Bekijk profielpagina

Stedeling op hooizolder

Revue
 
 

een paar zinnen van Jos Rouw

13 april · Editie #25 · Bekijk online
Hier had uw advertentie kunnen staan

Stedeling op hooizolder
Omdat ik toe was aan afzondering vertrok ik naar de grote stad.
Ik kon terecht in het appartement van mijn oud-studiegenoot Christian. Hij zou acht maanden op wereldreis gaan. Aan de lange Sonnenallee vond ik precies wat ik zocht. Als ik ‘s avonds uit het raam keek, zag ik aan de overkant het zachte licht van al die appartementen, soms met silhouetten van onbekenden, die niet benieuwd waren wie ik was. En onder mij kwam de wereld voorbij. Met het raam open dreven de luchten binnen van de shishalounge beneden. Ik herinner me vooral de geur van kaneel.
De eerste maanden kwamen er vaak vrienden langs. Elk weekend wel iemand, en altijd met alcohol bij zich. Ik ging dat steeds vreemder vinden. Waarom zou je iemand iets cadeau doen dat verdooft, verlamt, de scherpte van je bewustzijn wegneemt? Inmiddels werd ik er ook melancholisch van. Alcohol was leuk toen je met je vrienden de volle vrijheid vierde. Maar nu mijn jeugd afliep en ik inzag dat je in wezen alleen vandaag hebt, wilde ik vandaag bewust meemaken.
Wat mijn vrienden niet opdronken, bleef staan in de logeerkamer. Dat was al een aardige verzameling toen ik na bijna zeven maanden een bericht kreeg van Christian. Hij was nog steeds in Brazilië. Daar was hij twee maanden eerder al, toen hij me liet weten dat daar ‘seks in de lucht hangt’.
Ik kon wat langer in het appartement blijven. Ze heette Lucia.
Na anderhalf jaar kende ik nog steeds niemand in het gebouw, behalve mijn Poolse buurman, de stukadoor Jerzy. Ik liet mijn vrienden weten dat ik voorlopig niet terug zou komen. Ik had het wat serieuzer aangepakt. Eerst werkte ik onder de grond, in kiosken met daarboven de woorden ZEITUNGEN TABAK GETRÄNKE SÜßWAREN die naar de passagiers van de U-Bahn riepen. Nu had ik een baan gekregen bij een Werbeagentur. Mijn vrienden zeiden dat ze dat kwamen vieren.
“En je wordt ook nog 30, dus we gaan helemaal los, ouwe.”
Mijn collega’s kwamen ook naar het feestje. Reclamemakers blijken ook helemaal los te gaan, ouwe. Ik weet niet wie er in totaal meer dronken – zij of mijn vrienden. Af en toe kreeg ik het benauwd. Dan ging ik voor het raam staan, keek ik naar de verlichte woonkamers aan de overkant, en snoof ik de kaneelgeur op.
De volgende ochtend keek ik verbaasd de logeerkamer in. Die puilde nog steeds uit van de kratten bier, flessen wijn, dozen vol schnapps, en flessen uit Oost-Europa met vloeibare kaakslagen. Om van al die drank af te komen zou ik nog een paar feestjes moeten geven – en mensen moeten verbieden om cadeaus mee te nemen.
Op een middag zat ik het ontwerp voor een abri af te maken, vlak voor ik met mijn collega’s zou proosten omdat we nu een jaar samenwerkten. Ik kreeg een bericht van Christian. Hij had de huur opgezegd, hij zou in Fortaleza blijven. Ik moest voor het eind van de maand het appartement uit. Op zich geen slecht moment, ik zou dan ook naar huis gaan om bij de bruiloft van een vriend te zijn. Ik zag op tegen het grote feest, met waarschijnlijk veel dronken gasten, maar ik was zijn getuige – en wou het überhaupt niet missen.
Ik vertelde mijn collega’s over Christian en de bruiloft. Ze zeiden dat ik rustig na moest denken. Toen gaven ze me een bierpakket voor mijn jubileum.
Jerzy stak zijn hoofd door de voordeur toen ik aan het inpakken was. Hij vroeg of ik terug naar Holland ging.
“Ja,” zei ik.
“Ah,” zei hij en hij stak een vinger op.
Hij verdween en kwam terug met een grote fles Poolse wodka. Zodat ik aan hem zou denken, zei hij. Ik stond even te zoeken naar woorden. Ik keek opzij, de logeerkamer in. Toen keek ik naar Jerzy.
“Guck mal,” zei ik. “Ist doch krass?”
Met zijn stukadoorsbusje vol alcohol reden Jerzy en ik naar Nederland. Wat er niet in paste, had ik aan hem gegeven. Het was nog steeds genoeg voor een hele horde bruiloftsgasten. Tot die tijd kon ik het wel kwijt in het schuurtje bij mijn moeder thuis. Ter hoogte van Wolfsburg kreeg ik een bericht van Christian. Hij hoopte dat ik iets nieuws had gevonden en hij zei dat Lucia zwanger was.
Het begon te schemeren toen we er bijna waren. De kronkelende polderweggetjes voelden vertrouwd, maar vooral alsof ik ze herkende uit een film die ik vergeten was. We kwamen aan in het gehucht waar ik ben opgegroeid, waar ik na mijn opleiding was teruggekeerd en waar ik het al snel benauwd had gekregen. Er staan negen voormalige arbeiderswoningen onder aan de dijk, en er is een boerderij, van Kolijn.
Jerzy draaide het busje het grind op en we stapten uit. Het groen, het geritsel in de bomen, het gekoer van een duif. Ik ademde diep in en langzaam weer uit. Jerzy liep achter me aan over het tuinpad. Ik klopte op het raam en kon de stem van mijn moeder vaag horen. Ze deed open en ik omhelsde haar. Ze gaf Jerzy een hand.
“Kom lekker binnen,” zei ze.
Ik voelde mijn maag zakken toen ik de woonkamer in liep. Al mijn vrienden waren er, alle buren ook. Ze begonnen allemaal te roepen en hieven hun glazen. Ik kreeg een glas aangereikt en al snel nog een. Stevige blonde abdijbieren. De stemmen werden steeds luider. Ik voelde hoe het scherpe van mijn bewustzijn afgeschaafd werd. Na een tijdje viel de muziek uit. Iedereen keek naar de laptop. Jerzy was bezig en keek met een brede glimlach om.
“Polish version of sirtaki,” zei hij en de muziek begon.
Iedereen begon te dansen, mijn vrienden, mijn moeder, de buren, Jerzy. Ik glipte de keuken in. Ik keek door het raam naar de donkere, eindeloze polder. Er was geen overkant en ik rook geen kaneel. Door de bijkeuken ging ik naar buiten. Waarom weet ik niet, maar ik begon te sprinten, over het tuinpad, de dijk op, naar de boerderij van Kolijn. De honden blaften toen ik het erf op rende, maar Kolijn was niet gealarmeerd, Kolijn danste de Poolse sirtaki.
Ik rende naar de eerste schuur, ging naar binnen en zocht de lichtknop. De tl-buizen gingen met drie keer knipperen aan. Via de oude houten trap klom ik de zolder op. Ik ging in het hooi zitten en hijgde uit. Ik keek omhoog naar de donkerbruine steunbalken en de oude spinnenwebben. Ik keek om me heen en zag niemand. Ik luisterde en hoorde niks. Ik weet nog goed hoe ik het geluk door mijn ledematen voelde stromen.

stedeling op hooizolder -
vreemde sprongen maakt een mens
(uit Verslag aan de stad door Tijs van Bragt)
—————————————————
PS Dit is een schets, ik weet nog niet waarvan.
PPS Als je zin hebt om jong talent te ontdekken, kom dan morgen naar de Kunstbende in de Schouwburg in Middelburg. Ik zit in de jury voor de categorie Taal, samen met broeder Dieleman en Duif.
Hoe vond je deze editie?
Als je deze nieuwsbrief niet meer wilt ontvangen, dan kun je je hier afmelden.
Als deze nieuwsbrief doorgestuurd is en je wilt je aanmelden, klik dan hier.
Gemaakt door Jos Rouw met Revue.