Bekijk profielpagina

NOS Tweede Wereldoorlog - Editie #69

NOS Tweede Wereldoorlog
Steeds kleiner wordt het groepje WO II-veteranen dat een bezoek aan ons land kan brengen om de oorlog te gedenken. Tijdens zo'n reis haalt de Amerikaan Clifford Stump herinneringen op. Daarnaast de terugkeer van een voor de nazi’s ‘te Joods’ schilderij naar zijn plek in Amsterdam en archeologische vondsten uit Schattenberg, beter bekend onder de naam Westerbork.
Stump bij een tussenstop op een oorlogsbegraafplaats
Stump bij een tussenstop op een oorlogsbegraafplaats
18 jaar was Clifford Stump toen hij op D-day boven Normandië uit een vliegtuig sprong. Zeven dagen later vierde hij zijn negentiende verjaardag aan het front. Nog voor hij wettelijk een biertje mocht drinken op zijn 21ste, zou hij Market Garden, het Ardennenoffensief, de bezetting van Berlijn en de grote overwinningsparade in New York meemaken. Deze maand keerde hij kort terug naar Nederland.
“We waren jong en dom en dachten dat we alles al wisten”, zegt hij over zijn diensttijd. Om aan te vullen over D-day: “Maar geloof maar dat iedereen nerveus was. Wie dat ontkent, vertelt niet de waarheid.”
Stump (98) groeide op in de Amerikaanse staat Iowa en wilde dolgraag piloot worden toen de oorlog uitbrak. “Op de middelbare was er een leraar die vroeg wat we wilden worden als we werden opgeroepen. Voor de acht die ‘piloot’ zeiden zette hij een extra wiskundeklasje op. Maar bij de keuring werd me verteld: ‘Nee, we kunnen je niet gebruiken, je hebt een bril’.”
Ook voor de marine werd hij vervolgens afgewezen, maar dankzij zijn wiskundeknobbel was hij van harte welkom bij de artillerie, waar de juiste berekeningen immers cruciaal zijn om het doel raken. In aanloop naar D-day werd hij ‘gevrijwilligd’ voor de luchtlandingstroepen, het 82nd Airborne Division.
“Op een morgen kwam er een luitenant binnen en die zei: ‘Ik wil jou, jou en jou’. We gingen met hem mee en nog voor hij onze namen had gevraagd zei hij al: ‘Als iemand het je ooit vraagt, dan hebben jullie je vrijwillig opgegeven’. Maar ik was dolgelukkig toen ik ontdekte wat het precies inhield.”
Na D-day was Stumps volgende missie Market Garden. Zijn opdracht was de Waalbrug bij Nijmegen ongeschonden in handen te krijgen, iets wat lukte hoewel de Duitsers explosieven hadden aangebracht. “We kwamen enkele uren aan voordat de Duitsers de brug zouden opblazen, maar we wisten hem te redden. Zo kon ons zwaar materieel erover.”
Veteraan Clifford Stump (98) bevrijdde Nederland
Veteraan Clifford Stump (98) bevrijdde Nederland
Ondanks dat Amerikaanse succes liep Market Garden uit op een deceptie. Stump merkte aan den lijve hoe taai het Duitse verzet nog was toen ze in december een tegenaanval deden in de Ardennen: met bevriezingswonden moest hij wekenlang worden opgenomen. “Ze wilden me terugsturen naar huis, maar ik zei: ‘nee, ik wil terug naar mijn eenheid’.
Een jaar later werd zijn 82nd uitgekozen voor de overwinningsparade door New York. “Deze 13.000 staan voor tien miljoen anderen. En ze marcheren voor de velen die niet meer kunnen marcheren”, typeerde het Amerikaanse bioscoopjournaal de stoet. Met plezier denkt Stump nog altijd terug aan het feestje dat die avond volgde in het luxe Waldrof-Astoria. 
82nd Airborne Victory Parade NYC in 1946
82nd Airborne Victory Parade NYC in 1946
Terug nu in Nederland reisde hij tien dagen langs plekken uit de oorlog: Nijmegen, Arnhem, Wageningen, oorlogsbegraafplaatsen in Oosterbeek en Margraten. Hij herkent weinig meer van het land dat hij ooit bevrijdde. “Het is allemaal zo lang geleden, er is veel veranderd in 70, 80 jaar tijd. Maar het frist je geheugen wel op. En de mensen zijn zo aardig.”
Toch brengen die herinneringen ook verdriet. “Soms heb je ineens een flashback, dat is minder.” Hij vertelt over een vriend met wie hij in Normandië op verkenning ging. “Ik ging terug om de rest van de mannen te halen en toen ik terugkeerde, was hij weg. Mijn maat was weg”, zegt hij met een snik in zijn stem.
“Mijn herinneringen zijn al zo oud en als ik eerlijk ben, dan stop je ze ver weg. Je wilt het eigenlijk vergeten. We moeten het blijven herinneren, maar sommige dingen die je hebt meegemaakt, kun je beter vergeten.” 
Stump tijdens de busreis door Nederland
Stump tijdens de busreis door Nederland
'Gerechtigheid': 'te Joods' schilderij terug
Decennia jaar nadat de Duitsers het schilderij hadden verwijderd, is Benjamin voor Jozef weer terug op een school aan het Adama van Scheltemaplein in Amsterdam. “Dat het nu weer op dezelfde plek terug is, is een kleine overwinning”, zegt rector Bert Schuller van het Ingatiusgymnasium.
Het gymnasium staat op de plek waar vroeger de Christelijke HBS gevestigd was. Die school werd in 1941 door de bezetter gevorderd om er de Zentralstelle für jüdische Auswanderung te vestigen, de centrale plek waar de deportatie van Nederlandse Joden werd georganiseerd.
Het schilderij van Josina Knap in de school was de nazi’s een doorn in het oog. Het vertoonde het oudtestamentische verhaal van de verkochte Jozef die na jaren zijn familie weer ziet. “Ach, dass sind Juden”, zei een SD’er misnoegd toen hij bij het binnengaan van de school het werk van 3 bij 2,5 meter voor het eerst zag.
Josina Knap werkt aan het schilderij
Josina Knap werkt aan het schilderij
Het ongewilde kunstwerk werd door een conciërge verwijderd. Aangenomen werd dat het vernietigd was bij de geallieerde aanval op de Zentralstelle in november 1944. De HBS werd toen grotendeels verwoest. Pas in 1949 ontdekte Knap dat haar werk de oorlog had overleefd.
“Het mirakel is dat de conciërge het werk niet in de school had opgeborgen, maar in een winkel met schildersbenodigdheden”, legt Schuller uit. “Toen de school verloren ging, bleef het werk zo bewaard.”
Knap hing het werk in het kantoor van haar man, later ging het naar het Bijbels Museum. Toen dat sloot, nam de familie met Schuller contact op of het werk niet naar zijn school kon gaan, die inmiddels op de plek van de verwoeste HBS was gebouwd. Hij kende het wonderlijke verhaal tot dan toe niet.
“Ze stuurden me een licht mysterieuze mail dat ze een schilderij hadden dat ze graag aan de school wilden aanbieden. Ik had het doek nog nooit gezien, maar toen ik het betekenisvolle verhaal erachter hoorde werd ik enthousiast.”
Schuller zegt dat het schilderij de Tweede Wereldoorlog tastbaar maakt voor de leerlingen. “De financiële waarde is te veronachtzamen en Knap is niet onze grootste schilder geworden”, legt hij uit, “maar verschillende docenten zijn na de onthulling al met hun klas gaan kijken en het zal aan bod komen bij verschillende vakken. Je kan het doek ook niet over het hoofd zien, het hangt op een prominente plek, waar veel leerlingen langskomen.”
“Dat het nu na 80 jaar weer terug is, voelt toch een klein beetje als gerechtigheid.”
Bertien Minco maakte een podcast over dit schilderij en hoe Knap haar familie redde.
De onthulling van het schilderij
De onthulling van het schilderij
Gevlucht voor de nazi's, gedeporteerd door de Britten
“De grootste bijdrage aan talent voor Australië ooit van één boot”, zo typeert het Nationaal Museum in Canberra de komst van transport Dunera in 1940. Maar aan die impuls voor de samenleving lag een groot onrecht ten grondslag: onder de 2542 opgesloten opvarenden zaten ook veel Joodse vluchtelingen uit Duitsland. Voor hen is nu een nieuw monument opgericht.
Winston Churchill achtte het transport noodzakelijk toen in mei 1940 nazi-Duitsland aan zijn opmars door Europa begon. Hij was bang dat de 70.000 Duitsers die op dat moment in Groot-Brittannië waren, zijn land in de rug zouden aanvallen. Bijna 13.000 Duitsers, Italianen en Oostenrijkers werden als vijandelijke vreemdelingen opgesloten. Om Britse kampen te ontlasten, besloot men ook gedetineerden naar overzeese kampen in Canada en Australië te verschepen.
Onder de gevangenen zaten inderdaad Duitse krijgsgevangenen en aanhangers van Hitler. Maar het ging vooral om Joodse vluchtelingen die in de jaren dertig juist voor het nazi-gevaar waren gevlucht. Zoals Bern Brent, die na de Kristallnacht als 15-jarige zijn geboorteland was ontvlucht.
“Mijn moeder zei dat er oorlog zou komen en dat het verstandig was als ik vertrok”, vertelde hij de Sydney Morning Herald. “Zij had de Eerste Wereldoorlog in Berlijn doorgemaakt en dat was niet aangenaam. Toen Frankrijk capituleerde en de kranten bleven schrijven over vijandelijke vreemdelingen, werd ik vier weken opgesloten.”
De Dunera vertrok op 10 juli 1940 voor zijn wereldreis. De omstandigheden aan boord waren erbarmelijk. Opvarenden werden maar een half uurtje gelucht, tien toiletten bleken al snel ontoereikend. De bemanning was zo ruw dat drie van hen voor de krijgsraad moesten komen, onder wie de commandant.
Begin september kwam de Dunera aan in Australië, waar de opvarenden in kampen werden opgesloten. Rond dezelfde tijd werden nieuwe regels van kracht, waaronder veel van deze personen helemaal niet gedeporteerd zouden zijn geweest. Toch duurde het nog tot 1941 voordat ze werden vrijgelaten.
900 van hen kozen er na de oorlog voor in het land te blijven. Een flinke groep leverde een aanzienlijke bijdrage aan hun nieuwe land als econoom, ontwerper, sportcoach, componist of natuurkundige.
Afgelopen maand werd in de haven van Sydney een monument onthuld voor deze groep vluchtelingen, die bekend kwam te staan als de Dunera Boys.
De 99-jarige Brent, de laatste ‘Dunera Boy’ die nog in het land woont, is achteraf blij dat hij werd ingescheept. “Het was het beste wat me had kunnen overkomen. In Groot-Brittannië zou ik op mijn 18e in dienst moeten zijn gegaan en had ik fifty-fifty kans te overleven. Ik mag van geluk spreken dat ik werd opgesloten.”
Laars en kapmes: vondsten uit Schattenberg
De naam Westerbork zegt meer mensen iets dan Schattenberg, maar toch is dat de naam waaronder het kamp het langst dienst heeft gedaan. Niet als opvangkamp voor Joodse vluchtelingen, doorvoerkamp van de nazi’s of detentiekamp voor collaborateurs, maar huisvesting voor Indische Nederlanders: ruim 20 jaar woonden die in het ‘woonoord’. De tentoonstelling Emotie uit de bodem in het herinneringscentrum laat zien welke sporen er van hen achterbleven.
10.000 archeologische vondsten werden er in de loop der jaren in Westerbork gevonden. Gevonden bij de herinrichting in de jaren negentig of bij opgravingen later bij de vuilnisbelt en de commandantswoning. Voor het eerst worden de vondsten in een overzicht gepresenteerd.
De voorwerpen brengen herinneringen terug voor Indische Nederlanders die na het vertrek van Nederland uit Indonesië hier werden opgevangen. “Dit is een laarsje zoals wij die allemaal hebben gehad. Ik ook, de kinderen allemaal”, zegt Otis Polnaya over een vitrine. De laarzen waren met kledingbonnen in Assen op te halen. Mietji Hully herinnert zich nog dat ze op haar kuiten zwarte strepen achterlieten. “Maar we konden het ons niet permitteren om zomers andere kleding te dragen”, zegt ze. “We hadden het niet breed. De ouders kregen drie gulden, kinderen 1,50.”
Een roestig kapmes herinnert Hully aan de tropen. “Molukse vaders namen het mee vanuit Indonesië Daar konden ze de omgeving mee schoonmaken en gras mee wegsnijden.” Polnaya vult aan: “Ik heb ook wel eens gezien dat er ruzie onder elkaar was, dan werd dit ook gebruikt.”
Hully noemt het belangrijk aandacht te geven aan deze haast vergeten periode van het kamp. “Het is een onderdeel van wat mensen helemaal niet weten”, zegt ze bij RTV Drenthe. “Ik heb het zelf ook weggestopt. Voor de integratie was dat helemaal niet goed.”
Ooggetuige Westerbork
Lous Steenhuis-Hoepelman (1941) was een van de personen die de NOS interviewde voor de podcast Onbekende Kinderen. Op zondagmiddag 25 september vertelt ze haar persoonlijke verhaal in het museum van Kamp Westerbork. Ze bespreekt hoe ze in 1944 als drie-jarig meisje werd opgesloten in de gevangenis en een tocht langs verschillende concentratiekampen overleefde.
Samen met drie andere overlevenden van het transport woonde Lous eerder deze maand een reünie bij in het voormalige concentratiekamp Bergen-Belsen. Daar ging het vooral over hoe hun levens nu verlopen, niet over de oorlog. “Die tijd is geweest. Het is een soort code om het niet over de oorlog te hebben. Dat vind ik ook prima.”
Lous (3e van links) met andere 'Onbekende Kinderen'
Lous (3e van links) met andere 'Onbekende Kinderen'
Lokale herdenkingen
Overal in het land vinden - misschien wel wekelijks - herdenkingen plaats waarbij wordt stilgestaan bij het leed dat plaatsgenoten is aangedaan. In onze nieuwsbrief zullen we geregeld zo’n herdenking uitlichten. 
Zoals deze maand in Enschede, waar bij de synagoge ieder jaar de Twentse razzia van 13 en 14 september 1941 wordt herdacht. Het was de derde grote razzia in de oorlog, een represaille voor het doorknippen van telefoonkabels door het verzet.
Politieagenten gingen met lijsten waarop Joodse namen stonden langs de deuren. 105 Joodse mannen werden opgepakt en afgevoerd naar het concentratiekamp Mauthausen in Oostenrijk. Binnen enkele weken of maanden werden ze vermoord. 
De nazi’s stuurden vanuit het kamp de doodsberichten naar Enschede, waarna medewerkers van de Joodse Raad ze bezorgden bij nabestaanden. Het laatste bericht was van 5 januari 1942, vier maanden na de razzia.
Bij de herdenking waren familieleden en belangstellenden aanwezig. Kinderen van groep 8 van een school uit de buurt lazen de namen voor van de slachtoffers en legden bloemen bij het monument. Dat deden ook de burgemeester van Enschede en de ambassadeur van Oostenrijk, waar het voormalige kamp ligt.
Terugblik Indiëherdenking
Bij het Indisch monument in Den Haag werden op 15 augustus alle slachtoffers herdacht van de Japanse bezetting in toenmalig Nederlands-Indië. Op die dag in 1945 capituleerde Japan en was in alle werelddelen het einde van de Tweede Wereldoorlog een feit. De herdenking was voor het eerst in de avond en de NOS zond die met voorprogramma live uit.  
In de uitzending en op NOS.nl een verhaal over de Indische eettafel, georganiseerd door stichting Pelita. Tine Ronkes (93) gaat er graag naartoe. Over de oorlog praat ze niet graag, maar ze vindt het fijn andere Indische mensen te ontmoeten. 
NOS Stories maakte speciaal voor jongeren een video. Wat weten zij van Nederlands-Indië? En hoe zit het met de Indische roots van jongeren?  
Het (pijnlijke) verleden van 2 miljoen Nederlanders
Het (pijnlijke) verleden van 2 miljoen Nederlanders
Overig nieuws
De iconische foto van Churchill (Yousuf Karsh, Library and Archives Canada / cc-by-2.0)
De iconische foto van Churchill (Yousuf Karsh, Library and Archives Canada / cc-by-2.0)
Het origineel van deze beroemde foto van Churchill is spoorloos verdwenen. De afdruk hing in het Château Laurier-hotel in het CanadesemOttawa, waar fotograaf Yousuf Karsh lange tijd een studio had. Maar afgelopen maand kwam men erachter dat de foto daar is vervangen door een kopie. Niemand weet wanneer precies of door wie.
Karsh maakte de foto tijdens een bezoek van de Britse premier aan Canada in 1941. Volgens hem kijkt Churchill zo nors omdat de fotograaf kort voor het afdrukken een sigaar uit de mond van de premier trok, omdat die de compositie verstoorde. De foto vatte perfect de Britse vastberadenheid op een van de moeilijkste momenten in de oorlog en werd daarom iconisch: in 2016 werd dit portret gekozen voor het Britse briefje van 5 pond.
Eerder deze maand was het 75 jaar geleden dat West-Duitsland voor het eerst met Joodse overlevenden afspraken maakten over compensatie. De onderhandelingen daarover in Wassenaar zijn een toe nu toe onderbelicht stukje geschiedenis, alhoewel ze gepaard gingen met onderling wantrouwen, bombrieven en felle protesten.
De gemeente Súdwest-Fryslân gaat het wrak bergen van een Britse bommenwerper die in de Tweede Wereldoorlog werd neergeschoten en in het IJsselmeer belandde. Om te kijken of er nog stoffelijke resten kunnen worden geborgen, zal na het plaatsen van een damwand een stuk van het IJsselmeer worden leeggepompt.
In Arnhem is een monument onthuld voor de evacués die na Market Garden de stad moesten verlaten. Sommigen zouden pas een jaar later hun huis weer terugzien.
Een salomonsoordeel over een Joodse verzameling die deels teruggaat naar de nabestaanden: het Rotterdamse museum Boijmans van Beuningen en de familie van een kunstverzamelaar die omkwam in Theresienstadt kozen om en om schalen uit een collectie waarvan niet duidelijk was wat er in de Tweede Wereldoorlog mee gebeurd is. “Het was in dit geval de beste oplossing”, meent de erfgenaam.
En oorlogskardinaal De Jong krijgt alsnog postuum een Yad Vashem-onderscheiding. Hulpbisschop Herman Woorts noemt hem een “leider van het verzet”, die zich openlijk tegen de Duitsers keerde en advertenties van de NSB verbood in katholieke dagbladen.