Bekijk profielpagina

Indiëherdenking

NOS Tweede Wereldoorlog
Voor het eerst wordt dit jaar de Nationale Indiëherdenking ’s avonds gehouden. De NOS zendt die uit vanaf 19.00 uur uit op NPO 1. In het programma vertelt Joyce Young over haar ervaringen, hier alvast een voorpoefje. Verder in deze nieuwsbrief de unieke getuigenverslagen die terugkwamen met de treinen uit Auschwitz en een app op de telefoon die sporen van de oorlog dichterbij brengt.
De Nederlandse vlag wordt gehesen na de bevrijding
De Nederlandse vlag wordt gehesen na de bevrijding
Acht jaar was Joyce toen ze samen met haar moeder in het Jappenkamp terechtkwam. Wat ze na al die jaren nog altijd herinnert is het appèl.
“Soms moest je uren blijven staan. Soms op het midden van de dag, als ze het heetst was. Je mocht je niet bewegen. De Jappen liepen langs de rijen om te kijken of je iets doet. Je mocht ook niet naar het toilet. Uren in de brandende zon. Dat was verschrikkelijk.”
Aanstaande maandag worden in Den Haag de slachtoffers herdacht van de Japanse bezetting van toenmalig Nederlands-Indië. Op die dag in 1945 capituleerde Japan en daarmee was in alle werelddelen de Tweede Wereldoorlog beëindigd.
“Toen ik acht jaar was, was de Japanse overval. Ze kwamen op hele kleine fietsjes in de straten. Mijn moeder had een eigen huis en tegen een uur of zes stonden er een stuk of zes Jappen met bajonetten op hun geweer en die wilden bij ons logeren. Mijn moeder zei: ‘Ik ben een weduwvrouw en ik doe dat niet.’ Maar ze wilden dat per se. Ik zat te trillen als een rietje, zo bang was ik.”
Joyce Young
Joyce Young
Niet veel later moesten Joyce en haar moeder naar een kamp. Hun geliefde huis moesten ze verlaten, daar trokken de Japanners in. Haar oudere broers Denis en Ronald werden tewerkgesteld aan de Birmaspoorlijn.
“Het ergste kamp was het eerste in Tjideng. In het begin mocht je een keer in de week een keer naar buiten. Later mocht je helemaal niet meer naar buiten. Zaten we steeds binnen. Het werd steeds erger.”
Joyce heeft veel nare herinneringen aan haar kamptijd. “Een keer heeft een vrouw een banaan gestolen. Je werd steeds gecontroleerd en uit angst heeft ze dat in een greppel gegooid. Toen werd er natuurlijk gevraagd: ‘Van wie is dat?’ Nou, niemand zegt wat en toen hebben we ook weer uren in de zon gestaan en toen heeft zij zich gemeld.”
“Zij is vreselijk mishandeld. Er waren toen ook Indonesiërs in dienst van de Jappen en die mochten van alles met haar doen. Ze werd opgehangen. Het was verschrikkelijk. En in dat kamp hebben we drie dagen geen eten en geen drinken gehad.”
Toch overleefden Joyce en haar moeder de kampen, net als Denis. Haar lievelingsbroer Ronald bleek op 20-jarige leeftijd te zijn bezweken. Hij werd herbegraven op een ereveld in Thailand, Joyce en haar moeder in mei arriveerden in mei 1946 in Nederland.
Indonesië krijgt dit jaar een prominentere rol bij de herdenking. Ambassadeur Mayerfas legt op verzoek van de Stichting Nationale Herdenking 15 augustus 1945 direct na premier Rutte een krans ter nagedachtenis aan alle omgekomen Indonesiërs. Niet alle betrokkenen bij de herdenking zijn hier blij mee.
Deportatieverslagen
Deportatie in 1943
Deportatie in 1943
“We zijn er. Auschwitz gepasseerd”, zijn de haastig geschreven laatste worden van een uniek verslag. “In de verte staat een verlicht gebouw. Dag jongen, gauw zijn we weer terug hoor.”
In zijn nieuwe boek Buitengewone transporten over deportaties uit Nederland haalt oud-Westerborkdirecteur Dirk Mulder een uniek reisverslag aan: geheime brieven die gedeporteerde Joodse Nederlanders in de terugkerende treinen verstopten. Deze laatste levensberichten leveren een beklemmend beeld op van de reis.
Meerdere keren stuurden inzittenden verborgen kattenbelletjes mee terug met de treinen, verstopt in stoelbekleding of achter roosters, om achterblijvers een idee te geven over de mysterieuze eindbestemming. Het meest compleet is dat van het Kattenburgtransport op 30 november 1942, vernoemd naar de textielfabriek waar de Joodse werknemers aanvankelijk vrijgesteld waren van transport omdat ze aan de Wehrmacht leverden. Hun trein reed met 826 mensen in drie dagen naar Auschwitz.
In de drie brieven, die bij terugkomst volgens afspraak werden teruggevonden achter een luchtrooster, slingeren de schrijvers tussen hoop en vrees. “Ons Zugführer is een patente kerel” en “Begeleiding zeer correct” klinkt het, maar ook “Wij hebben nog geen eten gehad” en “Zeg tegen de mensen dat ze water meenemen, zoveel als mogelijk want dat is hier de zware vraag.” Tussendoor volgen routinemeldingen zoals dat het eerste Duitse station drie uur na vertrek werd gepasseerd of Silezië “een prachtig gebied” was, “de omgeving lijkt op Brabant.”
Hoe langer de reis duurde, hoe nijpender de omstandigheden werden. Slapen was moeilijk in de overvolle coupés, eten schaars. In de eerste nacht bleek een 69-jarige vrouw gestorven. “Alle mensen zijn erg rustig, als je aan thuis denkt is het wel verdrietig maar dan troost ik me maar met de gedachte, vader en al die anderen te ontmoeten.”
Aan het eind van de rit nam een van de schrijvers onder het kopje “Mijn ervaringen!” de moeite adviezen te geven aan de achterblijvers. Hij noemde het een leugen dat sigaretten, levensmiddelen en goede kleren werden afgepakt, maar waarschuwde bevelen van de Duitsers snel op te volgen. “De groene politie is niet kwaad, doch doe wat zij zeggen en vlug.” Ook raadde hij aan besmeerd en gesneden brood mee te nemen.
Van dit transport overleefden slechts negen mannen de reis naar Auschwitz. Geen van de vrouwen en kinderen keerde terug.
Oproep: herinneringen evacuatie Market Garden
Geëvacueerde kinderen in het Openluchtmuseum
Geëvacueerde kinderen in het Openluchtmuseum
250.000 Gelderlanders raakten op drift door de gevechten van operatie Market Garden. Arnhem veranderde in een spookstad door de hevige gevechten; pas een jaar later in september 1945 konden de laatste evacués terugkeren.
Hoewel de militaire strijd door films als A Bridge Too Far uitgroeide tot een van de bekendste slagen in de Tweede Wereldoorlog, is over het leed van de vluchtelingen veel minder bekend. Zoals vaker bij deze generatie werd er maar weinig gepraat over de ellende en na terugkeer lag de aandacht bij de wederopbouw. Om de verhalen die er nog zijn vast te leggen, is het project Ik kom terug opgezet.
“Het is alsof het gisteren is gebeurd”, zegt de 86-jarige Janny Derksen over haar ervaringen. “Het staat op mijn netvlies, ook al was ik maar 8 jaar.”
De 89-jarige John Visser deelt zijn verhaal om te voorkomen dat de geschiedenis zich herhaalt. “Als ik nu naar de televisie kijk en ik zie daar een jongetje van 12 jaar lopen, dan denk ik: jongen, wat moet jij nog een boel meemaken.”
Getuigen vertellen over hun terugkeer naar Arnhem
Getuigen vertellen over hun terugkeer naar Arnhem
Onder meer Airborne Museum Hartenstein, de gemeente Arnhem en de provincie Gelderland willen de herinneringen optekenen van evacués, de gastgezinnen die hen opvingen of hun nabestaanden. Mensen kunnen zich tot 15 oktober melden om hun geschiedenis te vertellen of historische voorwerpen te tonen. Twintig verhalen zullen daarna verder worden uitgediept voor een podcastserie en een tentoonstelling volgend jaar in het getroffen gebied.
130.000 oorlogslocaties op de telefoon
Oorlogssite Traces of War heeft een app gelanceerd waarmee gebruikers op zoek kunnen naar sporen van de oorlog in hun omgeving. De gebruiker kan precies zien welke van de 130.000 locaties die op de site beschreven staan in hun buurt zijn, of een bezoek aan zo'n locatie vast vooruit plannen.
Van de Führerbunker in Berlijn tot struikelstenen in Amsterdam en jappenkampen in Indonesië kan de gebruiker de resultaten ook filteren op bijvoorbeeld musea, monumenten, plekken van vliegtuigcrashes of andere interessante locaties.
In Amsterdam valt genoeg te ontdekken
In Amsterdam valt genoeg te ontdekken
Daarnaast kan er binnen de zoekopdracht op drie niveaus worden gekozen hoe belangwekkend de resultaten moeten zijn, zodat er van de 211 zoekresultaten in het centrum van Amsterdam ook slechts de acht meeste significante kunnen worden getoond (onder meer het Monument op de Dam, het Achterhuis en het Verzetsmuseum).
Overig nieuws
De VS heeft op passende wijze afscheid genomen van de laatste drager uit de Tweede Wereldoorlog van de hoogste dapperheidsonderscheiding: de op 98-jarige leeftijd overleden Woody Williams werd opgebaard in het Capitool.
Williams ontving hem voor zijn heldendaden in februari 1945 tijdens de strijd om Iwo Jima. In totaal kregen in WO II 472 militairen de Medal of Honor.
In Kamp Westerbork is afgelopen maand herdacht dat 80 jaar geleden het eerste transport naar Auschwitz vertrok. Het grootste deel van die 1137 mensen was de nacht ervoor vanuit Amsterdam in Kamp Westerbork aangekomen. Slechts acht overleefden de Holocaust. In Rotterdam werden de eerste transporten uit die regio herdacht met tienduizend met de hand gelegde steentjes.
In het Friese Opeinde is 79 jaar na een crash het lichaam geïdentificeerd van een Duitse piloot. Konstantin Benzien stortte er 11 december 1943 neer met zin Messerschmitt Bf 109, na luchtgevechten met geallieerden.
En de bestrijding van een grote bosbrand bij Berlijn verliep moeilijk doordat in het gebied een munitieopslag ligt waar ieder jaar nog zo'n 900 blindgangers worden binnengebracht.
Dit was weer onze nieuwsbrief. Graag tot de volgende keer!