Bekijk profielpagina

Bram

Revue
 
 

een paar zinnen van Jos Rouw

2 maart · Editie #20 · Bekijk online
(Niet te verwarren met James Acaster)

Bram
Sinds kort heb ik een gewone fiets. Die had ik niet meer gehad sinds de laatste ineens defect was, een paar jaar geleden, vlak voor ik wegging uit Tilburg. Ik had wel een racefiets, maar die had ik daar ook achtergelaten in de chaos van de verhuizing. ‘Ga maar verder zonder mij’, kreunde de racefiets toen, als het ware.
Toen ik hem alsnog ging halen, woonde in mijn kamer een Frans meisje dat de circusopleiding deed. In de kamer naast haar zat een Hongaar die overdag heftrucks bestuurde en ’s avonds blue cheese rookte. De benedenverdieping was van Max, een talentvolle fotograaf die op zijn twaalfde uit Letland was geëmigreerd. En de zolder was van Matthijs, een aanstormende accountant uit de Achterhoek. Van hem leerde ik dat een deur los is als ie niet op slot zit. Er staan al drie woorden cursief in deze alinea. Vier.
Matthijs had de zolderkamer overgenomen van Bram. Samen met zijn ouders had het hem twee dagen gekost om de sporen van Brams jaren uit te wissen. De lucht.
Toen ik er kwam wonen, zat Bram er al een tijd. Er kwamen soms brieven van de hogeschool maar hij bleef altijd thuis. Hij meed zijn huisgenoten. Mij, maar ook de mooie Jessi uit Finland, die in de kamer naast mij woonde en van wie ik nooit één geluid door de muren hoorde komen tot ze, de nacht voordat ze terug naar Helsinki zou gaan, met een oerkreet klaarkwam.
Bram meed ook de keuken en de douche. Hij verliet zijn kamer alleen om naar de wc te gaan of naar de supermarkt. Als hij vertrok terwijl ik ook weg moest, wachtte ik soms tien minuten, zodat de lucht kon opklaren.
Je rook het oudste van het oudste zweet. Het leek wel of zijn lichaam continu blue cheese uitademde. Alsof het door zijn aderen stroomde, zijn systeem draaiende hield. Als we allemaal zo in elkaar hadden gezeten, had André Hazes een hit minder gehad. Zweet en tranen. Dat werkt niet.
Bram keek soms dvd’s met wedstrijden van Feyenoord die vijf tot tien jaar eerder waren gespeeld. Ik stond een keer op de overloop en hoorde flarden van de UEFA Cup-finale tegen Borussia Dortmund uit 2002. Koller en Van Hooijdonk. Oude glorie. Maar hij keek ook wedstrijden die Feyenoord verloor. Dan vloekte hij en ramde hij zijn vuist tegen een kast. Hij was boos op het verleden, hij sloeg met al zijn terugwerkende kracht.
Toen ik een keer na een lange zomer terugkwam was de huisbaas er. Ze zei dat Bram vertrokken was. Ze bekeek me van onder tot boven.
“Hij zag er net zo uit als jij toen hij hier kwam wonen. Mager, er zat niks aan. Dat je je bijna zorgen maakte.”
Er bestond toen nog geen woord voor wat je nu misschien thin-shaming zou noemen.
“In z'n eerste jaar was ie nog serieus met Sporteconomie,” zei ze. “Daarna ging hij eten.”
“Maar nooit koken,” zei ik.
“Alles uit de magnetron.”
“Dan kan het hard gaan,” zei ik dan maar.
“Zijn vader kon ook niet tot hem doordringen,” zei ze. “Je vraagt je af wat er is gebeurd.”
Laatst reed ik op mijn gewone fiets door Den Bosch. Bram reed voor me. Althans, dat nam ik aan. Ik zag zijn gezicht maar even, toen hij omkeek voordat hij een bocht nam. Hij zag er levendig en vrolijk uit. Ik ben blij voor hem, ook als het hem niet was.

Hoe vond je deze editie?
Als je deze nieuwsbrief niet meer wilt ontvangen, dan kun je je hier afmelden.
Als deze nieuwsbrief doorgestuurd is en je wilt je aanmelden, klik dan hier.
Gemaakt door Jos Rouw met Revue.