Bekijk profielpagina

Brussel Inside - Nederland-Duitsland

Revue
 
Het wordt dus Weber versus Timmermans. Een Duits-Nederlands duel om misschien wel de machtigste posit
 

Brussel Inside

11 november · Editie #56 · Bekijk online
Vanaf donderdag 23 mei zijn er verkiezingen in de Europese Unie. Bert van Slooten van NOS Bureau Europa verzamelt tot die tijd, samen met zijn collega’s in Europese hoofdsteden, de scherpe analyses en hardnekkige geruchten.

Het wordt dus Weber versus Timmermans. Een Duits-Nederlands duel om misschien wel de machtigste positie in de EU. De liberalen hebben besloten om heel veel kandidaten naar voren te schuiven om Jean-Claude Juncker op te volgen en zaaien zodoende verwarring bij Weber en Timmermans. Dat is de oogst van deze week.
We gaan ook terug in de tijd. Honderd jaar geleden precies op deze dag zwegen de wapens na een vernietigende oorlog. Wat merken we er nu nog van? De Fransen zijn kampioen herdenken. De Belgen verdienen fors aan het leed van een eeuw geleden en in Hongarije speelt het verlies nog altijd. Sterker nog premier Orbán dankt zijn macht voor een deel aan het gevoel in zijn land dat de Hongaren destijds onrechtvaardig zijn behandeld. En in Polen is het vandaag een bijzondere dag met een mars door Warschau om de onafhankelijkheid te vieren.
En dan hebben we ook nog een verhaal over de scheiding tussen kerk en staat in Griekenland en we sluiten af met het wel en wee van de stofzuiger.

De Fransen komen
Hans van Baalen op het Alde congres in Madrid
Het hoge woord is er uit. De Franse beweging van president Macron (En Marche) wil samen met de Europese liberalen (Alde) de verkiezingen ingaan. Na de campagne en de verkiezingen willen de Fransen een nieuwe beweging in het Europese parlement vormen.
In Madrid waar de liberalen onder leiding van Hans van Baalen (VVD) hun congres hielden kwam het hoge woord er uit. Een van de oprichters van En Marche Astrid Panosyan vertelde met een grote glimlach dat ze graag samen met de liberalen de verkiezingen wil winnen.
Guy Verhofstadt had net daarvoor in zijn speech een laatste hand uitgestoken door te zeggen dat je niet moet gaan rillen als het woord liberalisme wordt uitgesproken. “Het Amerikaanse Vrijheidsbeeld was een gift van de Fransen. Misschien gebruiken we andere woorden maar we staan voor dezelfde waarden.”
De hint werd begrepen door Astrid Panosyan.
“We moeten als Fransen niet zo arrogant zijn om in de val te trappen om de rest van de wereld te vertellen wat ze moeten doen.”
“De verkiezingen gaan over een nieuw Europa, waarbij de strijd tegen het nationalisme voorop staat”, zo vervolgde ze haar toespraak. “De haat is weer terug, er is weer angst en vrees. En waar de nationalisten zoals Salvini en Orbán aan de macht komen, zie je dat de democratische instituties verzwakken. Om die ontwikkeling een halt toe te roepen gaat En Marche samen werken met de Europese liberalen. Iedereen mag zich bij ons aansluiten, want Europa heeft een nieuwe coalitie nodig.”
De echte christen-democraat
De liberalen hopen dat ook partijen die nu nog lid zijn van de christen-democratische familie (EVP) zich bij de nieuwe beweging aansluiten. Maar bij de christen-democraten rommelt het vooral aan de rechterkant. Op het congres in Helsinki waar Manfred Weber op het schild werd gehesen als de kandidaat om na mei volgend jaar voorzitter van de Europese Commissie te worden, werd meermaals gewaarschuwd voor partijen die een loopje nemen met de rechtsstaat en de democratie.
Donald Tusk, de voorzitter van de Europese Raad probeerde onder woorden te brengen aan welke criteria een christen-democraat moet voldoen. Hij kwam tot zes punten, die vooral voor de Hongaarse leider Viktor Orbán bestemd leken te zijn.

  1. Als je tegen de rechtsstaat en onafhankelijke rechterlijke macht bent, dan bent je geen christendemocraat.
  2. Als je niet van de vrije pers en NGO’s houdt, als je xenofobie, homofobie, nationalisme en antisemitisme tolereert, ben je geen christen-democraat
  3. Als je de staat boven de vrijheid en waardigheid van het individu plaatst, ben je geen christen-democraat
  4. Als je voor conflicten bent en verdeeldheid binnen de Europese Unie ben je geen christen-democraat
  5. Als je Poetin steunt die Oekraïne aanvalt, als je de aanvaller steunt en niet het slachtoffer, ben je geen christen-democraat
  6. Als je het westerse model van liberale democratie wil vervangen door een autoritaire democratie, ben je geen christen-democraat

De campagne kan na deze week beginnen. Timmermans is formeel kandidaat bij de sociaal-democraten en Weber bij de christen-democraten. De liberalen hebben de steun van Macron, dus de strijd kan aanvangen. Weber heeft al een eerste campagnefilmpje gemaakt, waarin hij probeert meer als een gewoon mens over te komen. Hij speelde vroeger in een band en ja hij komt uit een klein dorpje in Beieren.

Manfred Weber - Stronger Together - YouTube
En van zijn rol als gitarist zanger van de popband de Peanuts zullen we de komende tijd vast veel gaan horen. De man die wordt gezien als een redelijk grijze muis, moet meer gezicht krijgen zoals dat in communicatie termen heet.
Inhoudelijk liet Weber meteen weten dat hij er geen campagne van voor of tegen Europa van wil maken. Hij wordt daarbij gesteund door bondskanselier Merkel. Samenwerken, dat was tenminste de kern van haar betoog. Dat wil Weber ook, daarom mag de partij van Viktor Orbán, Fidesz voorlopig blijven. “Niet de banden doorsnijden, maar in gesprek blijven”, zo zei hij.
Merkel kreeg bij haar speech trouwens heel veel applaus, alsof ze aan een afscheidstournee bezig was. Ze was er een beetje verlegen van: “Jullie weten nog helemaal niet wat ik ga zeggen.”
Haar toespraak ging vooral over het behoud van wat Europa nu is. Blijf samenwerken. Verwijzend naar de oorlogen:
“Als de een wint, verliest de ander. Nu komt het er op aan, we kunnen laten we zien of Europa echt wat van het verleden heeft geleerd.”
Einde van de grote oorlog
Vandaag 11 november is het honderd jaar geleden dat de Eerste Wereldoorlog eindigde. Een oorlog die in Nederland (destijds neutraal) minder wordt gevoeld dan in andere Europese landen. Voor wie wil weten hoe het was in Nederland in 1918, klik op de linkjes met verhalen uit de kranten van 1918. Van Spaanse griep, tot vluchtelingen, vliegtuigongelukken en fietskoeriers. Een overzicht van de laatste oorlogsmaanden is gemaakt door de VRT. En het nieuwsblad heeft de laatste honderd dagen van de oorlog beschreven.
In deze nieuwsbrief staan we stil bij de Franse evenementen, de Belgen die veel slagveld toeristen hebben gekregen en Hongarije waar de nederlaag nog steeds doorwerkt in de huidige politiek. En we kijken in Duitsland waar steeds meer belangstelling komt voor de oorlog van 1914-1918.
Frankrijk herdenkt massaal
De Fransen zijn niet geïnteresseerd, maar bijna geobsedeerd door de Eerste Wereldoorlog dezer dagen. De officiële herdenking mag dan vandaag zijn, maar al dagen lang staat de Franse pers vol met verhalen over modderige loopgraven, met zwart-witfoto’s van soldaten en met somber makende cijfers over aantallen doden. NOS-correspondent Frank Renout over de grote oorlog in Frankrijk.
Op radio en televisie wordt met uitgebreide series aan verhalen en portretten stil gestaan bij la grande guerre.
Het communistische L’Humanité opende de krant vrijdag al met een groot verhaal over de oorlog die niet nodig was. Het rechtse dagblad Le Figaro kwam online met een indrukwekkende landkaart met jaartallen en dodencijfers.
Al die aandacht is niet voor niks. De Eerste Wereldoorlog heeft een spoor van littekens in Frankrijk achtergelaten. In het land, en vooral in het noorden, vielen tussen 1914 en 1918 1,4 miljoen doden onder de militairen. Zo’n 4,2 miljoen Fransen raakten gewond.
In de donkerste dagen van de oorlog fungeerden de Franse manschappen letterlijk als kanonnenvlees: er vielen dan soms meer dan 30.000 doden per week, oftewel: 4200 doden per dag, oftewel 178 doden per uur.
Loop anno 2018 een willekeurig Frans dorpje binnen en een groot monument herinnert bijna altijd aan de slachtoffers die daar vielen.
Dáárom organiseert president Macron vandaag dé officiële internationale herdenkingsceremonie, precies 100 jaar nadat de Fransen en de Duitsers hun wapenstilstand sloten. Er zijn 72 staatshoofden en regeringsleiders aanwezig en 10.000 agenten en militairen gemobiliseerd voor de beveiliging.
En dat is niet alles.
Héél 2018 staat in Frankrijk in het teken van die herdenking, omdat het precies een eeuw geleden is dat de oorlog ten einde kwam. In totaal zijn zo’n 2000 officiële activiteiten georganiseerd, van oost tot west en van kindervoorstellingen tot kransleggingen.
Voor wie er geen genoeg van kan krijgen, heeft het Ministerie van Cultuur alle databanken opengezet. Aan de hand van officiële documenten kan je met één muisklik het leven en lijden van alle soldaten uit de oorlog traceren. En dat leidt tot opmerkelijke resultaten: ik zelf zag na die ene muisklik dat er vele tientallen “Renout’en” mee hebben gevochten en het leven hebben gelaten voor de Franse republiek tijdens de eerste wereldoorlog.
Het verdriet van Hongarije
Van de verliezers van de Eerste Wereldoorlog werd Hongarije misschien wel het zwaarst gestraft: het land moest tweederde van het grondgebied afstaan aan de buurlanden. Miljoenen Hongaren bleven plots als minderheden achter in nieuwe voor hun vreemde landen.
Het is de pijn van de nederlaag, twee jaar na het einde van de oorlog 1920) opgetekend in het verdrag van Trianon, waardoor nieuwe staten als Joegoslavië, Tsjecho-Slowakije en ook Roemenië heel veel Hongaren binnen hun landsgrenzen kreeg.

  • Hongarije verliest 232.804 km² van de 325.411 km² aan grondgebied (71,5%)
  • Van de 21 miljoen mensen wonen er na het verdrag 13 miljoen niet meer in Hongarije
Het ene na het andere Trianon-monument is de laatste jaren verschenen in het land van Orbán. Hongaren die je vraagt naar de betekenis van het verdrag hebben het over de pijn die ze voelen. Ze voelen zich honderd jaar na de oorlog nog steeds vernederd en gekrenkt. De ooit zo machtige Dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije is versplinterd en Hongarije gemarginaliseerd tot een klein land.
Misschien illustreert dit verhaal van Runa Hellinga een aantal jaar geleden het probleem wel goed. Ze vertelt het verhaal van een bekende mop in Transkarpatië.
“Ik ben geboren in Oostenrijk-Hongarije en ging in Tsjecho-Slowakije naar school. Mijn eerst kind werd in Slowakije geboren, mijn tweede in Hongarije en mijn derde in de Sovjet-Unie. Ik krijg een Oekraïens pensioen. ‘Waarom bent u zo vaak verhuisd?’ 'Verhuisd? Ik woon mijn hele leven al in dit huis’.”
Toch een paspoort
NOS correspondent Tijn Sadée werkt nu vanuit Brussel, maar is jarenlang correspondent in Hongarije geweest en komt er nog regelmatig. Hij beschrijft hoe de verdeling van het land nog steeds als een steen in de maag voelt.
Het voelt als een verschrikkelijke pijn en van die pijn profiteert de huidige Hongaarse premier Viktor Orbán. Hij gaf de nakomelingen van die verweesde Hongaren een paspoort en stemrecht. En uit dank stemmen die vanzelfsprekend massaal op Orbán. Het WOI-slachtoffersentiment is voor Orbán ,,een bonus”, zegt mijn Hongaarse vriend András met wie ik in Zuid-Hongarije op stap ben. De politicus die daar géén gebruik van maakt ,,is kansloos.”
100 jaar oorlogsleed: bingo!
Maar heeft het de gewone Hongaar wat opgeleverd?
We pakken een borrel in de kocsma, een morsige dorpskroeg in de Hongaarse heuvels, waar de eigenaar de aftandse jukebox weer aan de praat probeert te krijgen. Een geniepig kijkende oude baas met baard vol etensresten kan ,,godverdomme” zeggen, geleerd van een Hollander die in het dorp een boerderij renoveerde. Maar die staat al weer te koop. De Hollander, die droomde van een goedkope Hongaarse oude dag, keerde na een medisch ongeval huiswaarts, op zoek naar betrouwbare gezondheidszorg. Voor wat ‘t waard is in het Nederland van omvallende ziekenhuizen.
Zsolt, de jongste in de kocsma, laat de tatoeage op zijn linkeronderarm zien: het hoofd van Pablo Escobar. ,,Ik hou van maffiahelden.”
Zijn rechterarm is nog leeg. Hoog tijd voor een tatoeage van zijn autocratische premier Orbán, verdacht van misbruik van EU-subsidiegeld?
,,Nee, want Orbán is politíeke maffia, daar is niks heroïsch aan”, zegt Zsolt.
Doordeweeks werkt hij in de bouw in Oostenrijk. ,,In een maand verdien ik daar 1500 euro, ruim het dubbele van het Hongaarse loon.’’
Massaal verlaten vaklui en jong talent Orbánia, op zoek naar een toekomst in West-Europa. Terwijl Orbán ongestoord verder sleutelt aan zijn ‘Hongarije voor de echte Hongaar’.
Kapotgemaakt
Waar woont die echte Hongaar? Kocsmaland is leegloopland. In de stad misschien? Van een grootstedelijke burgerij is weinig over, zei de Hongaarse schrijver Péter Nádas veertien jaar geleden al in NRC Handelsblad. ,,Door twee dictaturen kapotgemaakt, eerst door de fascisten, later door de communisten.”
Dat was 2004, daags voordat Nádas’ land zou toetreden tot de Europese Unie.
Nu hoopt het Europees Parlement met een strafprocedure tegen Orbán het tij in Hongarije te keren – rekenend op bijval van een kritische grootstedelijke Hongaarse burgerij. Maar wat daarvan rest verdampt in hoog tempo.
De oude Nádas had al gewaarschuwd voor de hoogmoed van de West-Europeanen die ,,niet eens wéten dat ze ons niet kennen.”
Later die dag sta ik met vriend András aan de voet van een heuvel met daarop een kersvers monument dat het WOI-leed verbeeldt.
,,Afgelopen zomer geplaatst, je ziet: het leeft!” András citeert uit een gedicht van schrijver Mihály Babits: ‘’Je kunt een land niet opdelen, verscheuren, uiteenrijten.”
Die gedeelde pijn van toen blijft de Hongaren binden. Maar de pijn van nu? Zondagavond rijdt Zsolt weer naar Oostenrijk, omdat hij in Orbánia nauwelijks rondkomt.
,,Godverdomme!” vloekt de oude baas in de kocsma. ,,Intussen storten de huizen op ons platteland van ellende in elkaar.”
Luister hier naar de radio reportage van Tijn Sadée over het verdriet van Hongarije.
Vlamingen verdienen geld
Gedenkmuur bij de Menenpoort
Het waren vijf topjaren voor West Vlaanderen. De Westhoek, zoals het gebied in België wordt genoemd was bijzonder populair bij toeristen die speciaal voor de oorlog kwamen. Bijna drie miljoen toeristen zijn de afgelopen jaren naar het voormalige slagveld gekomen. En die toeristen hebben het geld flink laten rollen.
De horeca, de musea, de winkels en de hotels zijn tevreden.
De bezoekers waren veelal nakomelingen, familieleden van militairen die tijdens de grote oorlog hebben gevochten of zijn gesneuveld in Vlaanderen kwamen vooral op de speciale gebeurtenissen af. Bij elke slag of gebeurtenis waarvan werd herdacht dat het honderd jaar geleden plaats vond, zag je een piek in het aantal herdenkingstoeristen.

  • 2012   359 100
  • 2013  415.000
  • 2014  789.500
  • 2015  500.500
  • 2016  447.600
  • 2017 514.700
De stijging vorig jaar was vooral te danken aan de herdenking van de slag bij Passendale. Winkeliers in Ieper vertellen dat ze altijd konden merken wanneer er een bepaalde slag was geleverd. “Dan was er een eenheid met veel Canadese jongens en dan zag je opeens heel veel Canadese toeristen in de straat en de winkels.” Een schoolklas uit Nieuw Zeeland heeft jarenlang gespaard om naar de slagvelden te komen en te ontdekken dat de namen van familieleden op de Menenpoort staan, waar nog steeds elke avond The last post wordt geblazen ter ere van de soldaten die tijdens de oorlog zijn gesneuveld.
De meest bezochte oorlogsmonumenten waren:

  • De Britse militaire begraafplaats Tyne Cot
  • De Menenpoort
  • Het In Flanders Fields Museum
  • De Duitse begraafplaats in Langemark
  • Het Memorial Museum Passendaele 1917
Toerisme Vlaanderen
In #Ieper wordt de eeuwherdenking van de 'Groote Oorlog' (2014-2018) in het weekend van 11 nov met een 3-daags programma afgesloten. Op zondag 11 nov om 11u is er onder de monumentale Menenpoort een extra Last Post om Wapenstilstand te herdenken. Info https://t.co/HBbKARBjTr https://t.co/88SAieTxUb
3:30 PM - 5 Nov 2018
Uit Nederland hebben ruim 200.000 mensen de oorlogsplekken bezocht.
Toerisme Vlaanderen hoopt dat de bezoekers de komende jaren terugkeren naar de Vlaamse slagvelden. Vanaf volgend jaar worden nieuwe evenementen rondom de wederopbouw van het destijds compleet kapot geschoten gebied, georganiseerd.
Ieper hoopt dat niet alleen de bezoekers maar ook de schoolklassen blijven komen. 
Vorige maand zijn er ruim 20 schoolklassen naar de Vlaamse stad gegaan om stil te staan bij de Eerste Wereldoorlog. Een van die schoolklassen bestond uit internationale leerlingen. Spaanse, Tsjechische, Hongaarse en Italiaanse studenten vertrokken samen met hun docententeam naar de stad, om daar bekende monumenten te bezoeken zoals de Menenpoort en het Passendaele museum.   
Een docent van de internationale klas is Angelique Quequin. We ontmoeten haar bij het maken van een reportage. Zij vertelt hoe belangrijk ze het vindt om stil te staan bij de oorlog die 100 jaar geleden werd beëindigd.  Quequin benadrukt dat de geschiedenis langzaam vervaagt, maar dat juist dit verhaal vertelt moet blijven worden zodat toekomstige generaties er van kunnen leren.
Honderd jaar na 1918 - YouTube
De hele reportage en de herdenkingsceremonie zijn vanavond te zien op vanaf 19.10 op NPO 2.
En de muziek die ook te horen is in de reportage van Sander van Hoorn, On the Road to Passchendaele kunt u hier beluisteren.
Nieuw besef in Duitsland
Onder de bezoekers aan de slagvelden de afgelopen jaren opmerkelijk veel Duitsers. De Duitse begraafplaatsen liggen er keurig bij en worden veelvuldig bezocht. De belangstelling in Duitsland neemt volgens correspondent Kees van Dam de laatste jaren alleen maar toe.
Het bewijs voor die herwaardering vormen misschien wel de 250 tentoonstellingen, discussieavonden en herdenkingen de komende tijd in Berlijn alleen al. Daarbij gaat het niet zo zeer om stil te staan bij de vele doden, maar om lessen te leren uit het verleden. Historicus Daniel Schönpflug ziet die trend ook. Hij schreef het boek 1918 Het jaar van de dageraad.
“Rond 1918 heeft in Duitsland altijd een duistere waas gehangen. "Het einde van de Eerste Wereldoorlog, daar wilde men liever niet te veel aan terugdenken.”
Natuurlijk: de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust overschaduwt veel. Maar dat verklaart volgens Schönpflug niet alles. “Eigenlijk was het einde van de Eerste Wereldoorlog hier meteen al een moeilijk te bevatten gebeurtenis. In Frankrijk bijvoorbeeld werden al snel, in de eerste maanden na de wapenstilstand, de eerste herinneringsmonumenten opgericht. In Duitsland gebeurde dat pas in 1929.”
Het einde van de oorlog kwam onverwacht, legt de auteur uit. “Het Duitse leger capituleerde terwijl het zich nog ver in Frankrijk en België bevond. Maar na de eerste schrik leidde in eerste instantie de vrede opmerkelijk genoeg tot een groot gevoel van opluchting en echte hoop op betere tijden.”
Weimar
Schönpflug volgt in zijn boek politici, kunstenaars, schrijvers, gewone mensen. En die zien nieuwe kansen, dromen van vooruitgang. In Berlijn is er revolutie, de keizer verdwijnt, politiek links en rechts strijden om de macht om hun idealen te verwezenlijken. Maar dat positieve gevoel slaat al snel om in Duitsland.
“De grote ommezwaai is het verdrag van Versailles van 1919. Dat is heel hard voor Duitsland en dat gegeven bepaalt ook in belangrijke mate hoe generaties op 1918 terugkijken. Het idee is: toen is alle ellende in de twintigste eeuw voor Duitsland begonnen. De hyperinflatie van 1921 en 1923 als gevolg van de terugbetalingen aan de geallieerden, de oprichting van de Weimar Republiek die ten onder ging met de komst van Hitler in 1933, de nazi’s aan de macht, de Tweede Wereldoorlog, de Holocaust, de Duitse deling. Het startpunt van dit alles: 1918.”
Berlijn
De laatste jaren ziet Schönpflug de belangstelling voor het Duitsland van na 1918 sterk toenemen. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de enorme kijkcijfers en grote waardering voor de televisieserie Babylon Berlin, de verfilming van de boeken van Volker Kutscher over een rechercheur in Berlijn eind jaren 20.
“Veel mensen maken zich zorgen. Ze vinden dat de huidige politieke polarisering veel lijkt op wat er in de jaren 20 in Duitsland gebeurde: toen stonden links en rechts scherp tegenover elkaar, was er geweld op straat, bleek de overheid niet sterk genoeg om antidemocratische krachten te beteugelen. En het is zo dat met name rechts zich nu mobiliseert op een manier die we in onze tijden niet eerder zagen en die lijkt op wat er in de Weimar Republiek gebeurde.”
Volgens de historicus is er geen reden om aan te nemen dat het weer de verkeerde kant uitgaat. Er zijn te veel verschillen met het Duitsland van toen.
“Rechts en extreemrechts gaan niet bewapend over straat. Dat was destijds wel anders. En ook anders dan toen heeft onze samenleving geen directe herinnering aan geweld, zoals destijds met de Grote Oorlog onder meer en de Spaanse Burgeroorlog. Dat is een gegeven dat de stap naar het gebruiken van geweld moeilijker maakt, het verlangen naar gewelddadige oplossingen dempt.”
Bovendien is de economische crisis van een paar jaar geleden niet te vergelijken met de gigantische geldontwaarding in 1921 en 1923 en de crisis na de beurskrach in 1929, zegt Schönpflug. “Nee, ik merk dat er ook tegenwoordig juist op een positieve manier naar de jaren van na 1918 wordt gekeken. Toen werd namelijk ook de basis gelegd voor de democratische traditie in Duitsland, die tot nu toe sterker is gebleken dan de tegenkrachten.”
Een Griekse scheiding
Heel voorzichtig lijkt Griekenland een eerste voorzichtige stap te hebben gezet om een einde te maken aan de ingewikkelde verstrengeling van staat en kerk. Tijdens een gezamenlijke persconferentie van premier Alexis Tsipras en Aartsbisschop Ieronymos werd aangekondigd dat geestelijken – priesters en hun bisschoppen – hun status als ambtenaar gaan verliezen en voortaan niet meer door de overheid worden betaald.
In Griekenland gaat het om ongeveer 10.000 geestelijken.
Maar het is niet zo dat de overheid zich helemaal financieel terugtrekt. Een bedrag van ongeveer 200 miljoen euro zal jaarlijks als subsidie in een fonds worden gestort waaruit de Grieks-Orthodoxe Kerk zijn geestelijken kan betalen. In ruil daarvoor zal de kerk zich niet meer verzetten tegen maatregelen om de overheid religieus neutraal te maken.
In Griekenland is geen officiële scheiding van kerk en staat. De grondwet garandeert de positie van het orthodoxe geloof als de “dominante religie” in het land. Ze is dus geen staatsgodsdienst. Maar de kerk kijkt daar anders tegenaan, en eist op grond van dat artikel allerlei privileges. Ze bemoeit zich met de politiek en vele politici onderhouden nauwe banden met kerkelijke functionarissen.
Ongelovige Alexis
Maar premier Alexis Tsipras is atheïst, en was de eerste premier die in januari 2015 bij zijn aantreden geen religieuze eed aflegde. Hij beloofde toen een scheiding tussen kerk en staat, maar heeft ook begrepen dat dit proces niet in één keer kan worden bereikt. Misschien heeft hij nu het tij mee. Secularisatie is gegroeid, en ook de kritiek op de rijkdom van de kerk met haar vele bezittingen, vooral tijdens de crisisjaren. Ze betaalt nu sinds een paar jaar inkomstenbelasting, maar is nog wel grotendeels vrijgesteld van de impopulaire onroerendgoedbelasting.
Op korte termijn zal er niet veel veranderen, de invloed van de kerk blijft zichtbaar. Zoals de godsdienstlessen op school, het gebed bij aanvang van de lessen, en de aanwezigheid van religieuze symbolen in openbare gebouwen.
En enkele uren na de persconferentie kwamen al de bezwaren; van priesters, bisschoppen, maar ook van politici. Bovendien moet een definitieve overeenkomst ook worden goedgekeurd door de Heilige Synode van de kerk, het Griekse kabinet en parlement.
Koekje van eigen deeg
Koekje van eigen deeg - YouTube
In Hongarije zijn er grote billboard met zijn hoofd er op, samen overigens met dat van Judith Sargentini en George Soros, waarin Guy Verhofstadt wordt weggezet als een van de ergste vijanden van het volk. En dus bedacht hij een ludieke actie deze week. Een billboard met het hoofd van de Hongaarse premier Viktor Orbán er op, die door de straten van Brussel reed.
Vertrekpunt voor het Europees Parlement en natuurlijk reed de auto ook door de straat waar de Hongaarse ambassade is gevestigd. En de tekst: Eerst nam hij het geld, en nu wil hij Europa vernietigen. Het filmpje is gemaakt door Hans Brom. Meer in zijn wekelijkse programma op NPO Politiek.
Hij klopt, hij veegt en hij zuigt
En dan nog een verhaal over de stofzuiger, want gebruikt een stofzuiger met stofzak nu meer of minder energie dan een apparaat zonder? En mag je als producent van stofzuigers met zak wel testen doen waarbij je net doet alsof er geen stofzak is, waardoor je een mooier (groener) energielabel krijgt.
Over die zaak heeft het Europese Hof zich gebogen. Extra pikant, omdat de rechtzaak was aangespannen door James Dyson (van de gelijknamige stofzuiger), maar vooral bekend als fervent brexeteer.
Kortom net voordat de Britten er uit stappen heeft Dyson nog een overwinning via het door de brexteers zo gehate Europese Hof geboekt, want hij kreeg gelijk. Je kan geen testen doen met lege stofzakken, dat is namelijk een bijna niet bestaande situatie.
En dus moet de Europese Commissie de regels voor de energielabels voor stofzuigen aanpassen. Daar heeft ze twee maanden de tijd voor. Lukt het niet, dan moeten de energielabels verdwijnen.
Voor James Dyson, de uitvinder van de stofzuiger zonder stofzak is het vooral een overwinning op zijn Duitse concurrenten.
“Als Duitse bedrijven de Europese wetgeving blijven domineren, is dat een heel goede reden om niet meer in Europa te blijven. Als ze niet naar ons luisteren, moet we er niet meer in blijven.”
Woorden van James Dyson in 2014 in een interview met The Telegraph.

En verder
Het is Straatsburg week met als hoogtepunt de toespraak dinsdagmiddag van Angela Merkel. Live te volgen via deze link.
Natuurlijk is er een Brussel bij Nacht op NPO Radio 1. Aangezien we vorige week ipv maandag op dinsdag te horen waren, hier een link naar de uitzending van afgelopen week.
En de ministers van Buitenlandse Zaken spreken over de brexit. We wachten rustig af.
Derk Jan Eppink wordt lijsttrekker voor het Forum voor Democratie bij de verkiezingen in mei. Eppink zat eerder in het parlement voor Lijst Dedecker, uit België.
Ik wil afsluiten met een gedicht. Het gedicht van de Canadese legerarts John McCrae. Het gedicht over de klaprozen.
In Flanders fields
In Flanders fields the poppies blow
Between the crosses, row on row,
That mark our place; and in the sky
The larks, still bravely singing, fly
Scarce heard amid the guns below.
We are the Dead. Short days ago
We lived, felt dawn, saw sunset glow,
Loved, and were loved, and now we lie
In Flanders fields.
Take up our quarrel with the foe:
To you from failing hands we throw
The torch; be yours to hold it high.
If ye break faith with us who die
We shall not sleep, though poppies grow
In Flanders fields.

Deze nieuwsbrief kwam tot stand met medewerking van Sander van Hoorn, Rop Zoutberg, Mustafa Marghadi, Beau Heimensen, Kees van Dam, Mitra Nazar, Conny Keessen, Rolien Créton, Tim de Wit, Judith van Hulsbeek, Frank Renout, Arjan Noorlander, Elise van Zijst, Tijn Sadée, Hans Brom en Thomas Spekschoor
Hoe vond je deze editie?
Als je deze nieuwsbrief niet meer wilt ontvangen, dan kun je je hier afmelden.
Als deze nieuwsbrief doorgestuurd is en je wilt je aanmelden, klik dan hier.
Gemaakt door Brussel Inside met Revue.