Bekijk profielpagina

Geheim weer

NOS Tweede Wereldoorlog
De beste wensen, namens de gehele redactie. We beginnen 2022 met een nieuwe nieuwsbrief op 1 januari, met nog enkele verhalen uit het oude jaar. Zoals een boek over de oorlogsgeschiedenis van het KNMI, de identificatie van een slachtoffer van een van de grootste scheepsrampen van Australië en een terugblik op de oorlogstijd van Ed van Thijn.
Een meteoroloog van het KNMI aan het werk, januari 1940
Een meteoroloog van het KNMI aan het werk, januari 1940
Mooi zonnig weer, maar later aanhoudende bewolking. Zo luidde het eerste weerbericht dat kranten na de oorlog publiceerden. In het nieuwe boek Zwaar weer schrijven Fons Baede en Kees Dekker hoe een truc Het Parool op 11 augustus de primeur gaf van de eerste naoorlogse verwachting. Enkele dagen voor de officiële weersverwachtingen werden hervat, vroeg een redacteur bij het KNMI naar de verwachting, zogenaamd voor een tuinfeest. 
Het KNMI-personeel zal de vraag maar al te graag beantwoord hebben, denkt Baede, net als Dekker gepensioneerd KNMI’er. De bezetter had weersverwachtingen verboden, om de tegenstander geen informatie in handen te spelen die gebruikt kon worden bij militaire operaties. “Je kunt je bedenken dat de meteorologen na 5 jaar lang niks doen enthousiast weer aan het werk gingen.“
Al op de eerste dag na de Nederlandse capitulatie stond er een Duitse vertegenwoordiger op de stoep bij het KNMI. Het instituut werd onder gezag van de Wehrmacht geplaatst, verloor het predicaat koninklijk. Het werd verboden weersverwachtingen op te stellen of daarvoor waarnemingen te doen. Wel mochten medewerkers hun wetenschappelijk werk voortzetten, zoals klimaatonderzoek. Ook startte men projecten waar eerder geen tijd voor was, zoals observaties van mistvorming boven sloten en het opstellen van een neerslaghandleiding.  Het in kaart brengen van aardmagnetisme kon zelfs nauwkeuriger worden uitgevoerd dan eerst, doordat er door de oorlog minder verstoringen waren door treinverkeer. Bovendien kon men zich verdiepen in een nieuwe methode van weersverwachting, de Noorse School, die nog altijd wordt gebruikt.
Na de oorlog werd de directie verweten dat men zich al te zeer op de wetenschap had gericht, op het voortbestaan van het instituut. De Duitse toezichthouder was als collega ontvangen, “tegenstellingen werden ‘weggedacht’”, gispte de Zuiveringscommissie. Verzoeken van het verzet om meteorologische gegevens door te spelen legde men naast zich neer en de directie reageerde traag op de arrestatie van een medewerker die dat wel had gedaan (De Duitsers fusilleerden deze 33-jarige Guus van Ginkel op 15 december 1944). Bovendien had men personeelsgegevens overgedragen aan de bezetter en niks gedaan toen de Duitsers een waardevol oceanografisch archief meenamen (20.000 scheepsjournalen en 7,5 miljoen ponskaarten met gegevens daaruit). Een “slappe, meegaande houding” was het oordeel van de Zuiveringscommissie. 
“Wij willen in dit boek geen oordeel vellen”, benadrukt Baede. “Maar het moet moeilijk zijn geweest de juiste balans te vinden. De Duitse toezichthouder was wetenschappelijk goed op de hoogte en - naar alle verhalen – een sympathiek man, met wie goed mee op te schieten was. Je kunt je voorstellen dat de directie ambivalent was.”   
Het 'NMI' in 1941
Het 'NMI' in 1941
Hoofddirecteur Cannegieter trok na de oorlog zijn eigen conclusies en nam ontslag. Tot zijn grote verontwaardiging werd hem dat verleend zonder de gebruikelijke toevoeging ‘eervol’. De positie van zijn tweede man Bleeker leek ook onhoudbaar, maar de traagheid van de zuivering redde hem: tegen de tijd dat zijn dossier aan de beurt was, waren de gemoederen al meer bedaard. Hij kon daardoor een belangrijke rol spelen in de wederopbouw van het KNMI.
“Bleeker had een zwak moment gehad in de oorlog en kreeg daarvoor een tik op de vingers. Maar hij was ook een groot wetenschapper die er samen met de nieuwe hoofddirecteur Vening Meinesz voor gezorgd heeft dat het KNMI direct na de oorlog met nieuwe methoden weer zijn operationele rol kon vervullen. Toen de zuivering achter de rug was, keerde de rust terug. Men had waardering voor elkaars professionele kwaliteiten en men kon elkaar vinden op wetenschappelijk terrein.”  
Slachtoffer scheepsramp na 80 jaar geïdentificeerd
Het verlies van de kruiser Sydney was een zware klap voor de Australische marine. Toen het schip in 1941 zonk werd er van de 645 opvarenden slechts één teruggevonden. De resten van die schipbreukeling zijn nu geïdentificeerd.
Laatst bekende foto van de HMAS Sydney
Laatst bekende foto van de HMAS Sydney
De HMAS Sydney ging in november 1941 verloren in een gevecht met het omgebouwde Duitse koopvaardijschip Kormoran, 200 kilometer voor de Australische kust. Het Duitse schip had zich met een Nederlandse vlag voorgedaan als het vrachtschip Straat Malakka en de Sydney zo dichterbij laten komen. Toen de schepen op 1,5 kilometer afstand waren werd de truc ontdekt en openden beide schepen tegelijk het vuur. Na een verwoestend gevecht van een half uur gaf de kapitein van de Kormoran bevel zijn zwaar beschadigde schip te laten zinken. Vanuit hun reddingsboten keken de Duitsers toe hoe de brandende Sydney achter de horizon verdween. In de dagen die volgden konden 318 van de 399 Duitse opvarenden worden gered, van de Sydney overleefde niemand.
Geen van de bemanningsleden overleefde de scheepsramp
Geen van de bemanningsleden overleefde de scheepsramp
Drie maanden later spoelde een reddingsboot aan op Christmas Island, meer dan duizend kilometer verderop. Het bevatte het lichaam van een onbekende zeeman, gekleed in een zongebleekte blauwe overall. Omdat een Japanse invasie dreigde, werden de resten snel begraven in een ongemarkeerd graf. Pas in 2006 werd de plek teruggevonden. Waarom deze persoon als enige Australiër de ramp overleefde is niet bekend.
Dankzij nieuw dna-onderzoek ter ere van het 80-jarige jubileum van de scheepsramp is nu duidelijk dat het ging om de resten van de 20-jarige Thomas Welsby Clark. “Door Tom te identificeren eren we alle opvarenden van de HMAS Sydney die hun leven verloren”, zegt de minister van Veteranenzaken. “Zijn verhaal maakt duidelijk wat voor offers er zijn gebracht en hoeveel verdriet de nabestaanden nog altijd voelen.”
Thomas Welsby Clark
Thomas Welsby Clark
Een nichtje van Clark was geschokt te horen dat het haar oom was die was teruggevonden. Leigh Lehane was nog maar een maand oud toen hij naar zee vertrok. “Hij heeft me nog vastgehouden als kleine baby. Een fijne gedachte omdat er niemand anders meer in leven is die hem van zo dichtbij heeft meegemaakt.”
De familie is van plan een krans te leggen op het graf van Clark, die werd herbegraven op het Australische vasteland. Het is de bedoeling snel de grafsteen aan te passen.
“Zijn lange reis is voorbij”, reageert vice-admiraal Mike Noonan op de ontdekking. “Moge hij rusten in vrede.”
Ed van Thijn overleden
Van Thijn bij de onthulling van het Holocaustmonument
Van Thijn bij de onthulling van het Holocaustmonument
“Als 10-jarige was ik bang voor de dood. Daarna nooit meer.”
Deze tekst plaatste de familie van Ed van Thijn boven zijn overlijdensadvertentie. De oud-politicus en Holocaustoverlever overleed op 19 december op 87-jarige leeftijd. De oorlog heeft een belangrijke rol in zijn leven gespeeld. Of zoals hij het zelf formuleerde: de oorlog is altijd in de buurt.
Ed van Thijn was het enige kind van een Joods echtpaar. In 1943 werd het gezin opgepakt en naar Westerbork afgevoerd. Ze ontkwamen aan de gaskamers doordat de vader uit de trein sprong en vervolgens zijn zoon en vrouw uit Westerbork wist te krijgen.
Voor de jonge Ed - gescheiden van zijn ouders - volgden achttien onderduikadressen. In november 1944 ging het mis. Hij zat toen op een boerderij in Overijssel. De Duitsers vonden hem en brachten hem naar het Huis van Bewaring. Daar probeerden ze uit hem te krijgen dat hij een Jood was. Ze schreeuwden tegen de 10-jarige jongen, smeten voorwerpen naar hem, dreigden met honden, lieten een felle lamp in zijn ogen schijnen. Maar Ed hield vol dat hij geen Jood was.
Toen hij in januari 1945 in Westerbork terechtkwam waren er geen transporten meer naar de vernietigingskampen. Ed maakte in het kamp de bevrijding door de Canadezen mee. “De smaak van de eerste chocola en het witte brood vergeet ik nooit meer”, vertelde hij jaren later.
Ed van Thijn vertelt over Kamp Westerbork
Ed van Thijn vertelt over Kamp Westerbork
Toen er na de bevrijding NSB’ers in het kamp werden opgesloten, hielp de 10-jarige mee met het bewaken. ‘’Als wapen kreeg ik een stok.’’
Na de oorlog bleek dat zijn ouders allebei nog leefden. De oorlog bleef als een schaduw over het gezin hangen, al werd er nooit over gesproken. “Die Joodse identiteit heb ik lang weggedrukt. Na de oorlog was er niemand die het verhaal wilde horen. En toen ik in de politiek kwam, was ik heel bang om het verwijt te krijgen dat ik op mijn Jood-zijn en op het leed van de Joden in de Holocaust mijn politieke carrière bouwde”, zei hij ooit in een interview.
Van Thijn was jarenlang intensief betrokken bij Herinneringskamp Westerbork. De stem van het kind was een belangrijk thema voor hem. 
Laatste officier Band of Brothers overleden
Edward Shames
Edward Shames
De Amerikaanse veteraan Edward Shames is op 3 december op 99-jarige leeftijd overleden. Hij was de laatste officier van de fameuze Band of Brothers, het parachuteregiment van de 101 Airborne Division waar een gelijknamig boek en miniserie over verschenen.
Shames was een paar dagen van zijn 22ste verjaardag verwijderd toen hij op D-Day boven Normandië als paratrooper zijn vuurdoop had. Hij zou later voor Market Garden in Noord-Brabant landen en hielp met Operatie Pegasus bij Arnhem gestrande Britten ontsnappen.
Toen hij na 72 dagen in de frontlinie eindelijk verlof kreeg, was dat van korte duur: omdat de Duitsers het Ardennenoffensief begonnen moest de vrachtwagen die hem naar Parijs zou brengen omdraaien. “Dat zette een streep door Parijs”, vatte hij eens samen in een interview.
Shames werd in een fonkelnieuw uniform en zonder enige bewapening afgeleverd in het bedreigde gebied. “We zagen een omgebogen bord liggen met ‘Bastogne’ erop. Daar had ik nog nooit van gehoord.” Pas eind januari zou hij worden afgelost. Shames bleef er altijd trots op dat zijn mannen een overmacht van tien tegen een hadden weten tegen te houden.
Tegen het eind van de oorlog was Shames de eerste van zijn regiment die arriveerde in concentratiekamp Dachau. Het onmenselijke leed dat hij daar zag was iets dat hij vanwege zijn Joodse afkomst liever niet besprak. Groot was de voldoening toen hij werd ingezet om het Adelaarsnest in te nemen, Hitlers hoofdkwartier in de Alpen. “Daar deden we wat elke rechtgeaarde soldaat had gedaan: we hebben het helemaal leeggeplunderd.”
Shames liet zich graag rondrijden in Hitlers limousine, koos wat tafelzilver uit en nam een fles Hennessy-cognac mee met het label ‘Alleen gebruiken voor de Führer’. Hij opende na de oorlog de fles om de bar mitswa van zijn oudste zoon mee te vieren.
Onder zijn mannen stond Shames, die in het veld was opgeklommen tot de rang van tweede luitenant, bekend als spijkerhard. Hijzelf kon dat beamen: “Ik was streng. Iets weigeren hoefde je bij mij niet te proberen en gelul evenmin.”
“Maar ik ben er trots op dat ik meer mannen heb thuisgebracht dan welk van de 200 andere pelotons dan ook. De missie was altijd het belangrijkste, maar daarna ging het om de mannen weer thuis krijgen.”
Overig nieuws
Op de Waalsdorpervlakte wordt een poging ondernomen onontdekte graven uit de Tweede Wereldoorlog op te sporen. Vrijwilligers gaan met experimentele opsporingstechnieken op zoek naar plekken waar de grond is omgewoeld, wat op een graf kan duiden. Tijdens de oorlog werden veel verzetsmensen die in het Oranjehotel waren opgesloten gefusilleerd in nabijgelegen duinen. Volgens de oorlogsgravenstichting zijn zeker zes van hen nooit teruggevonden.
Na Amsterdam en Alkmaar stellen nog negen gemeenten in Noord-Holland een onderzoek in naar de onteigening van Joods vastgoed tijdens de Tweede Wereldoorlog. Er wordt ook aandacht besteed aan de periode na de oorlog, waarin Joden probeerden hun bezit terug te krijgen en aan de rol die de gemeenten daarin speelden.
Tot zover weer onze nieuwsbrief over de Tweede Wereldoorlog. Kent u mensen die mogelijk geïnteresseerd zijn in dit onderwerp, stuur de mail vooral door. Aanmelden kan eveneens hieronder. Graag tot de volgende keer!