Bekijk profielpagina

Thomas & Rik Van Puymbroeck

Revue
 
‘Eigenlijk, Thomas, zijn er twee soorten journalisten’, zei Brecht. Met één oog keek hij naar het ver
 

Thomas & Friends

12 april · Editie #46 · Bekijk online
Geregeld stel ik samen met een inspirerende gast een nieuwsbrief op over de onderwerpen die hem of haar interesseren. Welkom bij de meest onvoorspelbare nieuwsbrief ter wereld.

‘Eigenlijk, Thomas, zijn er twee soorten journalisten’, zei Brecht. Met één oog keek hij naar het verkeer, met het andere peilde hij naar mijn reactie. ‘Aan de ene kant heb je journalisten die elke dag op de voorpagina van de krant staan. Nieuwsjagers die op zoek zijn naar primeurs. Daarnaast zijn er die twee stukken per week schrijven, soms maar één. Daar is niets mis mee, integendeel. Zo’n journalisten geven kleur aan de krant en zijn minstens even onmisbaar als die eerste groep. Bij ons is Rik Van Puymbroeck zo iemand, zegt die naam je iets?’

Ik staarde naar mijn schoenen en moest Brecht het antwoord schuldig blijven. Pas toen ik enkele dagen voordien bij De Morgen was begonnen en hij mijn chef was geworden, had ik voor het eerst in mijn leven die krant gelezen. Tot dan toe had ik vooral De Standaard, Humo en Knack gelezen, waar ik als kleine jongen die graag schreef veel uit leerde door de stukken van Ben Van Alboom en Geert Zagers te bestuderen.

Toen Brecht en ik net in de auto waren gestapt, had ik hem verteld dat ik me wat onzeker voelde. Samen met mij was een andere journalist bij de krant begonnen, een jongen die al snel enkele stukken had geschreven die in de ranglijst met populaire artikelen opdoken. Nadat Brecht me op de stukken van Rik wees en me vertelde dat dat meer mijn richting was, begon ik zijn artikelen en interviews nauwkeurig te analyseren.

Al snel ging een wereld voor me open en ontdekte ik dat een interview niet per se uit vragen en antwoorden moest bestaan. Dat je het ook als een gesprek kon neerschrijven. Ik werd fan van Rik - en ben daar niet alleen in. Twee jaar geleden werd Rik volledig terecht tot ‘Meesterverteller’ bekroond, een prijs van de Stichting Verhalende Journalistiek.

Maar zelfs nadat ik urenlang alle stukken van Rik bestudeerd had, bleef ik me afvragen hoe hij zijn interviews concreet aanpakt. Een moeilijke vraag, waar ik het antwoord niet op vond. Tot nu, want Rik maakte onlangs de overstap van De Morgen naar De Tijd, waar ik tijdelijk aan de slag ben. Meer zelfs: we begonnen op dezelfde dag bij die krant. Ik kon hem mijn vragen gewoon zélf stellen.

Rik door Wouter Van Vooren
Toen Rik een jaar of 24 was, wees zijn broer op het ingangsexamen om journalist bij Het Belang van Limburg te worden. Hij was een van de gelukkigen die geselecteerd werden en ging zich al snel op de sportjournalistiek storten. ‘Dat was een fantastische leerschool. In die tijd bestond de laptop nog niet, waardoor ik alles op een draagbare tekstverwerker moest schrijven. Wanneer je in het buitenland zat, verstuurde je artikelen via dat apparaat, al kon je niet weten of ze aangekomen waren. Zo kreeg ik geregeld telefoon van mijn eindredacteur om te vragen waar mijn stuk bleef, terwijl ik dat een hele tijd daarvoor verzonden had. In de Tour van 1996 heb ik een artikel over Lance Armstrong zo vier keer moeten herschrijven. Dat was goed voor die ene keer, maar mijn hart is me dankbaar dat het niet vaker is voorgevallen’, zegt Rik.

Het was een periode waarin hij zeer veel heeft geschreven, vertelt hij terwijl we samen een koffie drinken. ‘Tijdens de Ronde van Frankrijk, bijvoorbeeld, vulden we met twee journalisten dagelijks drie pagina’s. Na zes jaar heb je dat wel gehad. Tot ik op mijn 29ste met nieuwjaar dienst had en er iets gebeurde wat later een keerpunt in mijn carrière zou blijken.’

Op feestdagen wordt de krantenredactie steeds via een beurtrol bemand, omdat er toch nooit veel gebeurt op zo’n dag maar er wel een krant gemaakt moet worden. De avond voor die bewuste dag was Rik met enkele vrienden het nieuwe jaar gaan vieren, waardoor hij vooral hoopte dat zijn shift gauw voorbij zou zijn en hij thuis kon uitkateren. Net toen de dag er bijna op zat, kreeg hij telefoon van zijn chef. ‘Die vertelde me dat de kans groot was dat ze de dag nadien in Leeuwarden zouden aankondigen dat de Elfstedentocht zou doorgaan. Hij vroeg of ik niet wilde gaan, maar zei dat ik mocht beslissen omdat ik die dag al gewerkt had’, vertelt Rik.

Hij vroeg zijn chef of hij een kwartier mocht nadenken en zette de voor- en nadelen op een rijtje. Ja, hij zou vroeg moeten opstaan, maar het was wel een unieke kans. Dat hij uiteindelijk besloot te gaan heeft Rik zich alleszins niet beklaagd, want sindsdien is er nooit meer een Elfstedentocht geweest. Na de aankondiging spendeerde Rik de volgende dagen in Friesland, waar hij een groot artikel schreef over de impact van de wedstrijd op de regio.

Het was een van de eerste keren dat hij niet zomaar een stuk, maar een echte reportage schreef. In de jaren daarna ging Rik steeds meer vrijheid in het schrijven durven nemen. ‘Een groot voorbeeld voor mij was Jean-Louis Le Touzet, een journalist van Libération. Zijn stukken zijn literair zeer hoogstaand, hij trekt zich weinig aan van de journalistieke regels.’

Inmiddels heeft Rik ook zelf een niveau bereikt waarop hij wekelijks één lange reportage of een groot interview mag schrijven - het niveau waar ik ooit ook hoop te staan. Hoe zou hij zijn stukken aanpakken?

‘Het eerste wat ik doe als ik iemand ga interviewen, is in de databank GoPress duiken. Daar zoek ik specifiek naar stukken uit De Tijd, De Morgen en De Standaard. De gewone nieuwsberichten laat ik links liggen, want ik zoek vooral naar interviews die me achtergrond kunnen bieden.’ Zo vertelt Rik me over een van de eerste interviews die hij voor De Tijd had afgenomen, met Brussels Airlines-voorzitter Etienne Davignon. ‘In een interview met Sophie Dutordoir las ik dat hij haar had geleerd hoe ze borden moest voorverwarmen. Dat vind ik een fijn weetje en heb ik dan ook als opener gebruikt. Wanneer ik niet veel vind, bel ik naar mensen in de omgeving van de persoon die ik ga interviewen.’

Eén keer heeft Rik zonder voorbereiding moeten interviewen. ‘Dat was exact twee jaar geleden, toen ik Kristin Verellen moest gaan interviewen. Zij had bij de aanslag in Maalbeek op 22 maart 2016 haar man verloren.’ Uiteraard was over haar amper iets te vinden. Hoe had hij dat aangepakt? Rik glimlacht. ‘Mijn eerste vraag aan haar was zeer eenvoudig. Wat herinner je je van die bewuste ochtend, vroeg ik. Ik zal nooit vergeten hoe ze daarop antwoordde dat ze de 22ste maart jarig is. Vanaf dat moment wist ik dat het verhaal niet meer stuk kon.’
Onlangs interviewde Rik Kristin voor de tweede keer, deze keer voor De Tijd
Door het gesprek besef ik dat ik het nog te weinig doe, werk maken van mijn voorbereiding. Wat ik wel doe, is net als Rik tijdens een interview niet met een recorder werken maar alles op een blocnote noteren. Dat hij dat doet weet ik omdat ik het in oktober zag op een foto naast een van zijn stukken. ‘Dat heeft zowel voor- als nadelen. Het grote nadeel is dat je minder oogcontact kan maken, maar ik merk bij mezelf dat ik veel alerter ben door tijdens het interview te schrijven. Omdat ik steeds één zin achter kom, ben ik gedwongen om mijn tijd te nemen’, zegt Rik.

‘Vind je het een beetje leuk?’, vraagt hij plots op een vaderlijke toon. Ik vertel hem dat het niet altijd even makkelijk is, maar dat ik ontzettend veel bijleer. ‘Mijn belangrijkste tip,’ zegt hij, ‘is dat journalisten naar buiten moeten gaan. Ik besef dat dat niet voor iedereen even makkelijk is, maar alleen zo kan je het toeval toelaten.’ Rik vertelt over een reportage die hij voor het wielerblad Bahamontes maakte. Een stuk over de Ardennen, waarvoor hij door wat tegenslag geen goede insteek had gevonden. ‘Op een bepaald moment wilde de fotograaf een landschapsfoto maken, waardoor we aan de kant van een verlaten weg stonden. Plots kwam een oude man op ons afgestapt, die vroeg wat we aan het doen waren. Toen ik het hem uitlegde, zei hij dat we hem moesten volgen. Niet veel later zaten we in zijn woonkamer, waar hij het ene na het andere wielertruitje bovenhaalde. Bleek dat hij een van de grootste verzamelaars was. Ik heb de man nadien nog een paar keer proberen te zoeken via Google, maar heb hem nooit kunnen terugvinden. Als ik niet naar buiten was geweest en via de gebruikelijke kanalen had gezocht, dan had ik dat fantastische verhaal nooit kunnen opschrijven.’

Dat was het voor deze week! Binnenkort ploft de volgende editie van de meest onvoorspelbare nieuwsbrief ter wereld op je digitale deurmat. Is er een centrale gast die of een onderwerp dat je graag aan bod wil zien komen? Laat het dan gerust weten door me te mailen of tweeten! (Oh, en vertel je vrienden dat ze zich ook kunnen abonneren door hier hun mailadres achter te laten).

Tot de volgende,

Thomas & Rik
Hoe vond je deze editie?
Als je deze nieuwsbrief niet meer wilt ontvangen, dan kun je je hier afmelden.
Als deze nieuwsbrief doorgestuurd is en je wilt je aanmelden, klik dan hier.
Gemaakt door Thomas & Friends met Revue.