Bekijk profielpagina

Vonnis #17: Erfgoed Leiden (eerste aanleg)

Jurisprudentie over stockfoto's
Handhaving van fotorechten lijkt in Nederland niet meer onderworpen aan het recht. Commerciële partijen incasseren onredelijke boetes.
In deze nieuwsbrief vonnissen die op Rechtspraak.nl zijn gepubliceerd met enkele kanttekeningen.

ECLI:NL:RBDHA:2018:3768
Rechtbank Den Haag, datum uitspraak 05-04-2018
Gemachtigde eiser: mr. L. Varela, advocaat te Rotterdam
Gemachtigde gedaagde: D.J.G. Visser, advocaat te Amsterdam
Rechter: mr. E.A.W. Schippers, tot 2008 werkzaam als advocaat bij Höcker Advocaten B.V. te Amsterdam
Dit vonnis heeft een enorme impact gehad op de collecties van musea en erfgoedinstellingen. Anonieme foto’s zijn massaal offline gehaald. Het gaat om 25 foto’s afkomstig van ansichtkaarten waarbij geen naam van de fotograaf stond vermeld.
“3.3-.1 Ten aanzien van 15 van de 25 [R] -foto’s is [eiser] -ingevolge artikel 8 Auteurswet (hierna: Aw)- niet de auteursrechthebbende omdat deze foto’s halverwege de vorige eeuw door een vennootschap “als van haar afkomstig” als prentbriefkaart zijn openbaargemaakt “zonder daarbij eenig natuurlijk persoon als maker er van te vermelden”.
3.3-.1 Op de overige 10 van de 25 prentbriefkaarten van de [R] -foto’s is geen naam van de maker of aanduiding van de uitgever vermeld. Volgens informatie van [eiser] dateren de [R] -foto’s van 9 van deze van deze prentbriefkaarten uit 1942, althans van vóór 1946, zodat op grond van artikel 38 Aw het auteursrecht op die foto’s reeds is vervallen vóór 1 januari 2016.”
Mijn inziens geen speld tussen te krijgen doch de rechter oordeelt dat de foto’s niet anoniem zijn gepubliceerd:
“4.9 … Uitgevers kozen vervolgens uit de door [R] aangeboden foto’s die foto’s waar zij prentbriefkaarten van wilden produceren. Dat vervolgens [R] ’ naam niet is weergegeven op de door verschillende uitgevers vervaardigde prentbriefkaarten doet er niet aan af dat hij de foto’s voorzag van een stempel met zijn naam en deze vervolgens onder zijn naam heeft aangeboden. Het is niet noodzakelijk dat de maker zijn naam op alle verveelvoudigingen van een werk plaatst, wil hij zich de maker van het werk en daarmee de auteursrechthebbende ten aanzien van het werk kunnen noemen. Uit het voorgaande volgt dat geen sprake is van anoniem gepubliceerde foto’s.
Over “als van haar afkomstig” in artikel 8 Aw valt te twisten. En als dat niet aannemelijk lijkt dan geldt artikel 9 Aw: de rechthebbende kan via de uitgever of drukker haar rechten uitoefenen.
“4.22 Erfgoed Leiden zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. [eiser] vordert een proceskostenveroordeling ex artikel 1019h Rv. Onder overlegging van een specificatie heeft [eiser] zijn kosten begroot op € 12.413,92 aan salaris gemachtigde en griffierecht.”
“4.23 … Erfgoed Leiden heeft overigens tegen de hoogte van de opgevoerde kosten geen verweer gevoerd.”
De rechter oordeelt dat er €1.875 schadevergoeding, €12.511,23 proceskosten, rente en nakosten betaald moeten worden. De eigen advocaatkosten van Erfgoed Leiden komen daar nog bovenop.
In hoger beroep, ruim 2 jaar later, slaagt de betwisting voor een deel van de foto’s op grond van artikel 38 Aw wél, is de schadevergoeding verlaagd naar enkele euro’s per foto en draagt ieder zijn eigen proceskosten.
Leiden haalt 100.000 historische foto's offline | Sleutelstad
Vond je deze editie leuk? Ja Nee
Martine Bakx
Martine Bakx @artoek

Handhaving van fotorechten wordt overgelaten aan de markt. Met als gevolg dat er een heksenjacht op foto's is ontstaan waaraan steeds meer rechthebbenden en juristen meedoen. De jurisprudentie is om te janken met woekertarieven en forse proceskosten.

Teken en deel de petitie om foto-geschillen zonder rechter op te lossen: https://beoordeelfotoclaims.petities.nl/

Klik hier om je uit te schrijven.
Als deze nieuwsbrief doorgestuurd is en je wilt je aanmelden, klik dan hier.
Created with Revue by Twitter.
Nederland