Bekijk profielpagina

Iedereen kan leren leren - #6 Mijn eigen proces onder de loep: Weten is iets anders dan Leren

Iedereen kan leren leren - #6 Mijn eigen proces onder de loep: Weten is iets anders dan Leren
Door Annette Dölle • Editie #6 • Bekijk online
Abstract: Afgelopen zomer startte ik een artikelenreeks over leren bij volwassenen. Die artikelen veranderen nu in columns. Binnen hetzelfde thema. Tweewekelijks deel ik een leerproces of -middel dat helpt het leven leuker en makkelijker te maken.
Editie #6: Over de Kanban in mijn keuken, glazen water, hoepelen, Ebbinghaus Onthoudcurve, kennis en kunnen, en mijn eigen leerproces onder de loep.

In mijn keuken hangt een Kanban
De Kanban: Hij hangt er al een tijdje en wordt dagelijks waardevoller. De basis van een Kanban is verschrikkelijk eenvoudig: Het zijn drie kolommen met DO, DOING & DONE. In elke kolom hangt een taakje. En dat taakje verschuift naar gelang je handelingen. Het is de meest compacte manier om denken, doen en zien (reflectie) in één tool verpakt te hebben. Anders gezegd; een snellere en efficiëntere feedbacktool is er niet (of ben ik nog niet tegen gekomen).
KanBan (Japans voor ‘Visuele Kaart’) komt uit de hoek van Jeff Sutherland (die van Scrum) en Toyota. Het is ergens in de jaren tachtig ontwikkeld.
Wat ik altijd enorm vermakelijk vind, is dat ik als Pabo student in de jaren negentig menig klaslokaal versierd zag met een DOE & GEDAAN BORD. En jaren later - door managementboeken - opeens gewezen werd op dit ‘briljante’ effectiviteitsmiddel. Soms vraag ik me af waarom iedereen toch steeds weer in die gebakken lucht blijft happen… Is het de belofte die het weerspiegelt? De hoop die het brengt dat je werkende levende opeens luchtig en eenvoudig wordt? ;) ‘Het is wat de gek ervoor geeft’ zegt mijn moeder altijd.
Maar goed, die Kanban in mijn keuken dus. Die hangt er sinds de zomer. Op een geschilderde magneetmuur met kaartjes. Waarbij ik ‘done’ vervangen heb voor ‘celebration’ (een gelukshormonen foefje). Daarnaast heb ik taakjes in categorieën verdeeld (zie foto). Digitale/online is roze. Praten/lezen is groen (voor mij is dit ‘alles met mijn hoofd’). Gezondheid is geel.
Elke ochtend beslis ik wat ik die dag ga doen (hier verschilt het dus met een statische takenlijst), hang het kaartje bij DOING en verschuif ze als ik ergens gedurende de dag in de keuken kom en het me opvalt. Sinds de zomer denk ik elke avond: ‘Lekker bezig, Annette!’ ÓF ‘Geeft niet, Annette. Morgen is er weer een dag!’ In beide gevallen doe ik een dansje in de keuken (monitoring gaat namelijk nooít over falen of zegevieren, maar over registreren en ontwikkelen).
Onthouden is iets anders dan Leren
Het grootste geluk aan het hebben van een PABO (zo'n goede als ik had) met een baseline vól ontwikkelingsgerichte, didactische en pedagogische theorie en middelen, is dat je er je hele leven iets aan hebt - ongeacht wat voor werk je later gaat doen.
Wat de Ebbinghaus Curve is, en dat een leerproces uit heel veel kleine stapjes bestaat wéét ik dus al best lang. Laten we zeggen een decennium of twee. ;) Ebbinghaus (Herman voor bekenden) koppelde ‘tijd’ aan ‘onthouden’ en maakte er een grafiek van. Als je op dag 1, 3 en 6 de stof herhaalt, dan verplaatst het zich van je sensorische geheugen, naar je kortetermijn geheugen en dan naar je lange. Wil je dus iets onthouden? Dan is herhaling de sleutel!
Liever op dag 1, 3 en 7 een klein beetje, dan na een maand de hele riedel herhalen. Het vraagt nu geen complexe denkstap om te begrijpen dat iets kunnen toepassen ditzelfde soort kleine stapjes vraagt.
Ik ben in dit geval een fantastisch voorbeeld van iets weten, onthouden, begrijpen en het níet (meteen goed) doen. 😉
Hierin ben ik uiteraard ook iets te streng voor mezelf, want het toont perfect de noodzakelijke feedbackloops èn ruimte die je jezelf (en je collegae) mag geven om iets te leren.
Je ziet op de foto dat ik aanvankelijk op de kaartjes ‘2 liter water’ en ‘2x 10 minuten hoepelen’ schreef. Optimistisch en vrolijk had ik er vertrouwen in. Maar elke avond bleek dat ik de 2 liter niet haalde. En dat het hoepelen er ook bij inschoot. Dit had ik van tevoren wèl kunnen voorspellen (een aanname), maar nooít kunnen weten (een feit). Dit kun je enkel ontdekken door het te leren als je bezig bent. En er stappen in te mogen zetten.
Je ziet dat ik een eerste tussenstap maakte bij het hoepelen: Van één kaartje met ‘2x 10 minuten hoepelen’ ging ik naar twee kaartjes met ‘1x 10 minuten hoepelen’. Want het lag niet aan een fysieke beperking - ik kan prima 10 minuten hoepelen. Toen dat ook niet haalbaar bleek, vroeg ik me af waardoor het kwam (de dubbele learningloop van Argyris en Schön). Het is essentieel dat je hier tijd voor neemt! Als de verkleinde doe-stap het antwoord niet is, ligt er iets aan de inhoud van de taak: Ik ontdekte dat ik hoepelen-met-een-klok erg saai vond. Omdat ik wèl wil hoepelen, moest ik iets verzinnen (eureka!). Hoepelen-met-muziek vind ik daarentegen wèl gezellig. Dus veranderde ik de tijdseenheden in muziek-eenheden. Et voilà.
Al die managementboeken doen niets anders dan je brein hacken
Je mág je brein dus best een handje helpen! Mensen die nu denken ‘Pff, je kunt toch ook gewoon 10 minuten muziek aanzetten? Dan heb je het toch ook opgelost?’ - Die mensen snappen het brein net niet helemaal.
Ik weet op bewustzijnsniveau namelijk heel goed dat ik mezelf en mijn brein fop. Maar als ik mezelf èlke dag opdracht moet geven om iets dat ik op papier als ‘saai’ ervaar helemaal om te denken naar iets dat ‘leuk’ wordt, dan kan ik mezelf ook helpen door het metéén leuker te benoemen. Het scheelt bákken energie! (en waarom zou dat niet mogen?)
En hierin schuilt ons collectieve leerproces!
Hier gaan we als samenleving namelijk extreem de boot in. Bij organisaties, bedrijven en binnen informele netwerken: We vergeten dat taal er is om ons te helpen. Niet om rechtlijnig vanuit te handelen. De handeling leidt de taal. Niet andersom.
We nemen daarin mensen de maat die vol optimisme een werkproces opstarten, waarbij ze van tevoren onmogelijk kunt weten hoe de verhouding tussen weten, begrijpen, onthouden en kunnen later uitpakt. En waar ze aanpassingen willen doen.
Hoeveel kennis je ook hebt, elke dag is verschillend. De balans tussen iets weten, begrijpen èn vervolgens openstaan om daarin te leren is complex. Iets weten is namelijk een statisch begrip. Kunnen ook. Maar het proces daartussen dat we ‘leren’ noemen, is beweeglijk.
Kennis is een blokje hout, leren is als water
We juichen toe dat mensen mogen ontwikkelen (een leven-lang tegenwoordig), maar dat daar een onontkoombaar proces van aanpassen, bijsturen en herontdekken bijkomt, vinden we moeilijker te verkroppen. Het onderscheid tussen kennen en kunnen verdient meer ruimte van ons dan we het nu geven.
Ik heb zelf weleens ervaren wat er gebeurt als iemand je als ‘alwetend’ beschouwt maar je geen ruimte voor doe-ontwikkeling geeft, en ik zie het regelmatig binnen afdelingen. De mensen die onmiddellijk mijn affiniteit hebben, zijn de medewerkers die ruimte durven geven aan hun eigen kwetsbaarheid binnen een werkproces. (Dit is trouwens één van de redenen waarom ik bij organisaties altijd vanaf de vloer werk, mee ga naar de uitvoer en zelden in een trainingszaal begin). Het is zoveel eenvoudiger ontwikkelen als er nieuwsgierigheid is bij mensen naar de ontwikkeling van een situatie, een probeersel of tussentijds project.
Je moet naast kennis dus ook je eigen handelen onthouden, zodat je kunt oefenen en ontwikkelen.
Ebbinghaus curve (Herhaal op dag 1, 3 6, 12, 18 en 30)
Ebbinghaus curve (Herhaal op dag 1, 3 6, 12, 18 en 30)
Oja, Waarom heb ik een analoog Kanban in plaats van digitaal?
Behoorlijk simpel: Omdat in persoonlijke leerprocessen mijn ruimtelijk-visuele brein dominant is en kinesthesie mijn voorkeur leer- en verwerkingsstijl is.
Kinesthetisch (ook wel: proprioceptie) is handelend vanuit tast, beweging en aanraking. Naast visueel of auditief leren kun je ook kinesthetisch leren. Ik leer (en verwerk) het makkelijkst als ik mag voelen - Dat hoeft niet letterlijk hoor. ;) Laten we zeggen dat 3D, fysiek en in beweging het best aansluit bij mijn persoonlijkheid. Ik leer het best door de projecten die ik doe. Meer dan van een boek. En ik vind het bijv. heerlijk als mensen bezig zijn en we ondertussen kletsen. Maar op een netwerkborrel aan een statafel een inhoudelijk gesprek moeten voeren, is extreem complex voor me doordat de dynamiek me uitnodigt. Het is niet dat ik niet wil, maar het zuigt energie uit me. Dan loop ik het liefste van tafel naar tafel. Net als op een festival (vroeger ging ik om deze reden altijd alleen de kroeg in - ik kom genoeg mensen tegen, ik hoef nergens de diepte in en kan mijn eigen gang gaan. Omdat vrienden dit soms ingewikkeld vonden, heb ik het ooit opgelost door het ‘vlinderen’ te noemen. Weer zo'n brein trucje ;)).
In het geval van de analoge Kanban helpt het mij als ik fysiek, door aanraking de kaartjes van de ene plek op de muur verschuiven moet naar de andere plek. Als ik dit digitaal zou doen is de handeling voor mijn brein te klein om gelukshormonen aan te maken. Het visuele doet me namelijk minder. Een kaartje zien verschuiven op een MIRO-bord heeft veel minder impact op me dan een magneetje aan de muur. En… aangezien ik het voor mezelf doe creëer ik uiteraard de meest optimale successituatie.
Een laatste zijlesje daarbij: Het heeft dus geen enkele zin de omgeving te kopiëren in tools en trucs, maar het is des te belangrijker eerst te ontdekken uit welk hout je zelf gesneden bent.
PS. En zorg er vooral ook voor dat je omgeving jouw níet met anderen vergelijkt. Laat die maar aan zichzelf sleutelen. ;)
Vond je deze editie leuk?
Klik hier om je uit te schrijven.
Als deze nieuwsbrief doorgestuurd is en je wilt je aanmelden, klik dan hier.
Gemaakt door Annette Dölle met Revue.
Amsterdam, Nederland