Bekijk profielpagina

Flarden uit de VS

Revue
 
 

een paar zinnen van Jos Rouw

27 oktober · Editie #12 · Bekijk online
Hier had uw advertentie kunnen staan

Flarden uit de VS
We verblijven in Jersey City, de stroomdraden hangen over de straten heen, aan elkaar geknoopt aan scheve palen. Manhattan ligt aan de andere kant van de rivier, we gaan ernaartoe in een rammelend busje van Community Lines, contant betalen. We rijden achter een grotere bus met een inspirerende reclame op de achterkant.
Why an IT career?
MONEY
Als we uit de tunnel komen, zie ik een waarschuwingsbord.
Buckle in the Apple
IT’S THE LAW
New York City. Drilboren en claxons. Mijn jarenlang versterkte blindheid voor banners maakt dat ik op Times Square weinig zie. We lopen richting Battery Park om de boot te pakken naar Staten Island. Fred – zo heet hij niet hoewel het in zekere zin wel zijn naam is – weet de weg, hij heeft internet. We vragen hem of het nog ver is.
“Ver is een groot woord,” zegt Fred. “Of eigenlijk niet.”
~
We zijn uitgenodigd in Budd Lake voor een barbecue bij Wouters schoonouders. Het is nog vroeg, we willen koffie drinken bij een bagelzaak tegenover ons hotel. We willen te voet de straat oversteken. Als we de auto zouden pakken, rechtsaf zouden gaan en verderop zouden draaien, zouden we er eerder zijn.
~
De ceremonie vindt plaats aan water waar een dunne laag dauw overheen schuift. Daarachter liggen groene heuvels, af en toe valt er zon op. De gasten zitten op witte stoelen. De vier andere groomsmen en ik staan in zwarte pantalons, witte overhemden en zwarte bretels op een rij naast Wouter. Hij spreekt zijn liefde voor Heather uit. Ik ben trots op hem.
~
We zijn op pad met Cor en Sara. Zo heten ze niet, en hun zoontje van elf maanden heet ook niet Gijs. We rijden door Pennsylvania richting Washington DC. Langs de Interstate staat een billboard.
Love your body even more
St Luke’s Plastic Surgery
Bij Clyde’s Alley Bar ben ik de enige van ons vier die geen ID hoeft te laten zien. De ober kan zien dat ik bijna jarig ben.
~
Twee dagen later halen we een camper op waarmee we de Blue Ridge Parkway gaan volgen naar het zuiden. Aan het eind van de eerste dag tanken we in Buena Vista. Van daaruit rijden we naar Lynchburg langs een wit, oneindig hek. De avond valt en de lucht verandert van donkergrijs in vanillegeel. Het kan twee dingen betekenen, denk ik: er komt noodweer aan, of we rijden terug in de tijd. Ik kijk bezorgd naar de baby.
~
Het is allemaal echt. Schommelstoelen op veranda’s. Modder opgespat tegen de deuren van de pick-ups in het gras. Verderop is er de grote supermarkt. Bij de ingang kun je een winkelwagentje pakken of een scootmobiel.
“Ik vraag me af waarom Amerikanen benen hebben,” zegt Sara.
~
Er is een country store in Meadows of Dan. Cor zegt dat het net Koster is, de winkel in Axel waar je alles kunt krijgen, laarzen, tijdschriften, juwelen, verzekeringen, een lapdance, pepermunt.
Er is ook het country café van Jane. ‘Good food, good prices’, zegt het bord buiten. De vloer is zwart-wit geblokt. Aan bijna elke tafel zit minstens één man met een pet op en een grijze sik. Eentje staat op om de sleutel te pakken waarmee hij ergens buiten naar een wc kan. Hij draagt een shirt van het lokale barbecueteam. Kort na hem ga ik. Naast een auto staat een man – petje, grijze sik – met een klein meisje bij zich. Ze huilt.
“Stop it, stop it,” zegt de man. “One of these days I’m gonna have to spank you.”
~
Een kleinere camper voor ons staat stil. Verderop staat een auto met knipperende rode en blauwe lichten. Een vrouw stapt uit de camper en komt naar ons toe. Ze zegt tegen Cor dat er verderop een boom op de weg ligt.
“There’s only two crew working on it and they don’t even have a full-size chainsaw. Only two crew, so yeah. This might take an hour, hour and a half.”
We zetten de tafel in de berm en drinken koffie.
Er komen mensen uit Scandinavië uit een auto achter ons. Ze komen een voor een langsgelopen en allemaal zeggen ze dat wij ons huis bij ons hebben. We lachen en knikken. Na de koffie mogen we een stuk verder rijden tot de weg weer is afgezet, meer bomen.
We leggen dekens in de berm en eten hotdogs.
De Scandinaviërs zijn omgekeerd.
~
De volgende dag gaan we over een hobbelig deel van de Parkway verder, North Carolina in. Na een tijdje rijden we over Mount Jefferson. We zijn in de wolken, de omgeving wazig, af en toe vangen we een glimp op van de bossen beneden. Dan komen we boven de wolken uit – Gijs applaudisseert – maar het is maar voor even. Het uitzicht vanaf de Swinging Bridge op Grandfather Mountain is grijs. Er is ook een dierentuin. Black bears, bald eagles, elk, deer, bijna elk dier.
~
Aan de receptie van de camping bij Cherokee vragen we tips voor wandelingen in de omgeving. De jongen doet me denken aan de eigenaar van de stripwinkel in The Simpsons. Vanwege zijn ringbaard, en zijn haar dat in een staart zit, maar ook vanwege zijn wijze van spreken. Hij raadt Mingo Falls aan en vraagt wat we verder nog van plan zijn. We gaan morgen blijkbaar naar de stad waar hij is opgegroeid. Hij raadt The Sun Dial aan, een restaurant hoog in een wolkenkrabber, het is van glas en het draait rond.
“The views are phenomenal, you’re gonna love that place.”
Hij noemt ook een andere zaak.
“That’s where the turducken was invented. Y'all ever heard of the turducken? Oh my god. They take a turkey and they stuff it with a duck that’s stuffed with chicken. They put duck and chicken right there in the hollow of the turkey.”
Hij maakt een gebaar met zijn duim en wijsvinger.
~
Bij een benzinestation langs de weg zit een slijterij. Straks om 00:00 is het 17 oktober. Mijn oog valt op een sixpack Brooklyn Lager. Op de verpakking lees ik dat de brouwerij is opgericht in 1988. Dit moet zo zijn, denk ik op zo’n moment. ‘s Avonds op de camping in Stone Mountain Park proosten we, het vuur knettert, krekels op de achtergrond.
~
Atlanta, de stad van perziken, pinda’s en pecannoten. Meerdere straten heten Peachtree. In een ervan staat het Westin, ruim 70 verdiepingen, op de 71e is The Sun Dial. Vanwege de prijzen twijfelen we.
“We kunnen ook gewoon gaan,” zegt Sara.
“Het is toch jullie laatste avond,” zegt Cor.
“En je wordt maar een keer 30,” zegt Sara.
De glazen lift aan de zijkant van het gebouw stijgt snel. We zien Atlanta glimmen, twee vierbaanswegen naast elkaar lijken een lichtgevende rivier.
Gijs zit in zijn hoge stoel aan het hoofd van de tafel. Hij stuitert heen en weer. Twee tafels verderop zit een grote man naar hem te kijken en te glimlachen. Ik geloof dat ik hem herken. Hij speelt kiekeboe met de baby en lacht breed.
“Niet meteen omkijken,” zeg ik. “Maar er wordt gekiekeboed met de kleine door een van de beste basketballers aller tijden.”
Even later komt de ober naar ons toe. Ik verwacht een ‘You guys doing alright?’ maar hij kijkt serieus en hij dempt zijn stem.
“Don’t go over there right away, I mean, let the man finish his meal,” zegt de ober. “But Shaquille O'Neal just offered to pick up your tab.”
We kijken elkaar aan. Het duurt even, tot na de foto, voordat we het beseffen. Het voelt raar om weg te lopen uit een restaurant zonder te betalen. Ik ben wel blij dat we niet hebben gekozen voor de turducken.


PS Komende week draag ik voor bij Woorden Worden Zinnen, kom ook!
En hier is een fragmentje van de vorige keer (het begint nadat ik reclame maakte voor de kantoorvakhandel bij mij om de hoek) (kantoorvakhandels zijn een onderschatte grootheid in onze maatschappij)
Overload (bij Paginagroots, 2018) by Jos Rouw | Free Listening on SoundCloud
Hoe vond je deze editie?
Als je deze nieuwsbrief niet meer wilt ontvangen, dan kun je je hier afmelden.
Als deze nieuwsbrief doorgestuurd is en je wilt je aanmelden, klik dan hier.
Gemaakt door Jos Rouw met Revue.