Bekijk profielpagina

Buikspreker/Backspace

Revue
 
 

een paar zinnen van Jos Rouw

28 mei · Editie #8 · Bekijk online
(Dit hoef je allemaal niet te weten voor het tentamen)

Een buikspreker
Een warme maandagmiddag met vocht in de lucht. Boven de Westerschelde is het heiig, diezig. De torens van Vlissingen staan gesluierd aan de overkant. Ik zit in het strandpaviljoen met mijn laptop voor me. Er wordt iets van me verwacht vandaag, maar mijn document is nog leeg.
Ik kijk naar de rij witte huisjes die naast elkaar staan op het strand, in een kronkelende lijn tot aan de pier. Voor een van de huisjes zitten een man en een vrouw naast elkaar op strandstoeltjes. Hun haren zijn wit, hun huid diepbruin. De man zit onderuitgezakt, zijn hoofd achterover, zijn pet over zijn ogen. De vrouw kijkt naar de golven die het strand op kruipen en dan achteruit glijden.
Aan de bar, vlak achter mij, bestelt een man een Skuumkoppe. Hij gaat op een kruk zitten. Ik typ een zin en backspace die weer weg. Dan maak ik een opsomming van de dingen die in de tekst terug moeten komen, in de hoop dat de volgorde vanzelf ontstaat. Ik kijk om naar de bar om een espresso te bestellen. Er komt een tweede man aangelopen.
De eerste man staat op.
“Wie we daar hebben,” zegt hij.
Eigenlijk zegt hij ‘Wie me daor hèn’.
“Ja ja ja ja,” zegt de tweede man. “Daar heb je n’m, de chef.”
Ze omhelzen elkaar, kloppen elkaar op de rug. Ze lachen en vloeken. De tweede man wijst naar de Skuumkoppe.
“Wat heb je daar?” vraagt hij aan de chef.
Hij bestelt hetzelfde.
Van de espresso klaren mijn gedachten op, ik laat een paar zinnen komen. Achter mij betreden de mannen hun gemeenschappelijke grond. Herinneringen aan de tijd op school, aan klasgenoten en waar die zijn beland, aan Bart, blijkbaar een vriend van beiden. Aan vakanties, alcohol. Ochtenden van spijt toen spijt snel optrok, zodat de voorgaande avonden zijn blijven leven. De chef en zijn kompaan lachen en vloeken.
Ik selecteer alles, backspace. Aan de bar doemt het heden op. Hun werk en hun kinderen. Ze praten bij.
“Ja ja,” zegt de chef dan.
Ze zijn stil.
“Heb jij eigenlijk nog weleens wat van Bart gehoord?” zegt de ander.
“Ik heb geen idee waar die gebleven is.”
“Bart. Bartje.”
“Ja ja,” zegt de chef.
Afgelopen week overleed Philip Roth. Ik heb nog geen boek van hem gelezen. Ik weet alleen dat hij ooit, op zijn werk, bij een kopieerapparaat een A4'tje vond met daarop een aantal zinnen die niks met elkaar te maken leken te hebben, en later negentien boeken schreef door steeds met een van die zinnen te beginnen. Nu lees ik dat hij, in een interview door The Paris Review, dit zei over het schrijven:
“Denk aan een buikspreker. Hij spreekt zodanig dat zijn stem van iemand anders vandaan lijkt te komen, op een afstandje van hem. Maar als je hem niet in je vizier zou hebben, zou je er geen plezier aan beleven. Zijn kunst bestaat eruit dat hij aanwezig én afwezig is; hij is het meest zichzelf door tegelijk iemand anders te zijn. En als het gordijn sluit, is hij het allebei niet meer.”
Mijn document is leeg. Het laatste rondje Skuumkoppen op de bar ook. Het gesprek tussen de chef en zijn kompaan gaat in horten en stoten. Ze lachen niet meer, vloeken niet meer. Gemeenschappelijke grond doet weinig als je er niet op blijft bouwen.
Nu zijn ze stil.
De man en de vrouw voor het huisje praten ook niet. Misschien kan iedereen hier een buikspreker gebruiken. Misschien kan ik dat zijn. Maar ze hebben mij niet in hun vizier.
Achter mij blijft het stil. Ik klap mijn laptop dicht en kijk naar buiten. De man haalt zijn pet van zijn gezicht, gaat langzaam rechtop zitten in zijn strandstoel, en leunt naar zijn vrouw toe. Hij geeft haar een kus. Samen kijken ze naar de golven die het strand op kruipen en weer achteruit glijden. Backspace. Intussen verdwijnt Vlissingen achter een gordijn van mist.
Hoe vond je deze editie?
Als je deze nieuwsbrief niet meer wilt ontvangen, dan kun je je hier afmelden.
Als deze nieuwsbrief doorgestuurd is en je wilt je aanmelden, klik dan hier.
Gemaakt door Jos Rouw met Revue.