View profile

Faberyayo's Yaynews - Issue #179

Revue
 
 
December 25 · Issue #179 · View online
Faberyayo's Yaynews
Wanneer mensen mij vragen waar ik mijn inspiratie vandaan haal heb ik nooit een antwoord.
‘Eh,’ komt het dichtstbij.
Maar zoals wel vaker met dit soort dingen bedenk ik vaak lang nadat degene die een soortgelijke vraag gesteld heeft dat ik er wel degelijk een idee over heb. Omdat er op zo’n moment dan niemand meer is omdat idee van mij te ontvangen vergeet ik het steevast daarna, om me te herinneren dat ik hier inderdaad gedachtes over gehad heb op het moment dat een nieuw persoon zich aandient die wil weten waar het vandaan komt.
Als ik iets niet weet over mezelf is een van de eerste dingen die ik uitprobeer om er achter te komen alle naburige dingen opschrijven die ik wel weet. Er is geen handboek om te zijn wie ik ben of wie jij bent. Het is een constante stroom aan indrukken die onderhevig is aan gebeurtenissen en inzichten van buitenaf. Ik ken mijn eigen waarheid. Het is de kern van mijn zijn. Ik weet dat het waar is. Een soort wit licht in het midden van mijn lichaam dat gevoelsmatig mijn gedachten aan stuurt. Wat het precies is weet ik niet. Wanneer ik begin dit concept in woorden vorm te geven gaat er al iets van de puurheid verloren. Voor mij maakt dat niet uit, natuurlijk, want los van deze omschrijving, weet ik altijd wat het is. Wie ik ben. Ik ben ik. Ook al weet ik niet wat dat betekent. Hoe je dat ik an sich zou moeten ontleden, die waarheid blijft altijd overeind.
Door te schrijven over mezelf, of het nou letterlijk over mezelf gaat of ik personages in een fictioneel werk mijn eigen gedachtes meegeef, leer ik mezelf beter kennen. Door na te denken over hoe ik een idee moet verwoorden raak ik beter bekend met dat idee. Maar ideeën zijn vluchtig. Je moet ze vangen als ze opkomen en dan direct noteren, anders zijn ze weer vervlogen voor je tijd hebt om er bij stil te staan. En dat moet ook. Want een idee is maar een idee. De magie ontstaat pas als er meerdere ideeën bij elkaar komen en samen een eigen synergie ontwikkelen en er voor je ogen een wereld ontstaat met een interne logica die zich ontvouwt.
Maar ik loop op de zaken vooruit. Het begint met niets.
De wil om te schrijven is een intrinsieke motivatie. Het maakt helemaal in het begin niet uit waar over het gaat. Dat komt eigenlijk later pas. De invulling. De wereld. De personages. Het onderwerp. De thema’s. Allemaal ondergeschikt aan een vurige passie om woorden te vangen tussen interpunctie. Soms komt het door de manier waarop de lucht roze gekleurd is door de ondergaande zon. De verpletterende schoonheid van de natuur die uittorent boven de horizon van mensgemaakte woningen. Ergens wringt het zo dat mijn vingertoppen beginnen te tintelen. Soms een menselijke connectie. Intiem zoals wanneer je met zijn tweeën bestaat in een vacuüm van passie waar niemand anders ooit iets van zal begrijpen; wanneer je zo goed als op cellulair niveau in elkaar verdwijnt. Of intiem zoals wanneer je iemand volgt in de openbare ruimte zonder dat diegene dat door heeft. Wanneer je probeert in te schatten wat er schuil gaat achter de treurige oogopslag van je vreemde, waar je vreemde naar toe onderweg is, of wat voor geheimen je vreemde bij zich draagt.
Maar het kan ook een stuk voor de hand liggender zijn. Een goed geschreven boek prikkelt je om zelf te denken ‘dit kan ik ook’. Niet ‘dit kan ik ook’ als in ‘het is zo simpel’. Maar ‘dit kan ik ook’ als een eureka moment. Een fragmentarische openbaring aan de hersenen. ‘Wij zijn hier toe in staat! We hebben alle benodigdheden!’
Een slecht geschreven boek. Een mooi liedje. Een zalige maaltijd. Een precies sterk genoeg kopje zwarte koffie dat je doet verlangen naar een aangename avond met familie.
Nu ja. Als die wil er eenmaal is, kan ik aan de gang. Of nee. Dat klopt ook niet helemaal. Want hoe noodzakelijk de wil ook is, er moet ook iets zijn voor de wil om mee aan de gang te gaan. Namelijk het idee. Het wil is de mes en het idee is de uit te smeren substantie. En dan is een idee dus nog niet genoeg. Een persoon. Een naam. Een plek. Een gevoel. Iets wat me sterk genoeg grijpt en de lege pagina in trekt. Het idee moet ergens naar toe. Namelijk naar nog een idee. Een personage naar een ander personage. Of naar een wereld. Of een omstandigheid. Soms krijgt het personage een naam en vertrekt de karavaan. De eerste paar woorden zijn voorzichtig. Ik staar me niet te blind op de eerste zin, dat kan altijd later nog aangepast worden en bovendien weet ik van mezelf dat ik in het beginste begin vaak overdreven streng ben. Of juist niet genoeg. Meteen extatisch. Welke van de twee het ook is, het voegt niks toe. Het heeft pas zin om kritisch te zijn als alles er op staat. De woorden komen op gang. Het verhaal, of stuk tekst, het maakt namelijk niet uit of het fictie of non-fictie, alles heeft een wil en meerdere ideeën nodig om aan te vangen, het verhaal krijgt beweging. Steeds sneller en sneller, met ieder toegevoegd woord, elk karakter, komt het in een stroomversnelling. De tijd wordt elastisch en mijn zintuigen gaan op mute. Het idee ploegt naar het volgende idee en vlak voordat idee bereikt is verschijnt er een nieuw idee aan de horizon. Als ik iets korts schrijf jakker ik zo snel mogelijk door, bang om de stroom te verliezen. Als ik iets langs schrijf jakker ik zo snel mogelijk door, bang om de stroom te verliezen, maar houd ik ook halt met nog een idee op de horizon. Ik sla het bestand op en klap de laptop dicht en laat de bungelende gedachten naar beneden dwarrelen om ze gedurende de dag te rangschikken en hoop dat ze niet vergeten worden voor ik de kans heb verder te gaan met schrijven.
Na verloop van tijd is het enige wat er nog toe doet het werk. Ik kan het niet meer in de steek laten. Ik mag het niet laten mislukken anders is alles voor niets geweest. Ik wou die wereld bezoeken. Ik heb deze personages tot leven laten komen omdat ze mij moesten vermaken, nu is het zaak dat zij krijgen wat ze verdienen. Of het nou de dood is of eindelijk die seks die al zo lang in de lucht hangt. De personages zijn illustraties die op iets diepers liggen. Verlangen. Verlangen naar bogen die op en neer gaan en abstracte beloften die ingelost worden. Als het maar klopt. Alleen ik weet wanneer het klopt. Ik kan niet tegen mezelf liegen. Ik ben ik. Ik weet wanneer het klaar is en wanneer het niet klaar is. Ik ben ik. Dit is mijn waarheid.

Did you enjoy this issue?
If you don't want these updates anymore, please unsubscribe here.
If you were forwarded this newsletter and you like it, you can subscribe here.
Powered by Revue