Bekijk profielpagina

Brussel Inside - Ontdek je plekje in Europa

Revue
 
Je hebt de mooiste stad, de bloemenstad, de leukste stad of dorp, natuurlijk kennen we de Culturele h
 

Brussel Inside

23 december · Editie #62 · Bekijk online
De strijd om de topbanen in de EU is bijna afgerond. Wie worden de nieuwe commissarissen? De brexit komt eraan en het gevecht over de verdeling van het geld - de nieuwe begroting - gaat beginnen. Bert van Slooten van NOS Bureau Europa verzamelt samen met zijn collega’s in Europese hoofdsteden de scherpe analyses en hardnekkige geruchten.

Je hebt de mooiste stad, de bloemenstad, de leukste stad of dorp, natuurlijk kennen we de Culturele hoofdstad van Europa, maar wij presenteren deze week de steden en dorpen die er toe deden dit afgelopen jaar. De Europese plekken van het jaar. Salzburg waar een top mislukte, we zijn in de enige brexitplaats buiten het Verenigd Koninkrijk, maar ook op een plek waar oorlog dreigt. Plaatsen waar het verdriet nog te voelen is van moorden tot grote branden, waardoor mensen alles kwijtraakten. Om niet al te somber te zijn hebben we ook dorpen gekozen waar hoop is, soms door zelf andere politici te kiezen, soms doordat politici toch aandacht voor hun problemen hebben. En er zitten ook een eiland en een enclave bij.
Kortom een toer door Europa en de discussie van dit jaar aan de hand van steden en dorpen uitgekozen door de Europese correspondenten van de NOS. Ieder met een eigen verhaal.

Salzburg, het waterloo van Theresa May
De tocht begint in Salzburg. De oude Oostenrijkse stad, de geboorteplaats van Mozart, waar in een klassieke omgeving de regeringsleiders zich bogen over de kwestie van de Britten. Hoe gaan we uit elkaar. Het werd een bijeenkomst vol misverstanden, politiek verkeerd begrepen uitspraken en grappig bedoelde opmerkingen die door anderen als helemaal niet leuk werden beschouwd. Sander van Hoorn denkt terug aan de bijeenkomst die niet bijdroeg aan wederzijds begrip.
Het is bijna een cliché op een warme namiddag in september. De bevolking van Salzburg wandelt in festival-klederdracht over de brug met hangsloten van het ene naar het nog pittoreskere andere deel van de oude stad. De regeringsleiders houden een informele topontmoeting in paleizen. De tuinen waar ze de groepsfoto nemen, staan nog in de bloei. De Alpen steken scherp af tegen de strakblauwe lucht.
Salzburg heef alles mee, maar gaat toch de Brusselse boeken in als synoniem voor brexit-toppen die onverwacht mislukken. Mislukken doordat, vanuit Brussels perspectief, de Britse premier May haar thuisfront er te hoge verwachtingen van laat hebben en vervolgens op de top alle verkeerde snaren weet te raken.
Opeens komen er, in de ogen van de 27 regeringsleiders die in de EU blijven, onredelijke eisen op tafel die ook nog eens zo gesteld worden dat May krediet en vertrouwen verspeelt dat zo hard nodig is om in deze fase tot een brexitdeal te komen.
De toekomst van de moeizaam onderhandelde brexitdeal ligt, zo is vanaf dat moment definitief het besef, wordt niet hier beslist bij de regeringsleiders, maar in het Lagerhuis. En dat geen top, ratio of geruststellende woorden daarop invloed heeft.
Drie maanden later is hetzelfde gezelschap in Brussel. Een verklaring van de 27 bedoeld om May het in het Lagerhuis makkelijker te maken wordt afgezwakt omdat May tijdens het diner voorstellen doet die de anderen onredelijk vinden en omdat sommigen aanstoot nemen aan de manier waarop ze gedaan werden.
Het is ‘Salzburg all over again’ of ‘Salzburg 2’, Klinkt het na afloop.
Salzburg, dat is het VK dat door eigen toedoen de 27 bijeen drijft en een no-deal brexit weer een stap dichterbij brengt. Om echt Europees te blijven Salzburg is bijna het nieuwe Waterloo.
De grens met Ierland
De brexit gaat nog maar over één ding. De grens. De vrede mag niet in gevaar worden gebracht en Noord-Ierland moet onderdeel van het Verenigd Koninkrijk blijven. Het lijkt simpel, maar het is zo ingewikkeld. Tim de Wit kiest voor de nieuwe buitenkant van de Europese Unie.
Geldwisselkantoren zie je er veel. Euro’s voor ponden en andersom. En tankstations. Dat er tussen Ierland en Noord-Ierland een grens is, is leuk meegenomen voor wat lokale ondernemers. Maar verder merk je er helemaal niets van.
Hier en daar zie je soms nog vervallen douaneposten. Of wachttorens. Plekken die tot voor 1998 bewaakt werden door het Britse leger tijdens de Troubles, de periode van ruim dertig jaar waarin Noord-Ierland dagelijks de voorpagina haalde vanwege de bloedige strijd die er woedde.
De open grens is het symbool van de vrede. En in de grensregio is er niemand die terug wil naar de herinvoering van douaneposten. Wachtrijen. Paspoortcontroles.
Aan de ene kant vanwege al het ongemak dat het met zich meebrengt: de Ierse en Noord-Ierse regio’s in het grensgebied zijn inmiddels zo samengesmolten dat van twee verschillende landen amper sprake is. Noord-Ierse kinderen zitten op Ierse scholen. Ierse kankerpatiënten worden behandeld in Noord-Ierse ziekenhuizen. En bedrijven hebben locaties aan beide kanten van de grens.
Maar aan de andere kant is er ook de vrees voor het opnieuw oplaaien van het geweld. De angst dat ondergrondse Ira-milities besluiten om nieuwe grensposten direct op te blazen, waarmee het oude conflict plotseling kan wakker schudden en kan escaleren.
Tegen die achtergrond is het begrijpelijk dat zowel de EU als de Britse regering er in het akkoord dat er ligt alles aan heeft gedaan om die grens open te houden. Probleem is alleen dat een meerderheid in het Britse parlement de zogenaamde backstop-regeling – die bedacht is om onder alle omstandigheden de grens open te houden - ziet als een vorm van gevangenschap, een vangnetconstructie waar de Britten alleen met toestemming van de EU uit kunnen, zonder dat er een einddatum aan zit.
Daarmee zal dit gedeelte van Europa ook in 2019 nog altijd vol in de schijnwerpers blijven staan. Want als het Britse Lagerhuis de brexit-deal verwerpt in januari, is onduidelijk hoe het verder gaat met brexit. En dus ook met de Noord-Ierse grens.
Een nieuwe wending in Wemding
De Duitse keus was lastig. Chemnitz lag voor de hand, na de rellen van deze zomer. Maar Judith van de Hulsbeek kiest toch anders.
Het Beierse stadje Wemding is er een zoals velen in de Duitse deelstaat. Het ligt er vredig tussen de groene heuvels, het centrale plein in het historisch centrum omringd door gekleurde vakwerkhuizen. Het leven is er goed. Hier golden voor de deelstaatverkiezingen in oktober dit jaar de twee Beierse wetmatigheden: het bier komt er in grote pullen en het overgrote deel van de inwoners stemt op de christen-democraten van de CSU.
Maar zelfs het welvarende Beieren blijft niet van politieke onrust verschoond. In het kiesdistrict van Wemding eindigt de CSU voor het eerst onder de 50 procent. De stemmen die de volkspartijen verloren gingen aan de ene kant naar de rechts-populisten van de AfD, die kwamen uit het niets op 10 procent, maar nog beter deden het de Groenen, die eindigden als tweede.
Ook Wemdinger Anneliese Till stemde Groen, iets dat ze tot voor kort voor ondenkbaar hield. Till is al veertig jaar lid van de CSU, altijd trots op de partij geweest. Maar de boze taal die de partijleiders de laatste jaren uitsloegen, vooral over Merkel en de vluchtelingen, stootte haar tegen de - christelijke - borst. Samen met een vriendin bekommert Till zich vrijwillig over de 40 vluchtelingen die in Wemding wonen. “Het ging alleen maar over hoe we de vluchtelingen zo snel mogelijk het land uit kunnen krijgen. Terwijl we toch ook zoveel goeds hebben gedaan”, zegt Till.
Niet alleen in Beieren, in heel (Noord-)Europa zitten de Groenen in de lift. Hoe het kan dat een voormalige hippiepartij voor conservatieve kiezers aantrekkelijk is geworden?
Een reden is: ze profileren zichzelf als het ‘hoopvolle alternatief’, een partij van positivo’s. In een tijd dat rechts-populisten, christen- en sociaal-democraten het in hun campagnes vooral hebben over wat er allemaal mis is, over de angsten en zorgen van de burgers, komt die boodschap aan.
Natuurlijk is ook hét thema van de Groenen op dit moment urgenter dan ooit: het klimaat. Na een zomer vol droogte en bosbranden zijn de gevolgen van de opwarming van de aarde voor veel mensen voor het eerst voelbaar. Nog nooit woog klimaatbescherming zo zwaar mee in de keuze voor een politieke partij.
De lichten staan op groen dus, voor de Groenen. Maar de vraag is wel hoeveel invloed ze daadwerkelijk gaan krijgen, want ook in Beieren zitten ze ondanks hun verrassende overwinning gewoon weer in de oppositie.
De moord in Slowakije
De zinnen zijn klinisch. Hij kreeg een kogel in z'n borst, zij een kogel in haar hoofd. Ján Kuciak en Martina Kusnirova deden onderzoek naar misbruik van Europees subsidiegeld. Hun dood en ons bezoek aan hun huis in Velka Macawerd maakte op ons bureau Europa dit jaar de meeste indruk.
De Slowaakse studente Karolina Farska herinnert zich het moment dat ze hoorde dat onderzoeksjournalist Ján Kuciak was vermoord.
“Ik zag de newsflash op mijn telefoon binnenkomen en ik geloofde het gewoon niet. Dit moet fake news zijn.”
“Het maakte mij zo verdrietig, maar ook boos dat dit in ons land kan gebeuren, onze politici zijn hiervoor verantwoordelijk.”
Aan de poort van de plek waar ze vermoord waren hing een foto. We spraken met een overbuurman die vertelde dat de maffiosi, die de executie uitvoerden de slachtoffers meenamen naar de kelder van hun huis.
In Bratislava bezoeken we de werkplek van Jan Kuciak. Z'n bureau staat er nog net zo bij als voor z'n dood. Rechts van het beeldscherm staat een rode rouwkaars. Zijn spullen liggen erbij zoals hij ze achterliet: een pot oploskoffie, twee lege mokken met een lepeltje, een stapeltje documenten en een boek over de ’ndrangheta, de Italiaanse maffiaorganisatie waarvan hij de Slowaakse connecties onderzocht.
Karolina Farska besluit na de moorden om met vrienden in verzet te komen en ze beginnen zich te organiseren. Op het centrale plein in Bratislava staat ze naast honderden kaarsen die zijn aangestoken voor de doodgeschoten journalist en zijn vriendin. Het is een mooi moment.
Uiteindelijk zullen er zo'n 50.000 mensen op het centrale plein van de stad roepen om het opschonen van de politiek.
Premier Fico is uiteindelijk afgetreden. Er zijn mensen gearresteerd, hoewel ze nog op zoek zijn naar de opdrachtgever(s). Collega’s van Jan publiceren nog steeds z'n niet afgemaakte werk. Op twitter te vinden onder de titel #AllForJán
Het hek van Ceuta
In Spanje hadden we kunnen kiezen voor Barcelona, vanwege de Catalaanse kwestie of voor Gibraltar met de brexit problemen, maar Rop Zoutberg wil het hebben over een enclave.
Het metershoge hek met de vlijmscherpe mesjes stond er niet altijd. Als kind zwierf hij met vriendjes gewoon door de heuvels van de Spaanse stad Ceuta. Dan wisten ze niet precies in welk land ze waren. Afgezien van de politieke ruzie over wie de baas was over het meest noordelijke stukje grond van Marokko had niemand ooit een vluchteling gezien. Daarom zag geen politicus de noodzaak Ceuta af te sluiten.
Rond de eeuwwisseling veranderde alles. Migranten ontdekten dat wie Ceuta bereikte in de Europese Unie stond. Eenmaal in de enclaves werd het heel moeilijk voor autoriteiten om vluchtelingen terug te sturen. Vanaf dat moment kwam het prikkeldraad. De versperring om Ceuta werd zestien kilometer lang en is zes meter hoog.
Als guardia civil bewaakt hij nu de heuvels van zijn jeugd en de grens van Europa. Javier - niet zijn eigen naam - draait de bewakingsdiensten met vier, vijf collega’s. Deze week lukte het nog een groep van honderd Afrikanen op tijd bij het prikkeldraad te stoppen. Het stelde niet veel voor, grijnst Javier.
“Pas als ze met 200, 300 een bestorming beginnen gaan we ons echt druk maken.”
In zulke gevallen kunnen ze versterking oproepen en moeten ze met hooguit 25 politieagenten een razende migrantenstroom stoppen. Stenen, ongebluste kalk, uitwerpselen, alles vliegt dan door de lucht.
Achttien vierkante kilometer. Meer is Ceuta niet. “We zijn geïsoleerd van de rest van Europa. Aan de ene kant ligt de Middellandse Zee, en aan de andere kant dat hek. Het benauwt soms behoorlijk.”
Brussel: De trechterhals van Europa
Voor ons, Brusselse EU-correspondenten, is ‘de plek’ waar alle verhalen samenkomen meteen de lelijkste van Europa. Tijn Sadée beschrijft de werkplek.
Het is een hel verlichte ruimte van zeven bij zeven meter, gelegen aan een kille binnenplaats van het Europees Raadsgebouw. Er hangt een EU-vlag die soms lusteloos in beweging komt als er weer een zucht benzinedamp naar binnen walmt: buiten levert een gepantserde wagen een zoveelste Europese minister af, die door de schuifdeuren zijn entree maakt.
Aan een houten balustrade hangen journalisten met wallen onder hun ogen. Aan de andere kant van die balustrade staan nors kijkende woordvoerders verveeld te wachten op hun bazen.
Deze Brusselse ‘shit hole’, om met Trump te spreken, wordt de ‘VIP’ genoemd. A.k.a: ‘de doorstep’ of ‘de inloop’.
De journalistieke hel, op het eerste oog. Maar kijk je beter, dan zie je de trechterhals van Europa. Hier moeten al die Wobkes, Stefkes, Carola’s en hun Europese collegaministers doorheen met hun stoere statements, kaliber: ‘Mijn land ziet dit toch écht heel anders, en daar ga ik vandaag voor vechten’.
Door deze trechterhals worden al die 28 nationale statements en ambities geperst, als maïspap waarmee een gans wordt vetgemest, in de hoop dat er na een dag vergaderen alsnog een foie gras ligt waarvoor de 28 ministers zich niet al te veel hoeven te schamen.
Vervolgens moet die foie gras, vaak een heilloos compromis waar de ministers een etmaal over hebben geruzied, nog worden toegelicht aan de balustrade van ‘de uitloop’  – want ‘de inloop’ wordt na zo’n marathonvergadering vanzelf ‘de uitloop’.
Het is geen beroemde brug, geen dramatisch spoor in het Europese landschap, en ook al geen symbolische grensovergang – maar het is dit zielloze tochtige hok waar de Europese politiek door 500 miljoen strotten wordt geduwd.
Een onbewoond eiland
De keus in Denemarken was niet zo moeilijk. Het eiland Lindholm. Het piepkleine eiland waar binnenkort veroordeelde asielzoekers naar toe worden gestuurd. Rolien Creton legt uit waarom.
Het is een piepklein, onbewoond eilandje in de Baltische zee en plotseling wereldnieuws. De Deense regering gaat een uitzetcentrum op het eilandje bouwen. Het uitzetcentrum is bedoeld voor afgewezen vluchtelingen die in Denemarken veroordeeld zijn.
De centrumrechtse Deense regering wil zoveel mogelijk vluchtelingen gaan terugsturen. Bovenaan het lijstje staan afgewezen asielzoekers met een strafblad, die niet teruggestuurd kunnen worden, omdat het land van herkomst ze niet willen opvangen.
Een gevangenis mag het uitzetcentrum volgens de internationale conventies niet zijn. Maar de Deense regering laat weten dat de veerboot naar de kust zo min mogelijk zal varen en dat de kaartjes van de overtocht zo duur mogelijk worden gemaakt. Het idee is om een zo uitzichtloos mogelijke situatie te creëren, zodat asielzoekers er zelf voor kiezen om Denemarken te verlaten.
In Denemarken komt de kritiek op het nieuwe uitzetcentrum vooral van bewoners die bij de kust wonen en op het eiland uitkijken. “Het is alsof deze asielzoekers direct vanuit de gevangenis bij ons naar binnen zullen lopen”, zegt de 75-jarige visser Otto Permin, die wat garnalen uit een net haalt voor de lunch met zijn kleinkinderen.
De bedoeling is dat de asielzoekers worden bewaakt door gevangenispersoneel en politieagenten. Ook daar zijn zorgen over. “Er wonen veel verschillende nationaliteiten erg dicht op elkaar. Asielzoekers kunnen gefrustreerd raken omdat ze op een verlaten eiland worden gezet. Er kunnen gevechten uitbreken en ze kunnen gezamenlijk het personeel aanvallen.”
Het eiland is de afgelopen decennia door de universiteit gebruikt om te experimenten met besmettelijke dierenziektes zoals varkenspest. Daarom moet het eiland eerst virusvrij gemaakt worden. Daarna zullen zo’n honderd afgewezen asielzoekers op Lindholm worden geplaatst.
Brand aan zee
BOSBRANDEN: Inwoners badplaatsje Mati (Griekenland) moesten de zee in vluchten
Voor Conny Keessen in Griekenland was de keus niet moeilijk. Natuurlijk er waren demonstraties tegen de nieuwe naam van Noord-Macedonië, er was het einde van de bemoeienis van de EU met de Griekse staatskas, vluchtelingen op de eilanden, maar de bosbranden springen er uit. Dit is het verhaal van Mati.
Afgelopen week overleed het honderdste slachtoffer van de bosbrand op 23 juli in Mati. De 73-jarige man lag al die maanden in een ziekenhuis. 23 juli zullen de Grieken nooit vergeten.
In Mati ging er die dag veel mis. De rechter zal gaan bepalen wie er verantwoordelijkheid dragen voor de oorzaak en de aanpak van de meest dodelijke bosbrand in Griekenland ooit.
Mati was een kustplaats, waar Atheners gingen zwemmen, gepensioneerden een tweede huis hadden, maar ook veel mensen permanent woonden. Honderden wonen nog steeds in vakantiekampen en op militaire bases. Zoals Efi Boboni met haar moeder en dochter. Hun huis raakte zwaar beschadigd
“Ons hele leven is veranderd. We krijgen onze lunch en avondeten via de keuken van het leger. En we weten nog steeds niet wanneer we vergunning krijgen om ons huis te herstellen.”
In Mati is niet veel veranderd sinds eind september zegt ze. Waar de inwoners zich aan vasthouden is dat hun woonplaats weer zal worden opgebouwd. Maar dat zal nog wel een tijd duren. De Griekse overheid heeft verklaard dat de wederopbouw volgens strenge regels moet gebeuren, met een verbeterde infrastructuur.
“Er zijn nieuwe bestemmings- en bouwplannen nodig, nieuwe wetten en en een financieringsregeling “ zegt Tasos Bobonis, ingenieur en lid van het bewonerscomite van Mati “en dat gaat hier stap voor stap, met veel vertragingen.” Tot op heden is er nog geen enkele vergunning voor herstel of nieuwbouw gegeven.
De aanslag in Macerata
De Italiaanse plaats van het jaar was een lastige afweging. Sicilië had gekund, Lampedusa vanwege de migranten en de boten die niet langer meer welkom waren. Rome, vanwege de nieuwe regering, maar uiteindelijk werd het een klein plaatsje, omdat de gebeurtenissen in Macerata de hele verkiezingscampagne op z'n kop zette. Mustafa Marghadi beschrijft wat er gebeurde.
Luca Traini had net zes zwarte mensen willekeurig neergeschoten vanuit zijn zwarte Alpha Romeo toen hij voor het Monument voor de Gevallenen in het centrum van Macerata de Romeinse groet bracht. Vlak voordat agenten hem arresteerden riep hij “Italië voor Italianen.”
De aanslag van Traini was een keerpunt in de verkiezingsstrijd. Tot dan toe werd er weinig over migratie gesproken, omdat de toenmalige regering het aantal aankomsten fors had teruggebracht. Maar na da aanslag werd over weinig anders gesproken. 
Alleen werd de discussie anders gevoerd dan verwacht. Lega-leider Matteo Salvini gaf migranten min of meer de schuld van het feit dat de aanslag op hen gepleegd was.
Salvini: “De verantwoordelijkheid voor elke geweldsuitbarsting ligt bij degenen die de illegale migranten Italië heeft laten binnenkomen.”
Berlusconi, die toen nog een grote rol in de campagne speelde, noemde de migranten een “sociale bom”.
Traini was woedend op de migranten nadat een meisje van 18 bruut zou zijn vermoord door een Nigeriaan. Hoewel ze het geweld afkeurden kon de actie daarom bij veel Italianen op begrip rekenen. Macerata was nooit een stad van de Lega. Na de verkiezingen op 4 maart kreeg Salvini en consorten er 21 procent van de stemmen.
Mitrovica
Mitra Nazar neemt ons mee naar Mitrovica een stad in noord-Kosovo die symbool staat voor de moeizame Belgrado-Pristina-dialoog. Gesprekken waar de EU een grote rol bij spelen. Een verdeelde stad met een rivier, waar het conflict zo weer kan oplaaien.
De rivier de Ibar stroomt als een slagaderlijke bloeding door het midden van Mitrovica. Aan de ene kant van het water wonen de Albanezen, aan de andere kant de Serviërs. De brug over het troebele water wordt bewaakt door norse Italiaanse carabinieri, onderdeel van de NAVO-troepenmacht KFOR. Bijna twintig jaar na de oorlog geldt aan beide kanten van de rivier dezelfde ongeschreven regel: wie er niet per se naar de andere kant hoeft, gaat de brug niet over.
De Ibar is een muur van water, een grens zonde douane. Die gedachte hadden de presidenten van Kosovo en Servië wellicht ook toen ze openlijk begonnen te praten over het hertekenen van hun grenzen. Een plan voor landuitruil: Een stukje Kosovo naar Servië, een stukje Servië naar Kosovo. Alsof het een potje Risk betrof. Ze zeiden het hardop. Ze waren de wateren aan het testen, op zoek naar een blijvende oplossing voor het slepende bevroren conflict.
Het epicentrum van dat plan ligt in Mitrovica, midden op die brug. Zou het een nieuwe grens tussen Kosovo en Servië kunnen worden? Toen ik er de stemming peilde overheerste angst. Want niks is simpel in Kosovo, geen gebied is homogeen. Serviërs vrezen voor het lot van de Servische minderheid in andere gebieden in Kosovo. Albanezen voor dat van hun gemeenschap in Servische gebieden. En zomaar een stuk land weggeven aan de vijand, niemand gelooft dat ze er zonder kleerscheuren vanaf zullen komen.
Aan beide kanten werd me een nieuwe oorlog uitgetekend als zo’n plan tot uitvoer zou komen. Dat schuiven met grenzen op de Balkan gevaarlijk spel is weet elke Serviër, Kroaat, Bosniër of Kosovaar die de oorlog heeft meegemaakt.
In Mitrovica hebben gewone Serviërs en Albanezen meer gemeen dan ze denken. Ze voelen zich slechts de pionnen in een groter spel. In de steek gelaten door hun leiders.
Instortingsgevaar
Opeens waren ze daar. De gele hesjes in Frankrijk. Maar klopt dat wel? Frank Renout herinnert ons aan Marseille. Niet de bakermat, wel een oorzaak.
In Marseille stortten begin november twee panden in. Dat gebeurde midden in het centrum van de stad. Acht mensen die er woonden kwamen om het leven.
Wat bleek? De gebouwen kenden zulk groot achterstallig onderhoud dat ze bezweken onder hun gebreken. En dat was symptomatisch. Sinds het instorten zijn al meer dan 1600 inwoners van Marseille door het gemeentebestuur geëvacueerd uit hun huizen. Uit voorzorg: omdat hun huizen óók op instorten staan.
Marseille kraakt in z’n voegen. Bewoners en organisaties waarschuwen al veel langer voor bouwvallige en gevaarlijke huizen, maar het stadsbestuur deed niets. Tot er dus op 5 november doden vielen.
Het lijkt wel een metafoor. Frankrijk kraakt namelijk ook in z’n voegen. Kiezers en wetenschappers waarschuwen al heel lang dat het vertrouwen in de politiek is verdwenen. Maar de grote politieke partijen deden niets. Tot er in november Gele Hesjes opstonden.
Dankzij sociale media slaagden ze er in grote groepen mensen de straat op te krijgen èn de steun van de Fransen te winnen.
De Gele Hesjes verzetten zich eerst tegen de belasting op brandstof maar hun acties richtten zich daarna al snel op (1) de dalende koopkracht, en (2) de politieke elite die maar geen oog zou hebben voor hun dagelijkse problemen.
President Macron heeft de boodschap – na weken van protesten – begrepen. Hij deed concessies. De koopkracht, vooral van de laagste inkomens, gaat omhoog.
Dat was mede onder electorale druk. Over vijf maanden worden er Europese verkiezingen gehouden. De rechts-populistische partij Rassemblement National van Marine Le Pen gaat op kop in de peilingen.
Niet toevallig, want Le Pen heeft de Gele Hesjes van het begin af aan gesteund – en dat betaalt zich nu uit.
President Macron is bang dat die verkiezingen leiden tot een grote overwinning van het ‘populisme’, ín en buiten Frankrijk. Hij vergeleek de situatie zelfs al met die van de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw.
Dáárom kraakt Frankrijk nu in zijn voegen: Gele Hesjes hebben een groot ongenoegen bloot gelegd. En dáárom is Marseille met z’n instortende gebouwen bij uitstek de stad die – op tragische wijze – de staat van het land symboliseert.

Ieper
De plaatsnaam die dit jaar met België is verbonden is Marrakesh. De regering viel over de migratie afspraken die in de Marokkaanse plaats werden aanvaard. Maar er was ook de herdenking van het feit dat honderd jaar geleden de grote oorlog ten einde kwam. Elke avond nog wordt de Last Post geblazen bij de Menenpoort in Ieper. Elise van Zijst over huiveringwekkende momenten.
Elke avond is het stil, elke avond wordt The Last Post geblazen en elke avond worden de gevallenen nog steeds geëerd. Ieper, stad te midden van de velden, Flanders Fields, ligt er onschuldig bij maar dit was honderd jaar geleden tijdens de Eerste Wereld Oorlog de plek waar om werd gevochten. Ieper was tijdens de Eerste Wereld Oorlog het decor van vier grote slagen met miljoenen doden tot gevolg.
De grote herdenking van het einde van de Eerste Wereld oorlog was dit jaar in Parijs. 72 staatshoofden regeringsleiders waren aanwezig om bij het monument voor de onbekende soldaat stil te staan bij alle slachtoffers. Minstens zo indrukwekkend was de herdenking in Ieper.
Nog steeds wordt het slagveld met de vele oorlogsgraven en de musea bezocht door tientallen schoolklassen. Docenten met wie we mee reisden in de bussen zeggen dat ze het verhaal moeten blijven vertellen aan hun leerlingen. De geschiedenis vervaagt volgens hen, maar toekomstige generaties moeten er van kunnen blijven leren.
Duinkerke
De haat tegen de Hollanders zit diep in het vissersdorp in Noord Frankrijk. Met de nieuwe techniek vissen ze de zee leeg en zorgen dat de Franse visserman geen droog brood meer kan verdienen. Thomas Spekschoor voelde de aversie aan den lijve.
Benoît Lasquellec is één van de vissers die voor dag en dauw uitvaart. Vier jaar geleden heeft hij de boot van zijn ouders overgekocht in de hoop er een boterham mee te kunnen verdienen. Maar de vis is de laatste jaren verdwenen uit de zee. De vangsten vallen fors tegen.
Hij wijst met de beschuldigende vinger naar de Nederlandse vissers. “Als de Hollanders zijn geweest dan is de zee een woestijn. De zee is helemaal leeg. De vissen, maar ook het plankton, alles is dood.”
Benoît Lasquellec kan geen tong meer vinden. Zo af en toe zit er wel een vis in z'n netten, maar die zijn volgens hem al dood voordat hij ze kan vangen.
De Nederlandse techniek om met kleine elektrische schokken de vissen te vangen, is volgens de Franse vissers de boosdoener. Nederland heeft veel geïnvesteerd in de milieuvriendelijke vistechniek, maar lijkt daarbij te zijn vergeten dat hun succes ten koste gaat van de Franse vissers.
De Fransen boekten dit jaar uiteindelijk een politieke overwinning op de Nederlandse vissers. Pulsvissen mag voorlopig alleen voor wetenschappelijk onderzoek. Voor Benoît Lasquellec maakt het allemaal niets meer uit. Hij heeft z'n boot verkocht en gaat werken aan de wal. De financiële druk is te groot geworden. Te weinig vis in de netten.
De toeristische brexit attractie Rotterdam
De bekendste brexitplaats buiten het Verenigd Koninkrijk is Rotterdam. Bijna alle televisiestations in Europa hebben grote reportage’s gemaakt over de havenstad. Regelmatig worden we op ons bureau in Brussel gevraagd of we mensen kennen om een reportage te kunnen maken in de grootste havenstad van Europa.
Met name de voorbereidingen maken grote indruk. En de interviews die tegen de achtergrond van de bedrijvigheid op kades en vlak bij het industriële kloppende hart van de haven worden gemaakt zijn in trek bij de buitenlandse stations. De strijd tegen de bureaucratie de files op land en te water zo begint de reportage op de Oostenrijkse TV. Rotterdam koppelt de brexit aan interessante toeristische plaatjes.
Er is een taskforce van de gemeente en het havenbedrijf, informatie wordt verzameld. En een aanvalsplan is in de maak met als motto prepare for the worst, hope for the best. Rotterdam heeft al een kijkdag voor de pers gehad en gaat begin volgend jaar een oefendag houden met bedrijven en de inspectiediensten. De brexit moet aan den lijve worden ervaren.
Tijdens de oefendag worden grenscontroles gehouden die er nu niet niet zijn met het Britse eiland. Dat betekent douaneformaliteiten, checken van lading en papieren, oponthoud, filevorming. Als Brexit hier files veroorzaakt moeten er parkeerplaatsen bijkomen. Rotterdam wil weten of het voorbereid is op de slechtst denkbare situatie namelijk dat de Brexit zich voluit laat gelden in de haven.
En verder
Is het bijna kerst en dus tijd voor de beste wensen. Fijne feesten zoals ze in Brussel zeggen. De voorzitter van de Europese Raad heeft zo z'n eigen manier om dat te doen. Hij zingt.
Donald Tusk on Twitter: "… "
En is dit de laatste nieuwsbrief van 2018. Dank voor het lezen, namens alle correspondenten. Volgend jaar zijn we er weer.
Deze nieuwsbrief kwam tot stand met medewerking van Sander van Hoorn, Rop Zoutberg, Mustafa Marghadi, Beau Heimensen, Kees van Dam, Mitra Nazar, Conny Keessen, Rolien Créton, Tim de Wit, Judith van de Hulsbeek, Frank Renout, Arjan Noorlander, Elise van Zijst, Tijn Sadée, Hans Brom en Thomas Spekschoor.

Hoe vond je deze editie?
Als je deze nieuwsbrief niet meer wilt ontvangen, dan kun je je hier afmelden.
Als deze nieuwsbrief doorgestuurd is en je wilt je aanmelden, klik dan hier.
Gemaakt door Brussel Inside met Revue.