Bekijk profielpagina

Thomas & Het schrijfproces

Revue
 
Goeiemorgen, Deze week heb ik geen centrale gast in mijn nieuwsbrief, maar vertel ik je hoe het schr
 

Thomas & Friends

31 maart · Editie #30 · Bekijk online
Geregeld stel ik samen met een inspirerende gast een nieuwsbrief op over de onderwerpen die hem of haar interesseren. Welkom bij de meest onvoorspelbare nieuwsbrief ter wereld.

Goeiemorgen,

Deze week heb ik geen centrale gast in mijn nieuwsbrief, maar vertel ik je hoe het schrijven van een lange tekst - een boek, bijvoorbeeld - precies verloopt. Ik kan uiteraard alleen over mijn eigen ervaringen spreken, want ik doe ook maar wat. Voor mij was langer dan twee weken aan een tekst werken nieuw.

Tot nu toe was ik namelijk de man van de sprint. Iedere gebeurtenis in m’n leven kon ik in 140 tekens vastgrijpen, hoogstens in een nieuwsbrief of blogpost gieten. Toen ik de vraag kreeg om een boek te schrijven besefte ik al snel dat dit wel even andere koek zou worden.

Bij de tweede ontmoeting met m’n uitgever vroeg ik hem hoeveel woorden hij als streefdoel zag. Volgens hem zou ik moeten mikken op zo’n 40.000 woorden, wat neerkomt op ongeveer 170 pagina’s. Een prima getal, vond ik, omdat het wat klonk als het aantal meters dat in een marathon zit. En dat is ook precies hoe ik het heb aangepakt (en daar heeft dit GIFje iets mee te maken).

Liefde voor die groene vakjes
Toen mijn uitgever me over die 40.000 woorden vertelde ging ik rekenen. De deadline voor mijn manuscript was midden februari, waardoor ik exact een halfjaar had om mijn tekst af te werken. Ze zeggen weleens dat ‘schrijven schrappen is’, maar voor het zover is moet er eerst wat te schrappen vallen. Je kan niet boetseren als er geen homp klei voor je staat.

Daarom ging ik in een spreadsheet een kalender maken. Eentje die uit vier kolommen bestond: de datum, hoeveel woorden ik die dag schreef, hoeveel m’n totaal was en wat het totaal zou moeten zijn. Iedere dag wat meer klei, tot ik kon boetseren. Omdat ik niet kon inschatten hoe vlot dat tweede zou verlopen gaf ik mezelf een dikke drie maand om aan die 40.000 woorden te komen.

Als dagelijks doel koos ik 450 woorden, want 500 klonk niet concreet. Zo’n getal komt over als een limiet waarvan ik ‘m vaak niet zou halen omdat hij zo fictief is. (Klink ik gek? Ben ik de enige die zo denkt?)

Die eerste weken ging ik ook goed nadenken over hoe ik de tekst inhoudelijk wou aanpakken. Een boek over technologie is een speciaal gegeven, want het is vaak al verouderd van zodra het van de persen rolt. Daarnaast is de kloof tussen mensen die iets van technologie weten en zij die er niets van weten zeer groot. Het leek mij een grotere en meer interessante uitdaging om vooral op die laatste groep te focussen. Een vlot boek dat voorbij de waan van de dag kijkt in plaats van een droog boek vol concrete namen van bedrijven en diensten, daar wou ik op mikken.

Dit was mijn loopschema. Welkom bij Start To Write met Evy Gruyaert.
Grafiekje van hoeveel woorden ik uiteindelijk per dag heb geschreven
Tot zover de theorie. Het grootste deel van mijn tijd - officieel 40 uur per week, officieus waarschijnlijk meer - gaat namelijk naar DIFT. Om in drie maanden een eerste, zeer ruwe, versie van mijn tekst te kunnen schrijven zat er niets anders op dan iedere dag de wekker wat vroeger te zetten en iedere avond later te gaan slapen. Voor de rest kwam het er vooral op aan efficiënt te zijn.

Welk beeld gaat er door je hoofd als je het woord ‘schrijver’ hoort? De kans is groot dat je ‘m zo voor je ziet. Een man op een zolderkamertje. Flesje rood naast het blad, druipend kaarsvet op de houten tafel, Bach zachtjes op de achtergrond. Iemand die wacht op Het Ideale Moment en een golf inspiratie. Heel vaak dacht ik zo, was ik ervan overtuigd dat ik pas echt zou kunnen schrijven als ik een mooie iMac en de beste thee had. Klopt natuurlijk niet, want als je wacht tot alle omstandigheden goed zitten is je boek binnen een jaar of acht af. In de fijne Netflix-docu Abstract hoorde ik een mooie quote van Stephen King: “Amateurs sit and wait for inspiration, the rest of us just get up and go to work.” Niet dat ik mezelf geen amateur vind, maar ik kan me er wel in vinden.

De grafiek hierboven zou je als het loopverslag van m’n schrijfmarathon kunnen lezen. In het begin schoot ik zeer vlot uit de startblokken. Ik moest het juiste ritme zoeken en begon kris-kras aan nieuwe hoofdstukken. Al snel ging ik bij experts aankloppen die me konden helpen - zowel met de inhoud van ’t boek als met de structuur ervan. Tussendoor heb ik de tekst twee keer integraal geprint om op papier aantekeningen te kunnen maken - vandaar de dagen waarop de teller op nul staat. Toen de inspiratie wat trager kwam - net als in een marathon wordt ’t ook moeilijker op het einde - vertraagde ik mijn tempo naar 280 woorden per dag.

Mijn veel te hoge streefdoel heb ik niet gehaald, maar exact op 31 december schreef ik het 40.000ste woord. In de weken erna bleven er nog een pak woorden komen en ging ik aan de slag met het schrappen (eigenlijk was ik daar halverwege al mee begonnen), maar wie me bij het verbeteren heeft geholpen stel ik binnenkort aan je voor.

Zo, dat was het voor deze keer! Binnenkort ploft de volgende editie van de meest onvoorspelbare nieuwsbrief ter wereld op je digitale deurmat. (Oh, en vertel je vrienden dat ze zich ook kunnen abonneren door hier hun mailadres achter te laten).

Groetjes,

Thomas

P.S: Vice vroeg op het Boekenbal aan auteurs of ze anderen zouden aanraden om schrijver te worden. (Ik zou het alleszins niemand aanraden om fulltime schrijver te worden). Dit waren hun antwoorden.
Hoe vond je deze editie?
Als je deze nieuwsbrief niet meer wilt ontvangen, dan kun je je hier afmelden.
Als deze nieuwsbrief doorgestuurd is en je wilt je aanmelden, klik dan hier.
Gemaakt door Thomas & Friends met Revue.