CTRL ALT DELETE #60 - Hoe in de Google/Facebook samenleving publieke waarden het raam uit geflikkerd worden

Revue
 
Goedemorgen beste lezer,Kijk eens even naar de apps op je telefoon. Hoeveel zogenaamde platformapps h
Revue

CTRL ALT DELETE

February 4 · Issue #61 · View online
CTRL, ALT, DELETE is een tweewekelijks openbaar notitieboekje waarin je mee kunt lezen met de aantekeningen die Sanne van der Beek maakt tijdens het schrijven van haar boek over het verbeteren van onze relatie met onze smartphone. Herontwerp van onze tech én van onszelf: hoe doe je dat? Meer vind je op www.sannevanderbeek.nl

Goedemorgen beste lezer,
Kijk eens even naar de apps op je telefoon. Hoeveel zogenaamde platformapps heb jij erop staan? Denk hierbij aan buurtapps of - facebookgroepen zoals Nextdoor, taxivervoer zoals Uber, de hotelbranche a.k.a. Airbnb, het hoger onderwijs oftewel MOOCS, en de journalistiek (FakeFacebook). Deze platformapps spelen een steeds belangrijkere rol in hoe onze samenleving ingericht is.
Als we het over deze ‘platformsamenleving’ hebben, dan praten we alleen over hoe deze platforms het economisch model van sectoren hebben veranderd, of hoe ze inbreuk maken op individuele waarden zoals onze privacy. We vergeten in ons gesprek echter een heel belangrijk onderwerp volgens de schrijvers van het boek 'De platformsamenleving’ (2016) - José van Dijck, Thomas Poell en Martijn de Waal. Namelijk: hoe deze platforms ook fundamenteel veranderen wat wij als publieke waarden zien en hoe door deze commerciële platforms bepaald wordt wat onze samenleving inhoudt. 
Duik je met me mee in de gekrochten van de platformsamenleving?

Je leeft in een Google/Apple/Facebook/Amazon wereld
Ok, first things first: publieke waarden in online platforms…waar heb ik het dan over? In het boek ‘De Platformsamenleving’ wordt dit helder uitgelegd aan de hand van het voorbeeld van Uber:
Het vraagstuk rondom Uber gaat niet alleen over of de bestaande taxibranche en haar passagiers bescherming verdienen, maar over een bredere vraag: hoe kunnen wij bij de organisatie van het personenvervoer in de platformsamenleving de publieke belangen het best behartigen? Zoals kwaliteit en betaalbaarheid van het vervoer, alsook de toegankelijkheid en de duurzaamheid daarvan. Hoe kan de veiligheid van de passagiers het beste worden gegarandeerd? Welke organisatievorm zorgt ervoor dat ook burgers die in wat meer afgelegen of commercieel minder aantrekkelijke gebieden wonen, toegang houden? Op welke manier draagt de organisatie van het personenvervoer het meest bij aan de vergroening van de economie? 
Je ziet het, het gaat bij al onze online platforms om de grote vraag welke waarden we belangrijk vinden om onze samenleving op in te richten: duurzaamheid, een sociaal inclusieve samenleving, vrije markt e.d. Het lijkt wel politiek…
Nu is het zo dat veel platforms, zoals Uber, Airbnb en Facebook, in de kern gericht zijn op winst maken. Hun waarden zijn dus commerciële waarden, in plaats van het behartigen van publieke belangen. Niet verwonderlijk natuurlijk, maar wel een probleem. Zeker als een klein aantal grote Amerikaanse platforms een (bijna) monopoliepositie hebben veroverd in hun sector, zoals Facebook in sociale netwerken, Google in zoekmachines en online video (Youtube) en Amazon in cloud-software. 
Maar het écht grote probleem is dat dit kleine aantal grote Amerikaanse platforms, de zogenaamde GAFA (Google.Apple, Facebook en Amazon), niet alleen een enorme machtspositie hebben in hun 'eigen’ sector, maar ook daarbuiten. 
De verschillende platforms staan namelijk doorgaans niet op zichzelf, ze zijn op allerlei manieren met elkaar verbonden. Andere (kleinere) platforms maken bijvoorbeeld voor het inloggen gebruik van Facebook en Google+ profielen, zijn voor hun inkomsten afhankelijk van Googles advertentienetwerken of voor hun zichtbaarheid van Googles zoekmachine. 
Hier heb je dus het grote verschil met het eerste decennium in hun bestaan: De Grote GAFA platforms zijn niet meer simpelweg aanbieders van onlineservices, maar zijn nu vooral databedrijven geworden. 
Ze positioneren zich steeds nadrukkelijker als knooppunten en regelaars van het sociale en dataverkeer in dit ecosysteem. Nieuwe kleine platforms, websites en mobiele applicaties lijken op het eerste gezicht vaak onafhankelijke spelers, maar blijken bij nader inzien op allerlei manieren ingekapseld in het ecosysteem waarin de grote spelers de spelregels bepalen. 
Als gebruiker én aanbieder van een online platform is het nu dus ongeveer onmogelijk om je buiten dit commercieel gedreven platformuniversum te plaatsen. Zelfs non-profit en overheidsplatforms maken gebruik van dat op commerciële leest geschoeide ecosysteem. Hierdoor is er in de Platformsamenleving nauwelijks echt publieke ruimte te vinden.
Geen nieuws, maar databedrijf=geen verantwoording
Ok, de situatie is dus zo dat we steeds meer gebruik maken van allerlei platforms, die echter continue naar een paar grote commerciële spelers teruggesluisd worden, waardoor er geen aparte publieke ruimte is waarin andere spelers wel publieke waarden kunnen behartigen. 
Je zou al snel met de vinger naar de overheid wijzen: Jij bent de behartiger van publieke waarden bij uitstek dus kom op, regel het eens even! Vergelijk het maar met de ontwikkeling van televisie waar in Nederland en Europa wél publieke ruimte werd gecreëerd door een gedeelte van de ether te reserveren voor publieke omroepen, gefinancierd met overheidsgeld.
Maar in de Platformsamenleving gaat dat niet zo makkelijk. Voor de overheid (en andere instanties die publieke en burgerrechten behartigen) is het ontzettend moeilijk om controle uit te oefenen op de Grote Platforms.
Soms komt dat doordat algoritmes en protocollen de sturing van hun gebruikers onzichtbaar maken, soms omdat nationale of lokale wetgeving ontoereikend is om mondiaal opererende sites te reguleren, en soms omdat het ecosysteem van platformen te ingewikkeld is om bijvoorbeeld machtsconcentraties te herkennen. Ook is het lastig om internationaal opererende platformbedrijven verantwoording af te laten leggen over hun impact op lokale schaal, bijvoorbeeld door de data die zij verzamelen openbaar te maken. 
Maar het belangrijkste is dat online platforms een status aparte krijgen, doordat ze databedrijven zijn i.p.v. een service leveren. Zo wil Uber geen vervoersbedrijf – laat staan een taxidienst – genoemd worden. In plaats daarvan omschrijft het zichzelf als ‘technologiebedrijf dat passagiers verbindt met chauffeurs’. En Facebook weigert (tot voor kort) zichzelf te zien als nieuwsmedium. Op deze manier weigeren platforms niet alleen deel uit te maken van de sector die ze faciliteren (zodat dus ook de wetgeving die geldt in die sector niet van toepassing op hen is…), maar kun je ze ook niet verantwoordelijk houden voor publieke waarden. 
Een krant heeft een maatschappelijke verantwoordelijkheid om nieuws op een objectieve en waarheidsgetrouwe manier te brengen om zo het publiek te informeren. In FakeFacebook is dat echter een zaak van de gebruiker. 
De vraag of mensen al dan niet blootgesteld willen worden aan tegenstrijdige opvattingen, is voor Facebook geen publiek belang dat door het bedrijf behartigd moet worden, maar allereerst een individuele keuze van gebruikers. Het selectiemechanisme van Facebook weerspiegelt zo een libertaire opvatting over de rol van individuen en instituties in de nieuwsvoorziening die duidelijk afwijkt van de professionele normen die gangbaar zijn in de journalistiek. Platformmechanismen kunnen zo de informatievoorziening aan burgers in een bepaalde richting sturen, zonder dat hier veel debat over is. 
Welkom in de design-pinballmachine
Ik heb al eerder geschreven over hoe het ontwerp van veel van onze technologie gericht is op het vasthouden van je aandacht, zodat je zo lang mogelijk op hun platform blijft, en je zoveel mogelijk herhaalbezoeken doet.
Ook in de Platformsamenleving zit je als gebruiker vast als balletje in een pinballautomaat in de manier van hoe de online platforms zijn ontworpen.
Je kent vast de frase ‘big data is het nieuwe goud’. Eigenlijk is dat heel misleidend. Dat veronderstelt namelijk dat data ruwe grondstof is. Maar data bestaan niet onafhankelijk van de technologische omgeving waarin ze geproduceerd, verwerkt en geanalyseerd worden. Dus dat betekent dat platforms niet enkel met hun data METEN wat hun gebruikers doen, denken en voelen, maar tegelijkertijd vorm geven hieraan. Simpel gezegd: het ontwerp van de online platforms bepaalt hoe jij je kunt uiten. 
Technieken van posten, tweeten, liken en retweeten geven burgers niet slechts de mogelijkheid om ideeën, observaties en emoties te uiten en te delen. Net als emoticons zijn het voorgevormde activiteiten: de knoppen sturen hoe gebruikers zich kunnen uiten en delen.
Kortom: in het ontwerp van platforms zitten al allerlei waarden ingebakken op basis waarvan je als burger gestuurd wordt in je mogelijkheid om je te uiten op een publieke manier. 
Dat er allerlei waarden ingebakken zitten in de platforms wordt nog eens extra duidelijk als je kijkt naar wat ze doen: ze bepalen wat gecommodificeerd wordt, a.k.a. waaraan een prijskaartje gehangen wordt. 
Platformen maken het mogelijk om informele ruimte, goederen of interacties te vermarkten door ze in data om te zetten. Zo zijn gesprekken van tieners op het schoolplein schijnbaar handelingen zonder economische waarde. Door die interactie naar Facebook te verplaatsen, worden dergelijke gesprekken omgezet in handelswaar.
En mocht je als gebruiker nu volgens jouw (publieke) waarden een online platform willen gebruiken, dan kan dat bijna niet. Jij mag wel een inclusieve, sociale samenleving voorstaan met gelijke kansen voor iedereen, als gebruiker van online platforms krijg je een heel andere samenleving voorgeschoteld:
In eerste instantie presenteerden platformen zich als neutrale kanalen die enkel communicatie en het delen van diensten faciliteren.[…] Maar de selectiemechanismen [welke onderwerpen, objecten of actoren als relevant worden bestempeld] van platformen zijn lang niet zo egalitair en democratisch als wordt verondersteld. Deze mechanismen versterken vooral de aandacht voor populaire onderwerpen en diensten. Bovendien spelen een relatief klein aantal gebruikers – namelijk degenen die veel volgers, vrienden of klanten hebben en van wie berichten en diensten veel reacties oproepen – een invloedrijke rol. Aangezien platformen automatisch materiaal en diensten promoten die veel activiteit genereren, wordt de populariteit van topgebruikers alleen maar verder versterkt. Dit wordt het richer get richer effect genoemd.
Een interessante ontwikkeling hierin is de massale #DeleteUber actie van afgelopen week waarbij veel Amerikaanse gebruikers hun Uber-account verwijderden omdat Uber naar hun zin te veel het beleid van Trump, en dan met name het inreisverbod, steunt. Zien we in dit protest een eerste aanzet tot het weer terugeisen van een publieke samenleving op voorwaarden van gebruikers in plaats van platforms?
Een heel fijn weekend!
Did you enjoy this issue?
Thumbs up 1ae5a7bdfcd3220e2b376aa0c1607bc5edaba758e5dd83b482d03965219a220b Thumbs down e13779fa29e2935b47488fb8f82977fedcf689a0cc0cc3c19fa3c6bb14d1493b
Carefully curated by CTRL ALT DELETE with Revue.
If you were forwarded this newsletter and you like it, you can subscribe here.
If you don't want these updates anymore, please unsubscribe here.