Bekijk profielpagina

Thomas & Johan Fretz

Revue
 
Enkele weken geleden plofte in mijn inbox een mailtje van Oscar van Gelderen neer. Een man die ik nog
 

Thomas & Friends

23 januari · Editie #44 · Bekijk online
Geregeld stel ik samen met een inspirerende gast een nieuwsbrief op over de onderwerpen die hem of haar interesseren. Welkom bij de meest onvoorspelbare nieuwsbrief ter wereld.

Enkele weken geleden plofte in mijn inbox een mailtje van Oscar van Gelderen neer. Een man die ik nog nooit ontmoet heb, maar die ik wel van naam ken. Als leading man van Lebowski geeft hij onder andere het werk van John Williams, Charles Bukowski, James Worthy en Joost Vandecasteele uit.

Bij de mail van Oscar hoorde een bijlage. Een PDF van 272 bladzijden, waarover Oscar in zijn mail schreef dat ik die eens moest lezen. Het was het manuscript van Onder de paramariboom, het nieuwe boek van Johan Fretz dat toen nog moest verschijnen.

Ik had Johan wel eens in Amsterdam op lezingen en feestjes ontmoet. We hebben een paar gemeenschappelijke vrienden en namen allebei ooit deel aan de BKB Academie, een project dat door GeenStijl steevast wordt omschreven als ‘de illuminati van Nederland’.

Ik begreep niet echt waarom Oscar me het nieuwe boek stuurde, maar scrolde even naar de digitale achterflap. Daar las ik dat het boek over Johan zelf ging - al heet het hoofdpersonage Johannes - die onlangs een reis naar Suriname had gemaakt. Het land waar zijn moeder vandaan kwam, voor ze naar Nederland was verhuisd.

Op Instagram had ik indertijd - vorig jaar in september - foto’s zien passeren van de tocht door Suriname. Eerst foto’s van Johan in z’n eentje, later ook beelden waar zijn moeder op stond. Dagelijks passeert op mijn tijdlijn een sliert aan vakantiefoto’s van vrienden en vreemden, maar om de een of andere reden waren die van Johan blijven hangen.

Met de vakantiekiekjes in het achterhoofd begon ik in het boek, dat ik twee dagen later met veel plezier uit had gelezen. Toen begreep ik waarom Oscar of Johan - al dan niet bewust - moeten gedacht hebben dat het boek iets voor mij zou zijn. Net als ik in enkele van m’n recente nieuwsbrieven deed, heeft Johannes een ‘bubbel’ doorbroken. De jongen die zich altijd heeft willen afzetten tegen het land van zijn moeder, die vooral Nederlander wilde zijn, ging voor het eerst ‘naar daar’. Ik stuurde een bericht naar Johan om hem te feliciteren met z'n boek en gooide er gauw enkele vragen achteraan, wat ervoor zorgde dat ik een lange brief terug kreeg.
Al snel leerde ik dat hij voor zijn boek niet één, maar twee keer naar Suriname was geweest. ‘Die foto’s op Instagram waren inderdaad van een van de twee reizen die ik naar Suriname heb gemaakt. Dat was het vervolg op mijn eerste kennismaking met het land, een jaar daarvoor, toen ik op uitnodiging een week in Paramaribo verbleef voor een optreden. In de tweede reis, was ik samen met mijn moeder’, zegt hij. 'In de roman heb ik de reizen versmolten tot één reis: een week lang in Paramaribo. De situaties die erin voorkomen zijn absoluut gestoeld in de realiteit, maar ik heb de verbeelding zijn werk laten doen. Waar feit en fictie in elkaar overvloeien doet er voor mij niet zo toe, de vertelling dwingt vaak zelf af waar die twee zich met elkaar vermengen. Ook mooi dat dit perfect past in de Surinaamse verhalencultuur, daar heb je zoiets als ‘tori praten!’ Tori betekent verhaal. Tori praten is dus een verhaal vertellen, maar daarbij laat je de fantasie en de taal wel zijn werk doen. Het is denk ik een goudeerlijke roman en toch is niet alles waargebeurd.’

Het is wat moeilijk om de Johannes in het boek te onderscheiden van de echte Johan. Bijna elk gegeven - de naam, de Surinaamse moeder, de eerste reis… - zijn zowel in het echt als in het boek bijna hetzelfde. ‘Johannes duwt als dubbelbloed zijn zwarte kant weg, zodat hij gewoon zo is als de anderen in de wereld waarin hij leeft, zodat hij erbij hoort’, vertelt Johan. 'Maar dat is maar het halve verhaal, gaandeweg ontdekt hij zelf dat hij Suriname vooral heeft weggeduwd omdat zijn moeder vroeger gek was en afwezig. Omdat zij hem wegduwde heeft hij haar en daarmee zijn halve oorsprong totaal van zich afgeduwd. Pas door zich met haar te verzoenen in Suriname, lukt het hem ook om zichzelf volledig te erkennen, ook die andere wortelen. Voor mij geldt dat in werkelijkheid denk ik ook: ik heb Suriname weggeduwd, ontkend, vooral omdat ik niet zo wilde zijn als mijn moeder. Dat is de kern. Ik rende dus niet zozeer weg van mijn afkomst, maar van mijn oorsprong. Daarom is dit boek in de kern ook een boek over identiteit, niet over etniciteit. Dat vind ik ook het mooist, want, zoals mijn opa al in de jaren dertig van de twintigste eeuw schreef: ‘Dat geklets over het ras is eentonig geworden’. Uiteindelijk komen we allemaal uit de buik van onze moeder, we worden opgezadeld met een heleboel bagage van onze ouders en willen vervolgens onze eigen man/vrouw worden, los van dat verleden. Maar uiteindelijk kun je nog zo hard rennen, we zullen ons allemaal moeten zien te verzoenen met waar we vandaan komen. Identiteit is niet meer dan het afleggen van afstand, het verstrijken van tijd. De rest is ruis.’
De Instagram-foto's van Johan uit Suriname, die door m'n hoofd bleven spoken
Zowel voor de Johannes in het boek als de echte Johan moet het een bijzondere confrontatie geweest zijn om uiteindelijk naar Suriname te gaan: ‘Ik denk dat het meest bijzondere moment toch het overweldigende gevoel was dat ik ervoer toen ik voet aan Surinaamse bodem zette. Dat er een wereld bestond die ik had ontkend, maar waar ik me toch meteen zo thuisvoelde, hoe kon dat nu? Ik kende die wereld natuurlijk al lang, ik droeg hem bij me. Ik vond Suriname ook meteen fascinerend, hoe al die groepen mensen met elkaar samenleven, ik durf wel te zeggen dat Suriname ondanks de politieke problematiek de meest geslaagde meltingpot ter wereld is. Ook vind ik het tof om in de verhalen die ik maak, of dat nu in boek of theater is, een persoonlijke basis te nemen, maar wel gekoppeld aan een thema dat in de wereld om me heen speelt. Identiteit, ras, het zijn thema’s waar het in Nederland totaal verhit en voortdurend over gaat. Ik denk dat ik als dubbelbloed heel vaak voel: als alles steeds zwart-witter wordt, waar sta ik dan? Kleur bekennen is voor mij nu eenmaal geen zaak van zwart of wit, ik verzoen die werelden in mezelf en tegelijkertijd heb ik de helft ervan dus lang weggeduwd. Al die zaken werden de basis voor een verhaal. Eerst bedoeld als kort verhaal, een reisverslag, maar al gauw ging het met me aan de haal. Bovendien, en laat dat ook gezegd zijn: ik vind het heel belangrijk een boek over deze thema’s te schrijven met heel veel humor. We leven soms in een verstikkende tijd, waarin gevoelige thema’s een mijnenveld lijken. Juist door humor, en die stroomt ten volle door Suriname, kan er zuurstof ontstaan voor zachtheid. Ik hoop dat het boek mensen zal laten lachen en de weg naar hun hart weet te vinden. En dat ze ook op het vliegtuig stappen naar Paramaribo en dat de zwarte piloot bij de uitgang dan zegt: ‘Welkom thuis!’’

Ook de ‘bubbel’ waar ik het over had komt ter sprake. ‘Ik herken het heel erg, niet zozeer met betrekking tot het boek, maar vooral tot het leven. Het idee dat je uit je eigen wereldje breekt om de ander te ontmoeten, iets dat me juist nu bijzonder nodig lijkt en bovendien erg leuk. Je komt er namelijk achter dat de mensen die heel ver van je af staan, toch ook op je lijken, hoe extreem je hun denkbeelden ook vindt. Je hoeft het niet met elkaar eens te worden, dat zou ook gek zijn. Daarom word ik ook zo moe van linkse politici met hun Allemaal Samen en het woord Verbinding kan ik al helemaal niet meer horen. We hoeven echt niet de hele dag nasi met elkaar te gaan eten in een wegrestaurant, het gaat erom dat je de ander tegemoet treedt met besef van gedeelde menselijkheid. We hoeven de onderlinge verschillen niet te overbruggen, het zou al heel wat zijn als we ondanks die grote verschillen elkaars menselijkheid bleven erkennen. Dan ontstaat er zuurstof, adem, dat lijkt me heel effectief tegen het vijanddenken dat zo populair is aan weerszijden van het spectrum. Elke bubbel waarin je je zelf gevangen houdt, maakt van alles wat erbuiten die bubbel leeft een abstracte projectie. Doodzonde.’

‘Nu ik dit zo schrijf, denk ik: het zit wel in het boek, maar niet zo letterlijk. In Suriname zijn er ook grote verschillen, contrasten, verschillende bevolkingsgroepen die in een meltingpot met elkaar moeten zien te leven. Mij is het opgevallen dat mensen daar ondanks grote tegenstellingen beter in staat zijn tot het erkennen van die gedeelde menselijkheid. Het is daar vanzelfsprekend. Mooi voorbeeld vind ik de scène waarin de Johannes van in het boek een bezoekje brengt aan de Synagoge, die pal naast de Moskee staat. Als de Joodse man merkt dat de koffie op is, leent hij wat koffiebonen bij zijn islamitische vriend. Ze drinken samen koffie met rum en leggen Johannes uit dat het geheim van hun vreedzame contact is: parkeerbeleid. Ze mogen bij elkaar parkeren. In de reis ben ik in die zin misschien niet in een andere bubbel terechtgekomen, maar wel in een wereld waarin ik heb gemerkt dat mensen elkaar zachtmoediger tegemoet treden, van mens tot mens. Waarin het hart er ook toe doet, waarin je niet hoeft te kiezen tussen hoofd en onderbuik, maar ook die zachtmoedigheid mag omarmen. Ik zou durven zeggen: ik durf nu radicaler voor mijn zachtmoedigheid te gaan staan. Daar komt ook die term in het boek vandaan; De Zachtmoedige Radicaal. Volgens mij is die radicale zachtmoedigheid dezelfde kracht die je kunt inzetten om uit je bubbels te breken. Als jij met een kardinaal of extreme politicus in gesprek gaat, is dat in mijn ogen het ultieme voorbeeld van iemand radicaal zachtmoedig tegemoet treden en daarmee door pantsers heen breken waarmee we onszelf denken te beschermen, maar onszelf vooral insluiten. Enfin, lang verhaal, lange tori. Maar ik bedoel maar; het ontdekken van dit Suriname, van die wereld, die warmbloedige wereld, met die manier waarop mensen elkaar tegemoet treden, heeft mij geprikkeld om daar zelf thuis ook trouw aan te blijven en niet mee te schreeuwen of harder te worden.’

Ik heb het boek van Johan zeer graag gelezen en hoop dat velen hetzelfde zullen doen. Binnenkort ploft de volgende editie van de meest onvoorspelbare nieuwsbrief ter wereld op je digitale deurmat. Is er een centrale gast die of een onderwerp dat je graag aan bod wil zien komen? Laat het dan gerust weten door me te mailen of tweeten! (Oh, en vertel je vrienden dat ze zich ook kunnen abonneren door hier hun mailadres achter te laten). 

Tot de volgende,

Thomas & Johan
Hoe vond je deze editie?
Als je deze nieuwsbrief niet meer wilt ontvangen, dan kun je je hier afmelden.
Als deze nieuwsbrief doorgestuurd is en je wilt je aanmelden, klik dan hier.
Gemaakt door Thomas & Friends met Revue.