Bekijk profielpagina

Het vrijstaande huis

Revue
 
 

een paar zinnen van Jos Rouw

8 december · Editie #17 · Bekijk online
Hier had uw advertentie kunnen staan

Het vrijstaande huis
We zien een man door een stad lopen. Hij heeft donker haar, behalve bij zijn slapen, daar is het grijs. Hoe oud is hij? Vermoedelijk oud genoeg om bepaalde meningen te hebben, jong genoeg om ze nog te herzien.
We volgen hem door een straat met aan de linkerkant hoge bomen en rechts een flatgebouw, we kunnen de eerste paar verdiepingen zien. Halverwege de straat staat hij stil. Hij kijkt omhoog met een hand boven zijn ogen.
“Hè?” zegt hij.
We zien een flashback. Hij is jong, de vrouw bij hem ook. Ze zijn in het flatgebouw, weten we, want door het raam zien we de toppen van de bomen.
“Ik was – we waren dronken,” zegt de man. “Sorry.”
De vrouw haalt haar mouw langs haar ogen.
We zien hem weer omhoog kijken in de straat. Dan zien we het flatgebouw in zijn geheel. De bovenverdieping is eraf, alleen een zijmuur is deels blijven staan.
De man doet een hand voor zijn mond en knijpt in zijn wangen. Dan loopt hij verder. Hij loopt over een plein en gaat een zijstraat in. Beige rijtjeshuizen met vierkante voortuinen.
“Wat de-” zegt de man.
Een flashback. Hij is wat ouder dan in de vorige, zijn wangen zijn minder bol, maar hij heeft nog geen grijze haren. Er staat een andere vrouw tegenover hem in de woonkamer. Ze heeft haar armen over elkaar.
“En nu? Wat nu?” zegt ze.
Een korte stilte met de druk van een opstijgend vliegtuig.
“Nou?” zegt ze.
“Het spijt me,” zegt hij.
“Zoek het uit,” roept de vrouw.
Ze begint te tieren met wilde armgebaren.
We zien de man weer in de straat staan. De rij huizen is onderbroken, er is een gapend gat. Hij wrijft in zijn ogen en lijkt opnieuw te willen kijken, alsof hij niet gelooft wat hij ziet.
Hij loopt naar de plek waar het huis heeft gestaan. Hij ziet de vrouw weer voor zich, ziet hoe hij het huis verliet, en ziet waar hij naartoe ging. Dan trekt hij wit weg. Hij begint te rennen en gaat via het plein de buurt uit.
Een flashback. De man loopt naar een vrijstaand huis en doet de voordeur open. Hij heeft al wat grijze haren bij zijn slapen. Hij loopt naar de keuken. Daar komt een meisje van een jaar of twee vrolijk op hem af.
“Papa!”
Ze springt in zijn armen,
Een vrouw komt rustig achter haar aan. Ze heeft een grote glimlach.
“Hallo lieverd,” zegt ze.
“Hallo,” zegt de man, zijn stem zwak.
“Is er iets?” zegt de vrouw.
De man kijkt naar zijn schoenen. Zijn gezicht heeft de kleur van een krant.
We zien de man door de straten rennen. Hij komt aan bij het vrijstaande huis als er een bulldozer door de straat rijdt.
“Nee,” roept de man. “Nee!”
Hij rent naar de bulldozer en zwaait naar de bestuurder. Die reageert niet en draait de bulldozer vanaf de straat langzaam de grote groene tuin op.
“Nee!” roept de man.
Hij rent naar de voordeur. Hij belt aan, klopt op de deur, klopt op de ramen. Hij kijkt om naar de bulldozer.
“Nee!”
De eerste tranen stromen over zijn wangen. Met zijn hoofd in zijn handen gaat hij voor de voordeur liggen terwijl de bulldozer dichterbij komt - en dan is de film afgelopen.



Lees ook: Het rooster
Hoe vond je deze editie?
Als je deze nieuwsbrief niet meer wilt ontvangen, dan kun je je hier afmelden.
Als deze nieuwsbrief doorgestuurd is en je wilt je aanmelden, klik dan hier.
Gemaakt door Jos Rouw met Revue.