Bekijk profielpagina

Het rooster

Revue
 
 

een paar zinnen van Jos Rouw

5 maart · Editie #3 · Bekijk online
(Dit hoef je allemaal niet te weten voor het tentamen)

Het rooster
We spreken af dat ik mijn fiets pak en haar dan buiten zie voor de ingang. Het is vijf minuten voor sluitingstijd, ik verlaat de expositie.
Een laatste blik op de foto’s van Vlaamse huizen, sommige aan gebroken stoepen, andere omringd door dorre velden. Er is er eentje van een vuursteenkleurig vrijstaand huis met plat dak, daarboven een elektriciteitskabel. We stonden er allebei verbaasd naar te kijken, zo begon het. Haar accent, dacht ik, dit is haar stad.
Ik ga de trap af naar de fietsenstalling, ik ben de drukte nog voor. Portretten van lokale artiesten aan de muur, klinisch blauw licht, een koude leuning. Ik kom bij een deur, een poort met tralies, maar die is dicht. Er zit niemand achter.
Achter mij hoor ik de zingende massa al naderen. Ik krijg haast. De avond doemt op in mijn gedachten, een hoekje in een bruin café ergens. Weinig mooier dan een nieuwe wereld te ontdekken in gesprekken, verstopt in een vreemde stad. Ik woon pas in Mechelen. Naast de deur gaat de trap verder naar beneden.
Ze komen dichterbij. Ik neem nu twee treden tegelijk. Ik ga graag naar exposities, maar die hooligans heb ik er liever niet bij. Halve liters in de lucht en continu schreeuwen wat een overwinning dit is voor de kunstenaar.
Weer een dichte poort.
“Hallo?” zeg ik een paar keer.
Niks.
Nu kan ik teruggaan - door de harde kern heen - of de volgende trap nemen. Die gaat omhoog.
Hoe zat het vanmorgen ook alweer? Ik wist dat parkeergarages kunnen veranderen van gedaante, maar fietsenstallingen? Die expo heeft duidelijk iets met me gedaan.
Een overwinning voor de kunstenaar.
Boven aan de trap kan ik niet verder. Er is niks, alleen een rooster boven me. Ik zie er mensen overheen lopen. Schoenen, schoenen, soms twee fietsbanden. Misschien staat ze hier ergens op me te wachten.
Iemand legt een hand op mijn schouder.
“Hoe zit het, jong?”
Met zijn kin gebaart de man dat ik door moet lopen. Ik wijs naar het rooster en haal mijn schouders op. Hij kijkt om naar de andere supporters. Ze houden hun blikken bier in de lucht en scanderen iets in Mechels dat ik niet versta.
De man zegt dat ik moet opschieten. Zijn gouden oorbel glimt in het afgedaalde daglicht. Ik kijk omhoog naar de schoenzolen die voorbijgaan.
Een foto van de foto van Niels Donckers
Hoe vond je deze editie?
Als je deze nieuwsbrief niet meer wilt ontvangen, dan kun je je hier afmelden.
Als deze nieuwsbrief doorgestuurd is en je wilt je aanmelden, klik dan hier.
Gemaakt door Jos Rouw met Revue.