagere, omdat spaarlampen vanwege hun lage verbruik vaak worden gebruikt op plaatsen waar voorheen geen verlichting was, zoals de gevel van een huis of de tuin.
Nee echt, je BENT je technologie
Technologie verandert - of bemiddelt, zoals Verbeek het noemt - niet alleen onze ethische kaders, maar ook onze waarnemingen, handelingen en onze manier van denken en doen. Om een beetje in de smiezen te krijgen hoe dat werkt, zullen we af moeten van het idee dat technologie een tool is die je weg kunt leggen. Zoals Verbeek het zegt:
Als technologie vorm geeft aan de manier waarop wij mens zijn, dan hoort het niet thuis in de dingenwereld, maar in de mensenwereld. […] Wie gelooft dat ethiek niet alleen mensenwerk is, maar ook dingenwerk, moet erkennen dat mensen veel minder autonoom zijn dan vaak gedacht wordt.
Oef, dat is even een bittere pil om te slikken nietwaar? We hebben veel minder keuzevrijheid en vrije wil dan gedacht. 
De apparaten om ons heen kunnen op zichzelf geen morele keuzes maken. Maar het interessante is dat hetzelfde in feite ook geldt voor mensen. Net als dingen zijn ook mensen ‘op zichzelf’ nauwelijks tot iets in staat. Onze moraal komt tot stand in de netwerken van relaties die tussen mensen en technologieën ontstaan. Technologie bemiddelt dus onze moraal, maar bepaalt deze niet.
Neem bijvoorbeeld de mogelijkheid om te kunnen testen of een vrouw zwanger is van een kind met aangeboren afwijkingen. Heel fijn zou je denken, maar sinds dat die test er is MOET iedereen een keuze maken of je wel of geen gebruik wil maken van deze test. Hiermee word je opeens verantwoordelijk gemaakt voor iets - het leven van je kind met eventueel aangeboren ziektes - waarvoor je eerst nog niet verantwoordelijk was. 
Dat je minder autonoom bent dan je dacht, betekent overigens nog niet dat je ook je vrijheid kwijtraakt. Als je namelijk gaat doorzien hoe technologie je beïnvloedt, kun je actief daarmee aan de slag gaan. 
De menselijke vrijheid bestaat dan niet in een opt-out mogelijkheid, een uitweg die onze autonomie zou moeten garanderen, maar in de mogelijkheid om ons te verhouden tot de invloed die technologie op ons uitoefent en vorm te geven aan onszelf als technologisch bemiddelde wezens.
Een ethiek voor mens én tech
Als je uitgaat van onlosmakelijke verwevenheid van mens en technologie heb je natuurlijk niks aan een ethiek waarbij de mens aan de ene kant van de streep wordt geplaatst, technologie als potentiële bedreiging aan de andere kant van de streep staat, en het aan de ethiek is om erop toe te zien dat technologie de streep niet overschrijdt en zich op ongewenste manieren gaat bemoeien met de mens. 
Het idee van een scheiding tussen mens en technologie zorgt vooral voor angst, niet persé voor een bruikbare methode om een betere relatie op te bouwen met onze technologie. 
Het is deze scheiding die bijvoorbeeld de basis vormt voor het voorzorgsprincipe dat meteen aan de noodrem wil kunnen trekken op het moment dat ontwikkelingen een bedreiging voor de maatschappij kunnen gaan vormen. Het is ook de basis van een techniekethiek die vooral zoekt naar de beste manier om met de risico’s om te gaan die verbonden zijn aan nieuwe technologieën. In plaats van de verwevenheid van mens en techniek als vertrekpunt voor ethische reflectie te kiezen, beschouwen deze benaderingen technologie als een potentiële bedreiging die zo nodig met behulp van de ethiek bij mensen weggehouden moet worden.
We hebben dus een ander soort ethiek nodig. Een ethiek die per definitie a-modern is, want ja..die moderniteit, die zorgde dus juist voor de penarie waar we nu inzitten: ons idee van een strikte scheiding tussen subject en object waarbij alles rondom het subject (a.k.a. de Mensch) draait. 
En voor zo'n a-moderne ethiek kom je al snel uit bij de Oudheid, of meer specifiek: de Aristotelische deugd-ethiek. Hierin stond niet de vraag centraal of het subject wel juist of moreel aanvaardbaar handelde, maar wat een goed leven is. Vertaal dat naar technologie en dan krijg je in plaats van de vraag of een technologie moreel aanvaardbaar is (of niet), de vraag hoe een goed leven met die technologie eruit zou zien. 
En dat goede leven, dat kwam je niet zomaar aanwaaien. Dat was een kwestie van aretè, oftewel excellentie, om meesterschap in de levenskunst. 
Dus zo stelt Verbeek:
Als techniek zo’n ingrijpende rol speelt in het menselijk bestaan, dan heeft levenskunst in een technologische cultuur niet te maken met het afgrenzen en beperken, maar met de vaardigheid om vorm te geven aan de eigen bemiddelde subjectiviteit.
Verbeek noemt het beoefenen van een dergelijk meesterschap in de technologie de ‘zelfpraktijk van technologische ascese’, waarin we leren te experimenteren met 'de afstand die nodig is om een vrije verhouding tot technologie te ontwikkelen en vorm te geven aan haar impact op ons bestaan’. 
Zo'n zelfpraktijk is niet alleen op individueel niveau nodig, maar ook op collectief niveau. Technologie ziet Verbeek dan ook als een brandpunt waaromheen mensen zich verzamelen om zich te buigen over de kwaliteit van de manier waarop hun leven door deze dingen vormt krijgt. Een technologie wordt zo tot een res publica, een 'publieke zaak’. 
Zonder terug te willen keren naar een situatie waarin de staat of de kerk de vraag naar het goede leven beantwoordt, dwingt het fenomeen van morele mediatie ons te erkennen dat technologieën de vraag naar het goede leven weer terugplaatsen in de publieke ruimte - al was het maar omdat ze visies op het goede leven belichamen en er mede vorm aan geven. 
Technologie zorgt dus ervoor…
…dat een nieuwe publieke ruimte ontstaat, zoals dat eerder is gebeurd door de opkomst van andere media als de krant, de radio en de televisie. Dat is niet iets om ons alleen maar tegen te verzetten - het vergt vooral nieuwe burgerschapsvorming. Er zullen gedragscodes en vormen van etiquette moeten ontstaan, zoals die ook nu bestaan in wat voor ons op dit moment de openbare ruimte is. 
Een schone taak voor ons, fijn weekend!
Did you enjoy this issue?
If you don't want these updates anymore, please unsubscribe here
If you were forwarded this newsletter and you like it, you can subscribe here
Powered by Revue