Bekijk profielpagina

The New News Consumer - Editie #24

Revue
 
 

The New News Consumer

4 juli · Editie #24 · Bekijk online

Elke maand sturen we updates over ons project The New News Consumer (www.news-use.com) en geven we een overzicht van de laatste ontwikkelingen op het gebied van (onderzoek naar) nieuwsgebruik.


1. Onderzoek door ons
Haven’t you heard?: Connecting through news and journalism in everyday life
Wat betekent veranderend nieuwsgebruik voor de verbindende rol van nieuws in de samenleving? Deze kwestie vormt de kern van het proefschrift van Joëlle Swart, dat zij op donderdag 28 juni 2018 met succes heeft verdedigd. Haar gehele proefschrift is hier te lezen en hier vindt u de blog die professor Bart Brouwers (RUG) over het proefschrift schreef voor De Nieuwe Reporter. Hieronder volgt de officiële samenvatting.
Samenvatting
Van Facebook tot nieuwsapps en uitgesteld kijken: nog nooit had de Nederlandse nieuwsgebruiker de keuze uit zo’n groot nieuwsaanbod. Daardoor ontstaan vele nieuwe routines, van het checkrondje op de smartphone tot het delen van nieuws in WhatsApp-groepen. Zulk veranderend nieuwsgewoonten beïnvloeden niet alleen hoe gebruikers zich informeren, maar hebben ook impact op de sociale functie van nieuws. De maatschappelijke relevantie van de journalistiek is van oudsher verbonden aan het verbinden van de privésfeer van gebruikers met de publieke wereld. Traditionele media hebben echter in toenemende mate te maken met concurrentie van alternatieve nieuwsbronnen. Als gebruikers zich ook via vrienden en familie op Facebook kunnen oriënteren op wat er buiten hun privésfeer gebeurt, waarom zouden ze dan nog het achtuurjournaal kijken? Dit proefschrift onderzoekt wat veranderend nieuwsgebruik betekent voor de verbindende rol van nieuws en journalistiek.
Uit de resultaten blijkt dat nieuws, juist in wat gebruikers ervaren als een steeds complexere samenleving, van belang blijft als gemeenschappelijk referentiekader. Wat onderdeel wordt van dat referentiekader en beschouwd wordt als nieuws verandert echter: een Facebookfoto wordt intuïtief gezien als ander “nieuws” dan een item in het Journaal, maar gebruikers missen het vocabulaire om die verschillen onder woorden te brengen. Daarnaast zijn de manieren waarop gebruikers via nieuws een gemeenschappelijk referentiekader construeren diverser, meer continu, en sterker gecentreerd rondom individuen dan voorheen. Tot slot blijken “dark social media” als WhatsApp- en Facebookgroepen van toenemend belang voor het delen van nieuws en faciliteren van publieke connectie, vanwege de beslotenheid en vluchtigheid van deze platforms.  
Publicaties
Deze maand verschenen twee papers van Joëlle Swart, Chris Peters en Marcel Broersma (RUG) over het belang van nieuws en actualiteit in de dagelijkse gesprekken van gebruikers in besloten social mediagroepen, zoals Whatsappgroepen of besloten Facebookcommunities. Deze “dark social” platformen worden steeds belangrijker voor nieuwsconsumptie. Maar hoe en waarvoor nieuws hier wordt gebruikt, is onduidelijk omdat dit soort media met metrics niet te analyseren zijn. Kortom, er gebeurt meer met nieuws dan nieuwsorganisaties kunnen zien en meten.
Dit is het eerste onderzoek wereldwijd dat hier dieper op ingaat. Dit gebeurt met behulp van focusgroepen. Deze werden samengesteld op basis van groepen collega’s, vrienden, teamgenoten, buren en lokale vrijwilligers die elkaar persoonlijk kenden en daarnaast minstens om de dag met elkaar communiceerden via social media.
Dit artikel analyseert de rol van nieuws in besloten social mediagroepen. Nieuws voedt hier gesprekken en discussies en verbindt zo de leden van de groep, maar helpt hen ook om zich te oriënteren op de buitenwereld. De rol van nieuws en journalistiek, en wat gebruikers zien als belangrijk nieuws om te delen, verschilt. In een aantal appgroepen werd veel nieuws gedeeld en bediscussieerd, en functioneerde journalistiek als gespreksonderwerp waar iedereen in de groep over mee kon praten. In andere groepen was nieuws niet of nauwelijks onderwerp van gesprek, omdat de leden zulke informatie als bekend veronderstelden of WhatsApp vooral gebruikten voor praktische en persoonlijke conversaties. De sociale context is hier bepalend.
Uit de resultaten blijkt dat gebruikers over het algemeen de voorkeur geven aan WhatsApp wanneer het gaat om het praten en discussiëren over nieuws. Dit vanwege het besloten karakter van het platform. Zij posten steeds minder op openbare sites als Facebook. Gebruikers weten op WhatsApp precies wie hun berichten kan zien. Terwijl op Facebook het geven van een mening over nieuws op de publieke tijdlijn wordt gezien als een definitief statement dat altijd zichtbaar blijft, zijn gesprekken op WhatsApp meer exploratief van aard. Bij het delen van nieuws op WhatsApp gaat het meestal om achtergronden bij nieuws dat al bij de groepsleden bekend was via andere nieuwsplatformen. Belangrijk voor gebruikers zijn bijvoorbeeld nieuwsverhalen die het mogelijk maken een onderwerp vanuit meerdere perspectieven te benaderen of die verschillende aspecten van een probleem duiden. Zulke nieuwsverhalen helpen gebruikers om verbanden tussen verschillende nieuwsgebeurtenissen te leggen en hun mening te vormen. Gebruikers geven daarbij de voorkeur aan nieuws van nieuwsorganisaties die ze kennen, omdat deze worden gezien als meer betrouwbaar. 
In dit artikel gaan de auteurs dieper in op het belang van de sociale context voor patronen van nieuwsgebruik in social mediagroepen. Dezelfde persoon kan afhankelijk van de communicatieve doelen en de sociale normen in de groep in de ene context actief over nieuws discussiëren om onderdeel te worden van de groep, terwijl deze in een andere context, waar nieuws geen duidelijke sociale functie heeft, zulke discussies juist ontwijkt. Drie patronen werden onderscheiden: 1) gebruik van besloten social media als news curation service, 2) als plek voor playful debate, en 3) als omgeving voor phatic communication waarbij gepraat wordt over nieuws om sociale redenen, niet om bepaalde informatie of inhoud over te dragen. Naarmate sociale banden tussen mensen in WhatsApp groepen zwakker waren en ze minder gemeenschappelijke interesses hadden, speelden nieuws en actualiteiten een grotere rol in de groep. Dit benadrukt de sociale functie van journalistiek in de samenleving. Nieuws stimuleert hier sociale verbondenheid.  
Conferenties 
Het NNC-team verzorgde verschillende presentaties tijdens de International Communication Association (ICA) Conference 2018 in Praag (24-28 mei 2018).
The Relevance of News within Different Communities. Conversations on Current Affairs in Location, Work and Leisure-based Social Media Groups” - Joëlle Swart, Chris Peters en Marcel Broersma (RUG)
Dit is gebaseerd op bovengenoemd onderzoek.
Talking Politics 2.0: How Young People Construct Understandings of Public Affairs” - Anna Van Cauwenberge (RUG) 
Publieke discussies over mediawijsheid vertrekken vaak vanuit de aanname dat (vooral jonge) mensen beschermd moeten worden tegen een medialandschap dat hen verleidt tot “fake news” en alternatieve waarheden. In hoeverre kloppen deze aannames? Zijn mensen inderdaad weerloze slachtoffers die gemakkelijk ten prooi vallen aan onwaarheden, doelgerichte desinformatiecampagnes, filterbubbels en echo chambers? En zijn feiten, expertise en professionele journalistiek irrelevant geworden voor kennisvorming? Om deze vragen te beantwoorden, analyseert deze studie data uit een longitudinale focusgroep met (4x) vier groepen jonge mensen. In het bijzonder werd gekeken naar hoe deze jongeren vier grote gebeurtenissen begrijpen en duiden: de Syrische burgeroorlog, het inreisverbod van Trump, het Parijs-akkoord en de Nederlandse Verkiezingen van 2017.
Resultaten laten zien dat jongeren putten uit een combinatie van (a) sociaal-geconstrueerde discoursen en predisposities, (b) persoonlijke ervaringen, © gemeenschappelijke referentiekaders via professionele journalistiek, en (d) mediawijsheid skills. Meest opvallend: toen tijdens de groepsgesprekken afwijkende perspectieven en misvattingen over feiten opdoken, werden deze niet teruggeleid naar fake news en misinformatie, maar naar de sociale contexten, discoursen en ervaringen aan de hand waarvan nieuwsgebeurtenissen werden begrepen en geduid.
Material and sensory dimensions of everyday news use” – Tim Groot Kormelink en Irene Costera Meijer (VU) 
Voor dit onderzoek werden 13 participanten gefilmd terwijl zij thuis nieuws gebruikten zoals ze dat normaliter doen. Vervolgens werden deze video’s samen met de participanten bekeken en besproken. Zo kregen zij een inkijk in hun eigen nieuwsgewoonten zonder de zogenaamde flow van hun nieuwsgebruik te onderbreken, en werden sensorische, tactiele en onbewuste dimensies in beeld gebracht. Belangrijk resultaat was dat de manier waarop de participanten mediadragers en de interfaces van platforms vasthouden en besturen invloed heeft op de manier waarop zij nieuws gebruiken en ervaren. Zo bleken de Facebook-participanten hun zogenaamde flow van scrollen liever niet te willen onderbreken met een klik (zelf als ze de inhoud interessant vonden), en bleek een (nieuwe) krantenlezer niet toe te komen aan haar favoriete onderwerpen (kunst en wetenschap) omdat ze de krant las als een boek en na de eerste tien pagina’s geen zin en concentratie meer had om verder te lezen. Ook opvallend: waar de websitegebruikers snel en voortdurend heen en weer sprongen tussen verschillende websites, werden nieuws- en sociale media-apps achtereenvolgens bezocht. 
Nothing but the facts? What journalists talk about when they talk about storytelling and truth-finding” – Jan Boesman en Irene Costera Meijer (VU)  
In deze studie werden 59 Nederlandse en Belgische journalisten geïnterviewd over de manier waarop zij in hun dagelijks werk feiten tot een verhaal verweven. Een eerste groep journalisten, aangeduid als ‘nieuwsmakers’, bestond uit krantenjournalisten die dagelijkse ‘hard nieuws’ verhalen maken voor beats zoals buitenland, politiek, of economie. Een tweede groep, de zogenaamde ‘storytelling experts’, bestond uit journalisten van diverse media (print, audiovisueel, online) die boeken schrijven of cursussen geven rond storytelling, of wiens werk bekroond is omwille van verhalende aspecten.
In het paper worden zeven repertoires onderscheiden waarbinnen journalisten praten over de (spannings)verhouding tussen storytelling en waarheidsvinding. Nieuwsmakers hanteren bijvoorbeeld vaak het “don’t fool me” – repertoire, waarbij niet de journalist maar de bron wordt gezien als verhalenverteller, en waarin de taak van de journalist er vervolgens uit bestaat om deze verhalen te doorprikken. In het “voice” – repertoire, vaker gehanteerd door verhalenvertellers, zien journalisten het juist als hun taak om bronnen alle ruimte te geven om hun verhaal te vertellen. Het gegeven dat nieuwsmakers vaker met ‘machtige’ bronnen werken, en storytelling experts vaker met ‘gewone’ mensen, is hier wellicht niet vreemd aan. De achterliggende idee is dat journalisten in hun dagelijkse praktijk idealiter over een veelheid aan repertoires beschikken, die ze naargelang de omstandigheden kunnen aanwenden.
2. Contact
Heeft u aanvullingen, wijzigingen of vragen naar aanleiding van deze e-mail? U kunt ons bereiken via info@news-use.com.
Met vriendelijke groet,
Prof. dr. Irene Costera Meijer (Vrije Universiteit Amsterdam)
Prof. dr. Marcel Broersma (Rijksuniversiteit Groningen)
Dr. Anna Van Cauwenberge (Rijksuniversiteit Groningen)
Dr. Jan Boesman (Vrije Universiteit Amsterdam)
Dr. Chris Peters (Aalborg University)
Dr. Joëlle Swart (Rijksuniversiteit Groningen)
Tim Groot Kormelink, MA (Vrije Universiteit Amsterdam)
Vond je deze editie leuk?
Klik hier om je uit te schrijven.
Als deze nieuwsbrief doorgestuurd is en je wilt je aanmelden, klik dan hier.
Gemaakt door The New News Consumer met Revue.