Bekijk profielpagina

Hoeveel is jouw aandacht waard?

Revue
 
Goeiemorgen De nieuwsbrief is er opnieuw - zonder jullie vooraf op de hoogte te brengen - twee weken
 

✍️ Frenetiek ⚡

11 december · Editie #35 · Bekijk online
Wekelijkse nieuwsbrief die mens, media en technologie dichter bij elkaar brengt.

Goeiemorgen
De nieuwsbrief is er opnieuw - zonder jullie vooraf op de hoogte te brengen - twee weken tussenuit gevallen. My bad. Hoe graag ik jullie ook schrijf, soms ontbreekt het me aan tijd of kwaliteit. En dan laat ik de brief liever nog een weekje sudderen. Ook al heb ik dan op maandagochtend het gevoel dat ik jullie massaal teleurgesteld heb. 😔
Een aantal lezers hebben me al laten weten: “Freek, stuur ’m dan gewoon een paar dagen later uit.” Om een of andere reden wil noch mijn hoofd, noch mijn lichaam mee. Het is maandag of het is niets. Het is ‘Freek op Maandag’. Ik heb dat nu ook gewoon officieel in de naam van de nieuwsbrief gezet. Bij deze.
Ik heb trouwens supertoffe reacties gekregen op mijn oproep uit de vorige aflevering. Binnenkort komen er een aantal trouwe nieuwsbrieflezers bij De Morgen vertellen wat de rol van Alexa of Google Home is in hun gezin. Echt, merci daarvoor. Ik houd jullie allemaal op de hoogte wanneer dat precies verschijnt.
📲 Wil je deze nieuwsbrief helpen groeien? Stuur deze nieuwsbrief of deze link gerust door naar vrienden, kennissen en andere slimmerds die graag uitgedaagd worden op maandagvoormiddag. 📈

Hoe bewust ben jij je van je aandacht?
Vorige week dinsdag organiseerde VRT de conferentie over media & innovatie: Media Fast Forward
Hoewel heel de namiddag proppesvol interessante talks en debatten zat, wilde ik maar met één persoon spreken: ex-Google werknemer James Williams. Hij werkte jarenlang voor de techreus en scheerde er hoge toppen. Vorig jaar besloot hij het bedrijf in te ruilen van het Oxford Internet Institute, daar onderzoeken wetenschappers van allerlei pluimage de invloed van technologie op onze maatschappij.
Williams heeft Google zien evolueren en kon zich plots niet meer vinden in de praktijken van het bedrijf. “Als de wereld verbeteren betekent dat je mensen doet klikken op een link waar ze eigenlijk niet op zouden klikken, dan heb ik er genoeg van.” Ondertussen maakt hij zich steeds meer zorgen over de impact van platformen zoals Google, Facebook en Twitter op onze democratie.
Het hele relaas van Williams vertrekt vanuit een vaststelling:
DE OVERVLOED AAN INFORMATIE ZORGT VOOR EEN SCHAARSTE AAN AANDACHT.
Lees: er is maar een beperkt aantal zaken waar jij vandaag aandacht aan kan geven. Er zijn tenslotte maar 24 uren in een dag. Platformen als Google, Facebook en Twitter lijken de enigen te zijn die dat door hebben, en maken daar vriendelijk mis-/gebruik van.
Onze aandacht is dan wel beperkt, onze economie niet. Die groeit. jaar na jaar. Net zoals de grote techspelers. En dat heeft zo zijn gevolgen. De hang naar elk jaar een beetje meer heeft mediaplatformen mismeesterd. (Hé, loopt er hier een paralel met ons klimaat?) Behalve voor aandeelhouders dan, die vinden het heus wel lekker lopen.

  1. Hoe meer tijd we spenderen op Facebook, Google of Twitter, hoe meer van onze aandacht het kan verkopen aan adverteerders.

  2. Op zich geldt hetzelfde voor De Morgen. Hoe meer lezers De Morgen heeft, hoe meer het kan verdienen aan advertenties.
Het verschil is: Facebook weet als de beste wie zijn klanten zijn (voor de duidelijkheid: adverteerders) en wat het product is (jij en ik). Alle productbeslissingen worden aan een centrale vraag getoetst. Hoe trekken we onze gebruikers nog dieper in ons web zodat ze nog meer tijd bij ons doorbrengen. 
(Bij traditionele media is het antwoord op die vraag minder eenduidig. Daar kom ik verderop op terug.)
Van Noort is als technologieliefhebber al een tijdje bezig aan een soort bewustmakingscampagne. “Silicon Valley heeft uitgezocht hoe ons dopaminesysteem werkt en dat proberen ze elke dag uit te buiten.” Hij heeft er ook een behapbaar boek over geschreven: ’Is daar iemand? Hoe de smartphone ons leven bepaalt’.
Ondertussen zijn traditionele media - zonder dat ze het goed en wel beseffen - een pion (geen speler!) geworden in dat aandachtsspel. Ze zijn een van de tools in de gereedschapskist waarmee platformen als Google en Facebook gebruikers zo lang mogelijk in hun platform willen houden. Ze zijn een soort houweel waarmee gebruikers langer kunnen doorwerken op het aandachtsland. Een beeld dat ik even leen bij James Williams:
Gebruikers werken als arme boeren op het aandachtsland zonder dat ze er zelf iets aan over houden. Bovendien kunnen ze de landheren niet eens vertellen wat ze belangrijk vinden. Meer zelfs, ze kunnen zelfs niet op een ander land gaan werken. Er zijn geen behoorlijke alternatieven voor platformen zoals Twitter, Facebook en Google. Mocht er een advertentievrij platform bestaan dat me écht zou helpen om de doelen in mijn leven te bereiken, zou ik daar 50 dollar per jaar voor willen betalen.
Stel je voor. Je doet Facebook of Twitter open, na 15 scrollbewegingen stopt de tijdlijn met de boodschap: “Hé Freek, je hebt al genoeg tijd verloren vandaag, spreek anders gewoon eens af met een van je nieuswbrieflezers.” Het voorbeeld klinkt gek, maar er lopen voldoende slimme mensen rond op de wereld om betere alternatieven uit te denken. Ik zou daar - net zoals James Williams - voor willen betalen.
Al denkt niet iedereen daar zo over. Eerder dit jaar vertelde computerwetenschapper Cal Newport, toen hij te gast was in Ezra Kleins podcast, dat mensen Facebook niet meer zouden gebruiken mocht het een betalende dienst zijn. Dat toont alleen maar aan hoe slecht we op de hoogte zijn van hoeveel onze aandacht waard is, dat we ze niet op een of andere manier willen beschermen. Ook al kost dat wat.
Of we moeten platformen opleggen dat ze niet meer economisch mogen groeien. Zouden ze dan wel een tijdlijn maken in het belang van gebruikers?
Hoe bewust zijn nieuwsmedia van jouw aandacht?
Wat is het antwoord van uitgevers op de vraag ‘Wie is jullie klant?’ In koor: lezers én adverteerders. Een antwoord dat perfect past in een wereld waar informatie nog relatief schaars was en er nog relatief veel aandacht ter beschikking was. Mijn vader is nog een relikwie uit die tijd. Hij betaalt met plezier een abonnement op De Morgen en neemt er de reclame die in elke krant staat bij. De online wereld gaat totaal aan hem voorbij.
Het betalend model waar je naast artikels ook nog eens reclame krijgt, wordt al jaren vertaald naar het internet. “Abonnees hebben toch ook altijd reclame gedoogd in kranten of in reclameblokken op tv, waarom zouden we dat online ook niet doen?
Omdat oude nieuwsmedia en tv de spelregels niet meer bepalen. Die spreidstand zie je het beste bij nieuwswebsites. Aan de ene kant is het bereik dat Facebook genereert een zege. Zoals gezegd: hoe meer lezers op de website, hoe meer je kan verdienen aan advertenties. Aan de andere kant is Facebook vijand nummer één als het op advertentiegeld aankomt. En ik kan het weten, ik heb twee jaar bij de reclameregie van de Persgroep Publishing gewerkt.
In de Verenigde Staten schrikt iedereen plots wakker nu digital native titels zoals Mashable en BuzzFeed in woelig water terechtkomen. Als zij zich al niet kunnen handhaven in hun eigen biotoop, hoe moeten anderen dat dan doen? Een Reuters onderzoek legt de vinger op de wonde:
Digitale nieuwsmerken die internationaal snel wilden groeien hebben noch abonnees, noch leden, bovendien kunnen ze niet terugvallen op offline omzetten om hun operaties te ondersteunen. Ze zijn aangewezen op digitale reclame. En daar zijn er vele hordes te nemen:

1) Lage omzet per bezoeker

2) Geautomatiseerde digitale advertentieverkoop die de prijs van online reclame doe dalen

3) Competitie van technologiespelers Google en Facebook

4) Gebruikers die steeds meer adblockers gebruiken.
Oja, abonnees zijn niet hetzelfde als leden, het is zelfs een belangrijk onderscheid in de zoektocht naar geld voor mediamerken.
De nieuwe, hippe nieuwsmedia hebben zich van spel vergist. Ze zijn bij wijze van spreken vol enthousiasme met hun basketsloefen een voetbalterrein opgelopen en pijnlijk uitgegleden. Ze hebben zich zodanig op bereik geconcentreerd (en daar waren zelfs ontploffende meloenen goed voor), terwijl ze eigenlijk in het aandachtsspel zitten.
Ik hoor het jullie al denken: “Ja, Freek, allemaal goed en wel. Maar als we nieuwsmedia financieel enkel moeten afhangen van leden of abonnees om de rekeningen te betalen, dan blijft enkel VRT NWS nog over.”
Goh, dat valt wel mee denk ik. 
Vorige week kondigde The New York Times nog aan dat het 3,5 miljoen betalende lezers heeft. Eind 2016 waren dat er nog 1,6 miljoen. Meer dan een verdubbeling dus op een jaar tijd. Of het doen van 10 miljoen tegen 2020 gehaald wordt, is maar de vraag. Daar moet een strengere betaalmuur bij helpen.
Hoeveel is onze aandacht nu waard?
Maar waar ik in deze aflevering eigenlijk toe wilde komen, is dit: ik raak steeds meer geïntrigeerd door modellen die experimenteren om onze aandacht op een of andere manier proberen te valoriseren. Als we erin slagen om aandacht uit te drukken in harde euro’s, dan worden we ons misschien beter bewust van de waarde van die aandacht.
Zo heb ik sinds kort een account op Steemit. Dat is een soort sociaal netwerk dat gebruikers vergoedt voor de waarde die ze op het netwerk creëren. Herinner je je het beeld van de boeren op het aandachtslandschap? Wel, de Steemit-boeren verdienen wel iets aan hun digitaal ploegen.
Ik zou hier een poging kunnen doen om het helemaal uit te leggen, maar dat lukt me nog niet. Ik ben nog volop aan het leren. Dat is trouwens meteen valkuil nummer één voor het platform: echt gebruiksvriendelijk is het allemaal nog niet. Maar hey, daar kunnen de nerds onder ons wel weg mee.
Als je meer wil weten over Steemit, raad ik je aan om:
  1. 📺 Ofwel dit promofilmpje van Steemit zelf te bekijken. Dat kost je 46 seconden. 📺

  2. 🎧 Ofwel de podcast ‘De Technoloog’ te beluisteren. Dat kost je 1 uur en 9 minuten. (Maar wel een aanrader, al gaat het wat moeizaam in het begin) 🎧

  3. 🚜 Ofwel de blogfeed van 'Steemer’ (ik weet niet of je dat zo zegt) Jerry Banfield te 'doorploegen’. Die kost kan ik niet voor je inschatten. 🚜
Oja, mijn account vind je hierzo. Spoiler: daar vind je nog niks. Misschien dat ik mijn nieuwsbrieven daar wel publiceer. Wie weet brengt dat iets op. 💸
Daarnaast surf ik tegenwoordig via de browser Brave. Niet alleen omdat je daar gemakkelijk Crypto Kitties mee kan kopen.😸 Maar die browser wil het internet van de ondergang redden. Of beter, van het verziekte reclamesysteem waar het vandaag op draait. Brave probeert met een 'Basic Attention Token’ de aandacht van surfers te valoriseren en een nieuw ecosysteem te bouwen. 
Het komt er kort door de bocht op neer dat zowel surfers, nieuwsmedia als adverteerders aandacht waarderen in tokens en die met elkaar gaan uitwisselen. Zo kan je als surfer tokens verdienen wanneer je geïnteresseerd bent in een bepaalde reclame. Met die tokens kan je betalen voor journalistieke stukken. Je kan er ook al YouTubers mee betalen.
Dit is het duidelijke promofilmpje van de Basis Attention Token.
Ik ben heel het Brave-idee eens aan het testen. Maar net zoals bij Steemit het geval is, is het nog niet bepaald gebruiksvriendelijk. Getuige deze handleiding om Basis Attention Tokens te kopen, die bestaat uit maar liefst 26 stappen. En het zijn nog niet de gemakkelijkste.
Kortom, er is nog werk aan de winkel.
Ik ben jullie alvast dankbaar voor jullie aandacht!
Tot volgende week
Freek
📲 Wil je deze nieuwsbrief helpen groeien? Stuur deze nieuwsbrief of deze link gerust door naar vrienden, kennissen en andere slimmerds die graag uitgedaagd worden op maandagvoormiddag. 📈
Hoe vond je deze editie?
Als je deze nieuwsbrief niet meer wilt ontvangen, dan kun je je hier afmelden.
Als deze nieuwsbrief doorgestuurd is en je wilt je aanmelden, klik dan hier.
Gemaakt door Freek Evers met Revue.